God verbindt generaties

God heeft een plan met generaties. Hij laat zijn licht schijnen over alle generaties van alle tijden. Al op de eerste bladzijden van de bijbel kunnen we lezen dat hij een speciale bedoeling heeft met de verbinding tussen ouders en kinderen, ouderen en jongeren. Vanaf de eerste regels in Genesis is dat Gods programma, en dat is het tot op de dag van vandaag. Zijn bedoeling met generaties raakt niet alleen ons gezinsleven, maar ook onze onderlinge verhoudingen in kerk en samenleving. We worden uitgedaagd om beschikbaar te zijn voor elkaar, zodat Gods werk doorgang kan vinden. Daarom zullen we de verhoudingen tussen generaties serieus moeten nemen!

Wat verstaan we onder generaties? Een generatie is een groep mensen van dezelfde leeftijd die in haar jeugd (haar ‘vormingsjaren’) dezelfde invloed van de tijdgeest heeft ondergaan: dezelfde trendbreuken (oorlogen, economische veranderingen, revoluties, uitvindingen); dezelfde culturele denkpatronen (over gezag, seks, politiek, godsdienst); dezelfde kansen of beperkingen (welvaart, scholing, werkgelegenheid). In oudere bijbelvertalingen heten generaties ‘geslachten’.

Generaties verbonden?
De bijbel maakt duidelijk dat generaties bestemd zijn voor elkaar. De eerste woorden die de Here God (in Genesis 1 vers 28) tegen mensen zegt zijn: “Wees vruchtbaar, word talrijk, bevolk de aarde.” Het gaat hier om ouders die kinderen zullen krijgen. “Dáárom zal een man zich losmaken van zijn vader en moeder en zich hechten aan zijn vrouw, met wie hij één lichaam wordt.” Gelijk al bij de presentatie van de eerste mensen wordt de verbinding tussen generaties gelegd. Waarom? Ter wille van Gods bedoeling met generaties. Om die reden nemen geslachtsregisters in de bijbel een prominente plaats in. Telkens weer wordt benadrukt dat God een plan heeft met vaders en zonen, ouders en kinderen. Hij wil verbonden zijn met elke generatie (‘van geslacht op geslacht’), tot op de dag van vandaag.

Maar… waar een hartsrelatie tussen vaders en kinderen ontbreekt, dreigt God zich terug te trekken, lezen we in de laatste woorden van het Oude Testament (in Maleachi 4 vers 6). Waarom die reactie van God als wij geen rekening houden met de verschillende generaties om ons heen? Omdat God werkt via generaties. Zijn woord wordt overgebracht van ouders op kinderen, generatie op generatie. Zijn Geest grijpt ouderen zowel als jongeren aan. Gaat de verbinding tussen generaties verloren, dan zwijgt God. Wat zien we in de bijbelse geschiedenis? Tussen Maleachi en Matteüs – het laatste boek van het Oude Testament en het eerste boek van het Nieuwe Testament – valt een stilte van wel vierhonderd jaar. De dreiging lijkt realiteit te worden. Totdat Jezus de verhouding tussen God en generaties herstelt. Hij sterf aan een kruis om de verbinding te herstellen. God zal de Vader zijn van opeenvolgende generaties. Het Nieuwe Testament opent dan ook met een geslachtsregister.

Generaties nu
Maar wij dan? Hoe staan de huidige generaties ervoor? Nu de vergrijzing toeneemt en er een sterker beroep op een jonge generatie gedaan moet worden, dring de vraag zich op of kinderen wel geleerd hebben hoe ze betrokken kunnen zijn bij ouderen. Weten ze hoe ze naar hen kunnen luisteren? Wat horen ze eigenlijk? Valt er wel wat te luisteren? In hoeverre zijn ouders betrokken bij hun kinderen? De meeste mensen nemen er genoegen mee dat we in een wereld leven waarin jong en oud hun eigen gang gaan.

Het wordt hoog tijd dat we ons bezinnen op de verhoudingen tussen generaties, willen we Gods werk niet in de weg zitten. We zullen naar onszelf moeten kijken en naar ons huwelijk. Wie zijn we? Voor wie leven we? We zullen ook naar onze ouders moeten kijken en naar onze kinderen. Hoe liggen onze verhoudingen? Bestaat er een gezonde relatie tussen ons en de verschillende generaties? Hebben we het verleden met onze ouders goed afgesloten, om de toekomst met onze kinderen wijs en evenwichtig op te kunnen bouwen? We zullen bereid moeten zijn om achterom te kijken én vooruit. Achterom: wat hebben we aangericht? Vooruit: wat staat ons te wachten? Het is zoals het alle generaties gaat: we nemen een erfenis mee. Wat doen we met die erfenis? Die vraag raakt ons privé-leven (hoe ga ik om met mijn ouders en mijn kinderen?), maar ook de hele samenleving (hoe gaan bevolkingsgroepen met elkaar om?). Het is mijn gebed dat God zijn licht laat schijnen over de huidige generaties en, net als in Genesis 1, scheiding aan zal brengen tussen licht en duisternis.

De erfenis
Generaties creëren een opeenstapeling van pijnlijke beslissingen en daden. Ouderen geven een nieuwe generatie een erfenis mee die de spiraal van zonde en schuld op z’n minst in stand houdt, maar vaak ook verergert. Wat hebben we onze kinderen te bieden? Wanneer ze het jeugdjournaal bekijken, worden ze niet vrolijk van de volwassen wereld. Dreiging, bedrog, overspel en misdaad spetteren van het scherm. Thuis zou een veilige plek moeten zijn, maar daar is het vaak niet veel beter. Eén op de drie kinderen heeft zijn of haar ouders zien scheiden, terwijl er nauwelijks aandacht was voor het rouwproces dat daarop volgde. We zijn druk, druk, druk. We zijn erin geslaagd om onze kinderen financieel alle voordeel te geven, maar voelen we ook aan wat onze kinderen voelen? Denken we mee met hun gedachtensprongen en is ons hart bij hen betrokken?

“Iedere generatie moet de volgende haar excuses aanbieden.” zei iemand eens. Dat mag dan waar zijn, maar met een beetje sorry zeggen en een mooie computer cadeau doen geef je een kind nog geen levensvisie.
We kunnen een nieuwe generatie weinig perspectief bieden, ondanks alles wat we economisch en materieel hebben gepresteerd. We hebben leren leven met het geluk van de dag, maar onze visie op de toekomst reikt nauwelijks verder dan de nodige verzekeringen die ons geluk moeten waarborgen. Eigenlijk zeggen we tegen onze kinderen dat ze zelf maar moeten weten hoe ze zullen leven. De erfenis die we hen meegeven is een prachtige schatkist zonder inhoud.

Goed nieuws
De bijbel dwing ons om realistisch te zijn. God gaat niet om de feiten heen dat generaties een zware last aan elkaar doorgeven. Sterker nog, hij legt de vinger op de zere plek: die last wordt veroorzaakt doordat mensen in hun hart tot het kwade geneigd zijn; niemand uitgesloten. Met de resultaten van dat gedrag heeft elke generatie te kampen, lezen we in Exodus 20 vers 5. ‘…Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten…’ Maar hij geeft ook een belofte: ‘maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.’ God doorbreekt de erfenis die generaties aan elkaar doorgeven en verandert mensen met de kracht van zijn Geest, die vanuit de dood nieuw leven schept. Dankzij Jezus hoeven we niet te blijven steken in onze erfenis. Hij maakt alle dingen nieuw, ook alles wat we meekregen van vorige geslachten. We zien dat bijvoorbeeld terug in het antwoord dat Jezus geeft op de vraag van de discipelen of een blindgeborene in die toestand geraakt is vanwege de zonde van zijn ouders, of vanwege zijn eigen zonde. Jezus zegt dat het daar niet om gaat, maar dat “Gods werk door hem zichtbaar moet worden” (Johannes 9 vers 3). Van dat verlossingswerk kan elke generatie profiteren.

Iedereen krijgt de mogelijkheid om de erfenis van vorige generaties te verwerken en opnieuw te beginnen. We mogen de spiraal van zonde en schuld een halt toeroepen en zo voor een volgende generatie betere condities scheppen. ‘Dan zal men niet meer zeggen: als de ouders onrijpe vruchten eten, krijgen de kinderen stroeve tanden, maar zal wie zondigt om zijn eigen zonden sterven; wanneer iemand onrijpe druiven eet, zullen zijn eigen tanden stroef worden’, lezen we in Jeremia 31 vers 29 en 30. Het is Gods bedoeling dat we onze eigen verantwoordelijkheid op ons nemen en niet blijven steken in verbittering tegenover vorige generaties. Daarom zullen we ons er rekenschap van moeten geven hoe we tegenover vorige generaties staan. Mensen worden volwassen om zorg te kunnen dragen voor hun kinderen. Er wordt van ieder mens gevraagd om zijn kindertijd op een gezonde manier af te sluiten. We zullen klaar moeten zijn met ons verleden om anderen de toekomst in te kunnen leiden. Er is verzoening nodig tussen generaties: de wilskracht om elkaar geen schuld aan te rekenen, ook al zit er misschien veel pijn. Hoe zouden we anders naar elkaar kunnen luisteren? En we hebben elkaar zoveel te vertellen!
Wat hebben we elkaar eigenlijk te vertellen? De ‘grote verhalen’ zijn uit onze postmoderne samenleving verdwenen, wordt er gezegd. Maar de vragen ‘waar kom ik vandaan?’, ‘waar ben ik naar op weg?’ en ‘waarom leef ik?’ stelt elke generatie opnieuw. De behoefte aan een bevredigend antwoord op die vragen leeft bij alle kinderen van alle tijden. Daar kan één groot verhaal, één geschiedenis in voorzien. Wat Jezus Christus tweeduizend jaar geleden in de geschiedenis heeft verankerd kan voor elke nieuwe generatie als een baken dienen om met volle kracht op af te koersen. Er is vergeving mogelijk, want er is geen veroordeling meer voor wie in Christus Jezus zijn (Romeinen 8 vers 1). Maar dat moet die generatie wel aangereikt krijgen van een oudere generatie die dat zelf eerst ontvangen en doorleefd heeft.

Hoop voor elke generatie
Generaties bouwen Gods koninkrijk de toekomst in. Er ligt voor elke generatie een opdracht om de volgende generatie de hoop mee te geven die God mensen biedt: het zicht op een leven in zijn nabijheid, waarin niet alleen iemands persoonlijk leven verandert, maar ook zijn of haar familie, omgeving en zelfs een complete maatschappij.
Hoe kunnen we een schakel zijn in Gods plan met generaties? Gods woord geeft de richtlijnen daarvoor. De bijbel is realistisch en vraagt om een reactie. Realistisch reageren is: de feiten onder ogen zien en de verantwoordelijkheid nemen, in het vertrouwen dat God zijn beloften waarmaakt. De feiten zeggen dat generaties in deze tijd ver uit elkaar leven. Het respect is zoek. We zijn verhard en onverschillig geworden tegenover elkaar. Willen we verantwoordelijkheid nemen, dan zullen we de tijdgeest een halt toe moeten roepen en jong en oud dichter bij elkaar moeten brengen. We zullen ruimte moeten maken voor het werk van de heilige Geest, die de tijdgeest doorbreekt en ons de houding van Jezus wil leren, waardoor het mogelijk wordt dat generaties zich met elkaar verzoenen en zich elkaars lot aantrekken.

Hoe doen we dat? Misschien moeten we klein beginnen. Eerst bij onszelf. We zullen onder ogen moeten zien hoe onze verhouding is met de vorige generaties die ons beïnvloed hebben.
Misschien moet ik bepaalde bitterheid opruimen en me verzoenen met mijn ouders, of met geestelijke leiders. Pas dan kan ik vooruit kijken naar de toekomst van een nieuwe generatie.
Ook kan er huiswerk liggen binnen ons gezin. Hoe ga ik om met mijn echtgenoot of echtgenote? En hoe ben ik een vader of moeder voor mijn kinderen? Heb ik een warme relatie van hart tot hart met hen, of ben ik slap en inconsequent, of streng en afstandelijk, of druk en zonder aandacht?
Misschien moeten generaties dichter bij elkaar worden gebracht in de kerk. Moet daar meer aandacht geschonken worden aan kinderen en moeten we leren met hen om te gaan als volwaardige mensen. Misschien moet er meer vertrouwen gegeven worden aan jonge mensen, zodat er ruimte voor hen ontstaat om met hun eigen taal en cultuur hun plaats in te nemen in de kerk. Misschien is het nodig dat er mensen zijn die naast jongeren willen gaan lopen om hen te coachen. in ieder geval is er veel genade nodig, veel voeding met het evangelie van de genade. Generaties moeten met elkaar leren spreken vanuit genadetaal.
Een nieuwe generatie vraagt om het beste van onszelf. Daarin kunnen we leren van Jezus en hoe Hij bad en omging met zijn discipelen; of van Paulus, die een team van jonge mensen om zich heen verzamelde en aan de kerk in Tessaloniki schreef dat hij niet alleen het evangelie met hen wilde delen, maar ook zijn eigen leven (1 Tesssalonicenzen 2 vers 8).

Een hartsrelatie
God heeft veel op met generaties; de hele bijbelse geschiedenis is daarvan doortrokken. Johannes schrijft: ‘Vaders, u kent hem die er is vanaf het begin’ (in 1 Johannes 2 vers13). God is van begin af aan van plan geweest zich te verbinden met generaties. Pas als je hem zo kent, kun je als een vader zijn voor een nieuwe generatie. Het werk van Gods Geest wordt gekenmerkt door vaders die zich tot hun kinderen keren en kinderen tot hun vaders. Hoe doen ze dat? Met hun hart, staat er in Maleachi: ‘hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders’ (‘ hun harten naar elkaar zal neigen’, zeggen oudere bijbelvertalingen). God spreekt ons hart aan, onze diepste motieven en verlangens. Leeft daar liefde voor de generaties om ons heen? Is een nieuwe generatie onze prioriteit? Dan krijgt ons gezinsleven en de opvoeding die we onze kinderen geven een diepere betekenis, net als onze plaats in onze familie, de kerk en in de samenleving. Volwassen mensen zijn er voor nieuwe generaties!

God is de God van Abraham, Isaak en Jakob; de God van vaders, zonen en kleinzonen; de God van generaties. Geloof in de God van generaties geeft vertrouwen in een nieuwe generatie. Hij zet zijn werk voort als wij ons beschikbaar stellen en bereid zijn het beste van onszelf te geven. Wat hebben we een nieuwe generaties te bieden? De beste erfenis die we door kunnen geven is de hoop die niet verflauwt: het toekomstbeeld dat God de beloften uit zijn woord waar zal maken. Die hoop is niet in woorden te vangen, in diploma’s of bezittingen. Je kunt hem ook niet veilig stellen in financiële inkomsten of verzekeringen. Hoop op een zinvolle, bevredigende toekomst ontvang je van God. Het is het geloof en vertrouwen dat Jezus Gods plan zal volbrengen, niet alleen in ons, maar ook in onze kinderen. Die hoop mogen wij doorgeven. Hoe? Via een hartsrelatie.

Willem de Vink