Lijstje favoriete beeldende kunst

Ingmar Bergman – Fanny en Alexander (film, 1982)
En dan de lange versie. Let op hoe de verbeelding hier opbotst tegen de rede, het spel tegen de strakke organisatie, dwingende regels tegen warme liefde, genade tegen wet. Of eigenlijk hoe het kind botst op de volwassene uit wie het kinderhart dreigt te worden geroofd. Want in alle kamers die Bergman tevoorschijn tovert beleef je het magische kinderleven te midden van een theater van volwassenen, maar ook de dreiging dat hun eigenheid verloren gaat.

Jheronimus Bosch – Tuin der Lusten (rond 1480-1490)
Wat een fijne tentoonstelling was dat in 2016 in Bosch’ eigen Den Bosch. Neem dit drieluik. Hoe langer je ernaar kijkt, hoe meer je verdwaalt in een bizarre wereld van voorstellingen. Ze vervreemden, verontrusten en maken je soms aan het lachen. Deze meester van de verbeelding vermengt het al te menselijke met bizarre bovennatuurlijke taferelen om te ontwapenen, te leren, te waarschuwen en aan te moedigen.

Marc Chagall – The Stained Glass Windows in Jerusalem (glas in lood, 1962)
Eerst de gangen van het Hadassah ziekenhuis door, dan een kleine maar hoge kapel in waar gebroken licht in alle kleuren van de regenboog naar binnen valt op een kastje met heilige boeken. Dan kijk ik omhoog en zie ik rondom me enorme glas-in-loodramen. De afbeeldingen geven de twaalf stammen van Israël weer. Ik ga zitten en laat me onderdompelen in deze wirwar van lijnen en kleurvlakken. Steeds meer zie ik. Hoor ik, omdat de tekeningen gaan spreken. Ik neem de zegeningen van Jakob voor zijn zonen in me op. Ik blijf kijken. Naar Chagall kun je blijven kijken.

Michael Dudok de Wit – Father And Daughter (animatie, 2000)
Tedere verbeelding van het afscheid dat een vader en een dochter van elkaar nemen. Parallel aan hun afscheid zie je hoe ze afscheid nemen van het oude Nederlandse landschap. Dudok de Wit heeft natuurlijk vooral indruk gemaakt met zijn avondvullende tekenfilm ‘The Red Turtle’. Maar dit oudere werk vind ik puurder. Aan deze oscarwinnende korte tekenfilm werkte ook mijn vriend Arjan Wilschut mee.

Rineke Dijkstra – Pas bevallen moeders met hun baby’s (foto’s, 1994)
Zo rauw en ook zo teer: hoe het leven begint.
Je ziet de oerband moeder-kind.
Maar wat maakt de beelden zo kwetsbaar?
De eenzaamheid.
Er ontbreken vaders.

Gebroeders Van Eyck – Het Lam Gods (1426-1432)
Het is natuurlijk geweldig dat je voor dit topstuk uit de late Middeleeuwen niet naar Italië hoeft, maar gewoon in Gent kunt gaan kijken. Hubert en Jan van Eyck zijn meesters in de details. Ze waren ook een van de eersten die in olieverf schilderden. De taferelen op de houten panelen zijn een indrukwekkende bijbelstudie. De schilders hebben Jezus in hun eigen tijd geplaatst (op de achtergrond van het hoofdpaneel zie je de Utrechtse Domtoren).

M.C. Escher – Reptielen (1943)
Geweldig hoe die man kon tekenen. Vooral als je een hele serie platen bij elkaar ziet raak je onder de indruk van zijn rekenkunst in tekeningen. Die metamorfosen en perspectiefwisselingen. Dat spel met regelmatige vlakverdelingen, verdwijningen, rotatiepunten, 2D en 3D – zonder computer, hè. Deze gedistingeerde man werd een held onder hippies en staat weer volop in de belangstelling. Ik had hem als tiener al in het vizier.

Ari Folman en David Polonsky – Wals met Bashir (animatie, 2008)
Wat doet een soldaat met zijn oorlogstrauma’s? (Ik had een vader met een oorlogstrauma.) Aangrijpende animatiedocumentaire (en ook een stripboek) van een Israeliër die op zoek gaat naar zijn verdrongen herinneringen. Langzaam komt bij hem terug dat hij als onnozele soldaat betrokken was bij het bloedbad in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shatila. Deze geschiedenis speelde zich in 1982 af in Libanon. Zelf was ik in 1988 in Libanon op het moment dat daar de burgeroorlog oplaaide. De mortieren vlogen om mijn hoofd toen ik halsoverkop de boot naar Cyprus moest nemen.

Gaudi – Sagrada Familia (architectuur, 1882-heden)
Mijn vrouw en ik kwamen van een conferentie van christelijke leiders die wel konden kletsen maar geen idee hadden hoe ze moesten aanbidden. Toen we een dag daarna door dit wonderbaarlijke bouwwerk in Barcelona dwaalden kwam er alsnog spontaan aanbidding in me op. Alles wijst omhoog. Volgens mij was dit ook wat Gaudi als architect met zijn werk beoogde: dat het een kathedraal van aanbidding zou zijn. Er wordt nog steeds aan gebouwd.

Vincent van Gogh – De barmhartige Samaritaan (schilderij, 1890)
Laatst was ik er weer, om een groep rond te leiden. Vaak heb ik er in het Kröller-Müller museum in Otterlo naar staan kijken. Hoe Van Gogh van zichzelf een barmhartige Samaritaan maakte, terwijl hij toch eigenlijk eerst zelf een barmhartige Samaritaan nodig had. Ik besloot er een boek over te schrijven: ‘Dit is liefde, Vincent.’

Peter Howson – Harrowing Of hell (schilderij, 1999)
Nooit een kunstwerk gezien dat het plunderen van de hel weergeeft. Nooit een preek over gehoord ook. Howson laat in vier ‘Hades’-schilderijen zien dat de hel het leven hier en nu is. En dat Jezus erin gekomen is om…

Nou, om wat?

William Kentridge – Felix In Exile (animatie, 1994)
Ik vond het er op het eerste gezicht een beetje knullig uitzien, wat schetsmatig gepruts wat bewoog. Maar naarmate ik langer keek raakte ik meer geboeid. Deze Zuid-Afrikaanse kunstenaar geeft met een beeldenstroom aan projecties van houtskooltekeningen, collages, teksten, gespeelde voorstellingen en animaties rauw, eerlijk, persoonlijk commentaar op zijn wereld, onze wereld.

Käthe Kollwitz – Die Überlebenden (tekening, 1923)
Marian en ik bezochten het museum dat in Berlijn aan haar gewijd is. De tekeningen, schilderijen, beeldhouwwerken samen tonen een vrouw vol compassie. Bij alle ellende die ze registreerde (twee wereldoorlogen) ook opvallend veel omhelzingen.

John Everett Millais – De timmermanswerkplaats (1850)
Op dit schilderij zie je Jezus die zich verwond heeft aan een spijker. Ik ben altijd gek geweest op de Prerafaëlieten, een groep Britse kunstenaars die een pure weergave van de realiteit nastreefden, maar wel om verheven ideeën te verbeelden. En geloof. Ze wilden van hun kunst een levensstijl maken die zelfs terug te vinden was in het behang in hun huizen. En in de boeken die ze zelf maakten. Thuis heb ik een facsimile van het boek ‘The Canterbury Tales’ liggen, ontworpen door William Morris en geïllustreerd door Edward Burn-Jones.

Edward Munch – De schreeuw (1893)
Toen ik op m’n zeventiende door Noorwegen liftte stond ik op een bepaald moment oog in oog met dit schilderij. Ik voelde de oerkreet van deze wereld door mijn lijf gieren. Dit werk was toen nog niet zo’n icoon als nu. Ik weet ook niet of veel mensen er hetzelfde bij voelen als ik toen.

 

Emil Nolde – Kruisiging (schilderij, 1912)
Je wandelt in Seebüll door een serene tuin die de vrouw van de kunstenaar tot haar eigen kunstwerk maakte het kunstenaarshuis binnen. Trappen af, de kelder in, krijg je een klap voor je kop. Recht voor je hangt Jezus gekruisigd, omstuwd door een kluwen ruwe mensen. Zo vol vuur geschilderd, zo gruwelijk raak en extatisch, zo primitief expressief. Een visioen dat mijn diepste roerselen raakt.

Rembrandt van Rijn – Honderdguldenprent (tekening, 1646-1650)
Jezus straalt. Erasmus en Socrates zijn onder zijn gehoor. Wetsbetrachters wenden zich af, maar de mensen die smachten naar genade stromen toe. Breng je neus naar de prent. Wat kon die man tekenen! Je kunt in zijn etsen goed zien hoe Rembrandt excelleerde in zijn hoofd-hand coördinatie. En hoe hoog hij Jezus had.

Charlotte Salomon – Leven? of Theater? (kunstenaarsboek, 1942)
Jonge Joodse vrouw schilderde tijdens de oorlog haar levensverhaal als een theatervoorstelling in ruim 800 platen. Het was voor haar een vorm van overleven. In 1943 werd ze in Auschwitz vermoord. Het boek met reproducties had ik al. In het Joods Historisch Museum in Amsterdam bekeken Marian en ik pas alle originelen.

Carel Willink – Simeon de pilaarheilige (schilderij, 1939)
Leo van Halem, mijn tekenleraar op de middelbare school, nam mij mee naar een tentoonstelling magisch realisten in Antwerpen. Daar was ook werk van Carel Willink te zien. Ik hou nog steeds van het sinister realisme van de Amsterdamse schilder met de witte bakkebaarden. Willink schilderde dit werk in 1939, het jaar dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Kijk hoe de vrome met zijn rug naar de stad toegekeerd zit, terwijl die in brand staat. (Lees mijn essay over de stad.)

Ossip Zadkine – De verwoeste stad (beeld, 1953)
Indrukwekkende verbeelding van Rotterdam, de stad waar het hart uit gebombardeerd werd. Tegenwoordig kun je via rode lampjes in het trottoir de ruim 12 kilometer lange brandgrens volgen. Ook op het Noordereiland waar ik woon heb je van die lampjes (groen, omdat niet de Duitsers, maar de Engelsen hier bombardeerden). Het beeld was een geschenk van de Joodse eigenaren van de Bijenkorf aan de stad. De Russische beeldhouwer maakte een verkrampte figuur met een gat in zijn borstkast. Hij heft zijn armen omhoog, alsof hij de hemel te hulp roept. Ik weet niet of het hart van de stad inmiddels geheeld is. Wel weet ik dat er maar weinig handen omhoog gaan.

(Lees ook mijn artikel ‘Genade in kunst’.)