Lijstjes favoriete boeken

Hier mijn lijstjes favoriete boeken – onderverdeeld in 1. Wereldliteratuur tot 1900 2. Wereldliteratuur vanaf 1900 3. Nederlandse literatuur 4. Non-fictie 5. Kinderboeken. Van elke auteur één boek. (Lees ook mijn artikel ‘Genade in literatuur’.)

 

1. WERELDLITERATUUR TOT 1900

Dante Aligierhi – Goddelijke komedie (1321)
Volgens veel boekenliefhebbers is dit zo’n beetje het belangrijkste boekwerk van voor 1900. Het gaat over alles wat dankzij Gods genade bestaat, zichtbaar en onzichtbaar. Zelf kom ik er maar moeilijk doorheen, al ben ik best geïnteresseerd in de visie van Dante op hemel en hel. Ik lees het daarom zo af en toe in partjes.

John Bunyan – De christenreis naar de eeuwigheid (1678)
Puriteinse allegorie van een Brit die voor zijn geloof in de gevangenis zat. Van het eerste deel maakte ik op mijn zeventiende een strip (opgenomen in ‘Stripverhaal Wereldtaal’).

Bijbelauteur – Job (mogelijk rond 458 voor Chr.)
Er staan natuurlijk alleen maar geweldige boeken in de Bijbel. Allemaal wereldliteratuur, als je bedenkt dat ze alle zesenzestig al eeuwenlang over de hele wereld worden gelezen. Ik vond het een geweldige exercitie om veel van die machtige verhalen en brieven door te geven aan tieners in de Tienerbijbel. Ook Job. Wat me daarin opviel: de vierde vriend plaatst het verhaal middenin het hart van de Bijbel. Job heeft een middelaar nodig. Dat is de kern van alles alles wat de Bijbel wil zeggen. (Lees ook mijn artikel ‘Waarom de Bijbel?’)

Fjodor Dostojevski – De gebroeders Karamazov (1880)
Ik las al jong ‘Schuld en boete’. Geweldig hoe een enkel bijbelvers het oordeel wegneemt. ‘De gebroeders Karamazov’ vond ik moeilijker. Maar na herlezing boeide het me meer en meer. Die broers die de consequenties van hun levensvisie moeten aanvaarden. En dan die ene broer die daar eenvoudig en vrij tussendoor beweegt, omdat hij vol is van genade.

Aeschylus – Oresteia (800 voor Chr. of eerder)
Ik zat in het foyer van de Utrechtse Stadsschouwburg te wachten tot de voorstelling van dit Griekse drama zou beginnen. Intussen maakte ik een praatje met wat gymnasiasten. Ze waren op de voorstelling afgekomen omdat in het verhaal de eerste tekenen van democratie te vinden zijn. Pallas Athene laat de stadsbevolking namelijk stemmen of Orestes gedood moet worden of gratie zal krijgen. Er is dan al een opeenvolging van bloedbaden geweest. Ik gaf de scholieren mijn mening dat de wereld genade nodig heeft om de spiraal van geweld te doorbreken. Geloof in Jezus kan je daarbij helpen, zei ik. Daar waren ze het niet mee eens. Genade was voor slappelingen, je moet sterk zijn en in jezelf geloven.

Homerus – Odyssee (800 voor Chr.)
Oermenselijk Grieks epos, waar alle elementen van een goed verhaal in aanwezig zijn. Het gaat over de reis en terugkeer van Odysseus naar zijn koninkrijk Ithaca. Maar voordat hij als overwinnaar zijn vrouw Penelope weerziet, heeft hij eerst allerlei opdrachten moeten vervullen.

Victor Hugo – De ellendigen (1862)
Verhaal middenin het rumoerige Frankrijk rond 1832. De onverschillige hoofdpersoon maakt een dramatische verandering door en wordt een weldoener. Heel boeiend vind ik hoe de genade van Jean Valjean de wet van Javert overwint. Dezelfde genade brengt tegelijkertijd twee geliefden bij elkaar.

Herman Melville – Moby Dick (1851)
Ik heb dit boek eerst in het Engels willen lezen, maar kwam er niet doorheen. Maar ook in het Nederlands breekt de waanzin van de eenbenige walvisvaarder Achab heftig door. Dat hij met zijn wraakzucht ten onder gaat was te verwachten.

Jonathan Swift – Gullivers reizen (1726)
Ik las de eerste twee verhalen op school. Vond de satire een beetje flauw en er dik bovenop gelegd. Bij herlezing kon ik het meer waarderen. De slechte eigenschappen van mensen worden kostelijk neergezet. Niet zo bekend laatste deel is wat mij betreft het mooiste: hoe Lemuel Gulliver in het land van de Houyhnhnms leert wat echt van waarde is in een mensenleven.

Anton Tsjechov – Verzamelde verhalen (1880-1886)
Russische alledaagsheid, met humor en mededogen beschreven. Ik hoor ze praten, al die mensen die Tsjechov opvoert, en moet erom glimlachen. Zijn verhalen helpen me om met humor en mededogen naar de mensen om me heen te kijken.

 

 

2. WERELDLITERATUUR VANAF 1900

Pearl Buck – De goede aarde (1931)
Ik weet zo gauw niet hoe ik aan dit boek kwam. Ik weet wel dat dit mijn eerste kennismaking met China was. Dat vreemde oude China. Dankzij deze schrijfster, dochter van zendelingen en Nobelprijswinnaar die opgroeide in China.

Shuzako Endo – Stilte (1966)
Adembenemend boek over de verspreiding en teloorgang van het christendom in het Japan van de zeventiende eeuw. Neemt je mee in de vraag hoe ver Gods genade reikt. En je eigen geloof. Eigenlijk alle boeken van deze onovertroffen schrijver draaien om dat soort vragen. Ze testen ook mijn geloof. Ik blijf ze lezen.

Gabriel Garcia Marquez – Honderd jaar eenzaamheid (1967)
Familiekroniek speelt zich af in de magische belevingswereld van Zuid-Amerika. Laat zien dat de geschiedenis zich voortdurend herhaalt en vaak zinloos, zelfs krankzinnig is. Generaties blijven met elkaar verbonden, maar individuen leven met hun onbegrepen geheimen in eenzaamheid. Tenminste, zo kijken we naar het leven als we het zinloos vinden.

Herman Hesse – Siddhartha (1922)
Ik sprak een kleindochter van Herman Hesse. Ze was christen en vond de boeken van haar opa maar niks. Ik was het niet met haar eens. Ik las Hesse al als tiener. Dit boek stelde me voor de vraag hoe ik zou willen leven: als asceet, hedonist of ergens ertussenin. Ik besloot om Jezus te volgen.

Jonathan Littell – De welwillenden (2006)
Er is veel indrukwekkends geschreven over de Tweede Wereldoorlog. Het aangrijpende ‘Dagboek van Anne Frank’ natuurlijk. ‘Is dit een mens’ van Primo Levi. Maar ‘De welwillenden’ beschrijft de oorlog vanuit Duits gezichtspunt. De meest misselijkmakende gruwelijkheden die aan het Oostfront werden bedreven passeren de revue. Mijn vader vocht daar als Waffen-SS. Wat hij nooit heeft willen vertellen lees ik in dit boek.

George Orwell – 1984 (1949)
Beklemmende beschrijving van een wereld waarin iedereen iedereen controleert om de hoogste macht te gehoorzamen. Ik las het boek als tiener. Daarna heb ik in communistische landen gereisd waar ik aan deze beschrijving moest denken. Ik ken ook wel kerken die zo’n streng gecontroleerde gemeenschap creëren. Trouwens, onze ‘vrije’ samenleving heeft ook steeds meer die neiging.

Amos Oz – Een verhaal van liefde en duisternis (2015)
De geschiedenis van het ontstaan van Israël in persoonlijke verhalen. Ook van het ontstaan van het Iwriet en wat die gemeenschappelijke taal met een samenleving doet. En van het leven van de schrijver in Jeruzalem. Zijn vader, moeder, hijzelf als jochie die zichzelf ontdekt als kunstenaar. Schrijvers als Amos Oz en David Grossman helpen me om met genadevolle ogen in Israël rond te kijken, zonder de bittere omstandigheden te ontkennen.

Chaim Potok – Mijn naam is Asjer Lev (1972)
Joodse jongen ontdekt zijn tekentalent en wil kunstschilder worden. Zijn omgeving begrijpt hem niet en wil hem verstoten. Dan schildert hij Jezus gekruisigd, met zijn ouders als getuigen. Aangrijpend verhaal waar ik veel in herken. Ook ik voelde me vaak een eenling en heb mijn talent moeten verdedigen, al was dat niet zo pijnlijk als in dit boek.

Bruno Schulz – De kaneelwinkels en Sanatorium Clepsydra (1933)
Simpele vertellingen van een huis, straat, wijk in Polen? Nee, magistraal spel met taal, waarin de werkelijkheid wordt omgetoverd in een mysterie. Naast zijn taalgebruik is ook Schulz’ tekenwerk verbazingwekkend (te zien in Yad Vashem, Jeruzalem).

J.R.R. Tolkien – In de ban van de ring (1954)
Ik moest naar Gouda, maar bleef in de trein zitten tot Rotterdam, in de ban van de ring. Ik verslond de boeken lang voordat ze verfilmd werden. Tolkien heeft ervoor gezorgd dat ik met andere ogen naar bomen, schaduwen en mensen om me heen kijk.

 

   

3. NEDERLANDSE LITERATUUR

J. Bernlef – Hersenschimmen (1984)
In den beginne was het Woord. Maar wat als je langzaam gaat dementeren en je taalvermogen verliest? Tijdens het lezen ‘hoor’ je hoe de uitdrukkingsvaardigheid van de hoofdpersoon langzaam aftakelt en stagneert. Bij het dichtslaan van het boekje bleef ik verbijsterd zitten met de vraag: wie ben je nog zonder taal? Gelezen in de tijd dat mijn moeder begon te dementeren.

Frederik van Eeden – De kleine Johannes (1885)
Boeken waarin kinderen volwassen worden boeien me. Dit is er zo een die ik zelf al jong las. Johannes wordt een klein wezentje en bekijkt de wereld daardoor met nieuwe ogen. Er is een boek dat antwoord geeft op al zijn vragen, maar hij is alweer groot voordat hij het kan lezen. Hij zal er als volwassene naar op zoek moeten gaan. Vind ik.

Hella S. Haase – Heren van de thee (1992)
Sympathieke aanvulling op de bijtende Max Havelaar van Multatuli (1860). Prachtige beschrijving van de koloniale cultuur in Indonesië. In deze familieroman beleef je hoe verschillend Nederlandse families in het leven daar stonden. Het boek laat ook zien wat een wereld er achter onze simpele genoegens van theedrinken schuilgaat. Ik heb zelf theeplantages bezocht in China en Nepal.

W.F. Hermans – Nooit meer slapen (1966)
Reisverslag, maar ook het verslag van een innerlijke ontwikkeling, waarin een jonge student tegen zijn onmacht aanloopt om zijn doelen te realiseren. Noorwegen, daar liftte ik op mijn zeventiende al naartoe. De reis door mijn eigen verlangens en motieven blijf ik maken.

Herman Koch – Red ons, Maria Montanelli (1989)
Moderne variant op ‘Kees de jongen’, ‘Bint’ en ‘Pietje Bell’. Hoe een tiener zijn schooltijd overleeft. Humoristisch, bijtend, ontroerend. Ik kreeg dit boek van een vriend en las het in een keer uit.

Harry Mulisch – De ontdekking van de hemel (1992)
In deze dikke pil neemt de mens het op tegen God. Dat is nogal wat. Maar zo typeert Mulisch waar de mens in zijn ontwikkeling uitgekomen is. De wet moet wijken, maar het aanbod van genade blijft onbeantwoord. Engelen kijken verbijsterd toe.

Jan Willem Otten – Specht en zoon (2004)
Natuurlijk kan een schilderij spreken. Waarom niet een heel boek lang? Vooral als het een portret is van een overleden jongen die geadopteerd werd. Maar hij is misbruikt. Wat gebeurt er dan met zijn omgeving als hij uit de dood opstaat? Ik heb dit boek aandachtig meerdere keren gelezen. Ben van plan dat weer te doen.

Thomas Roozenboom – Publieke werken (1999)
Als je aan woningruil doet word je soms verrast door de boekenkast. Dit boek kwam in Amsterdam tevoorschijn. Ik ben gelijk naar het stationsplein gelopen waar het kleine huisje te zien is, ingekapseld in een groot hotel. Roozenboom heeft de geschiedenis van het huis en haar bewoners kostelijk beschreven. En het wanhopige minderwaardigheidscomplex dat door het huisje wordt gesymboliseerd.

J. Slauerhoff – Het Lente-eiland en andere verhalen (1933)
Ik geniet van de poëtische taal en beeldende beschrijvingen van deze scheepsarts, dichter, schrijver. Bij het lezen van ‘Het Lente-eiland’ zie ik beelden van de Chinese prentkunst voor me waar ik zo van hou. Ik heb een prachtige gebonden uitgave van dit boekje met foto’s van het Chinese eiland van Marco van Duyvendijk.

Tommy Wieringa – Dit zijn de namen (2012)
Mensen op de vlucht, op zoek naar een beter leven. Wanneer krijgen ze een naam? Als ze de ander hebben geaccepteerd? Maar die is juist de concurrent. Kan godsdienst helpen om bij jezelf en de ander uit te komen? Uiteindelijk komt geen enkele droom uit en belanden de vluchtelingen in een corrupte stad. Of durft er toch nog iemand te geloven dat hij voor iets beters bestemd is? Dit tijdloze verhaal nam me mee in de zoektocht naar afstamming en bestemming die veel mensen bewust of onbewust doormaken.

 

 

4. NON-FICTIE

Michka Assayas – Bono over Bono (2005)
Franse journalist voert gesprekken met de frontman van U2. Wat een prachtige vent is dat. Grappig, eerlijk, scherp, gedreven. Kan haarfijn uitleggen waarom hij gelooft in Gods genade. Iemand die zijn talenten zo goed benut inspireert me. Het boek ontdekte ik in de kast van een huis in Limburg waar Marian en ik een paar dagen verbleven tijdens een woningruil.

J.M. Coetzee – Wat is een klassieke roman? (2008)
Helpt je om romans te leren lezen en waarderen. Van een Zuidafrikaanse schrijver die romans kan lezen én schrijven. Ik lees ze graag, ik leef me graag in. Ik heb er ook ooit een geschreven, mijn eigen autobiografie ‘Getekend’, als je dat tenminste een roman mag noemen.

Scott McCloud – Understanding Comics: The Invisible Art (1993)
Hoe je stripverhalen kunt lezen, bekijken, schrijven, tekenen. Wat een prachtige kunstvorm is de strip toch. Het vraagt om rustig, aandachtig lezen en bekijken en je mee laten nemen in een heel eigen beeldtaal. Blij dat ik het beste verhaal dat vertelt kan worden in zoveel talen aan zoveel mensen mag doorgeven. ‘Jezus Messias’ wordt zelfs gelezen op plekken waar nog niet één ander stripverhaal en ook geen boek of film is doorgedrongen.

Michael Eaton – No Condemnation (2011)
Stoutmoedig theologisch werk brengt Arminianisme en Calvinisme samen. Eaton legt de basis voor een nieuwe kijk op genade, waar de kerk heel veel jaren mee vooruit kan. The Grace Factory gaat dit belangrijke werk voor de hedendaagse kerk in het Nederlands uitbrengen.

Edwin Friedman – Van geslacht op geslacht (1985)
Deze rabbijn uit New York heeft me geleerd dat de kerk geen leiderschap nodig heeft, maar vaderschap. Geen managementmodellen, maar gezinsmodellen. Ik wil zo’n onbezorgd aanwezige vader zijn als hij beschrijft.

René Girard – Ik zie Satan als een bliksem uit de hemel vallen (1999)
Ik heb al zijn boeken gelezen, herlezen en bestudeerd. Girard laat zien hoe wezenlijk Jezus en het offer van zijn leven is. Omdat het de spiraal van schuld en wraak die alle samenlevingen in de greep houdt doorbreekt. Als we niet langer de ander willen zijn (de mimesis zoals hij dat noemt), maar ons verlangen richten op Jezus (de laatste en definitieve zondebok), verdwijnt de afgunst en haat die ons tegenover elkaar plaats. De ontdekkingen die Girard in zijn wetenschappelijk werk deed over de uniciteit van Jezus maakte van hem een overtuigd christen. Hij hielp mij om nog meer Gods genade te bewonderen en te omarmen.

G.H. Hardy – Apologie van een wiskundige (1940)
Heeft me geleerd wat wetenschap is en hoe te waarderen. Wel grappig hoe hij die verheerlijkt. Als je wetenschap zou verwisselen met evangelie had je een theologisch standaardwerk. (Wetenschap is voor veel mensen trouwens het nieuwe evangelie.)

Geert en Gert-Jan Hofstede, Michael Minkov – Allemaal andersdenkenden (1991)
Sinds de torenbouw van Babel wisten we het al. Maar nu wetenschappelijk vastgelegd: hoe gevarieerd de wereld is met al z’n culturen. Je opvoeding en omgeving bepalen hoe je denkt over identiteit, individualiteit, collectiviteit, gezag, veiligheid, man-vrouw, enzovoorts. En dat is in Singapore extreem anders dan in Rotterdam, bijvoorbeeld. Ik hou ook van boeken als ‘Operation World’ (met alle landen van de wereld), ‘Ethnologue (met alle talen van de wereld), ‘1000 Families’ (fotoboek), ‘De naakte mens’ (gedrag mens en dier) en ‘Zie de mens’ (over onze soortgenoten). Ik kan enorm genieten van al die verschillen als ik bedenk dat God daarin is en er ook zo van geniet. Dat wordt wat, straks voor Gods troon!

Ollie Johnston en Frank Thomas – Disney Animation: The Illusion Of Life (1981)
Machtig boek met ‘the making of..’ van al die geweldige Disney klassiekers waar mijn vrouw en ik en naderhand ook mijn kinderen mee zijn opgegroeid. (Inmiddels volwassen, kunnen zij nog steeds hele delen reproduceren en gebruiken als geheimtaal.) Samengesteld en geschreven door twee grootmeesters van de handgetekende tekenfilm.

Daniël Kahneman – Ons feilbare denken (2011)
Hoe denken we eigenlijk? Wat ervaren we en hoe kijken we erop terug? Hoe laten we ons beïnvloeden? Waar kunnen we van opaan? Echt een boek voor mensen uit het communicatievak zoals ik.

Thomas a Kempis – De navolging van Christus (14711-1472)
Meest gelezen Nederlandse schrijver was een leerling van de Moderne Devotie in Deventer. Als kopiïst schreef hij de Bijbel minstens vier keer over. Ik herken zijn leven in een klooster, ik leefde zelf vijftien jaar in een leefgemeenschap. De gebeden van deze mysticus helpen me om de wereld om me heen wat minder serieus te nemen en mijn omgang met God serieuzer.

C.S. Lewis – Onversneden christendom (1952)
Britse schrijver en apologeet lees ik al vanaf mijn tienerjaren. Dit boek hielp me om trots te zijn op mijn geloof. Want geloven in Jezus geeft me een rijker leven dan geloven in mezelf.

H. Lewis-Jones and Kari Herbert – Explorers’ Sketchbooks (2016)
Ik reis graag en reis ook graag met anderen mee in boeken. En als ze dan ook nog schetsboeken maken is dat helemaal top. Vooral als het toptekenaars zijn. Bedankt Ivo voor dit cadeau.

Henri Matisse – Jazz (1947)
Ik hou van boeken over kunstenaars en nog meer van boeken die kunstenaars zelf maken. In De Fundatie in Zwolle zag ik in 2009 de originelen van het knipwerk dat Matisse maakte toen hij zijn handen niet meer kon gebruiken om te schilderen. Ik wou dat ik het gemaakt had!

H.K. Miskotte – Bijbels ABC (1941)
Miskotte laat je proeven van de woordwereld van de Bijbel. Hij spelt en bewondert de heilige tekst zo aanstekelijk dat je er vanzelf van in aanbidding raakt. Ik wel. Al jaren.

Steven Naifeh en Gregory White Smith – De biografie Vincent van Gogh
Sprekende schilderijen, ja – maar zijn brieven zijn natuurlijk ook top. In deze vuistdikke levensbeschrijving wordt er veel gebruik van gemaakt. Je leert de kunstenaar niet alleen kennen in zijn kunst, maar ook in zijn omgeving. En je ontdekt wat ik tot het thema van mijn boek ‘Dit is liefde, Vincent’ heb gemaakt: hoe relevant Jezus voor hem is. (Lees ook mijn artikel ‘Waarom ik Van Gogh mooi blijf vinden.’)

Watchman Nee – Zitten, wandelen, standhouden (1957)
Geniaal boekje over Paulus’ brief aan de Efeziërs. Stond bij mijn moeder in de boekenkast en heb ik later zelf aangeschaft. Heeft mij geholpen om rust te vinden in mijn positie in Jezus en daarin te volharden bij alles wat ik doe.

Marilynne Robinson – De gegevenheid der dingen (2017)
Prachtige romans schrijft ze. En essays waarin ze pleit voor meer menselijkheid in kerk en samenleving. Fijn dat iemand met intelligente argumenten het christendom verdedigt. Wetenschap heeft christendom nodig. Amerika (en ook ons land) kan niet zonder het geloof van de vaderen.

Dr Anna Terruwe – Kom uit je boom Zacheüs, ik kom bij je eten (1974)
Brief aan de Paus: een pleidooi dat mensen elkaar meer zouden mogen bevestigen. Bevestigen is: het goede in de ander opsporen en dit aan hemzelf tonen. Ik kreeg dit dunne boekje met kostbare inhoud van mijn vriend Hans Rowaan. Het hielp me als jong-volwassene om te ontdekken wat vriendschap is. Ik lees het nog steeds regelmatig. En ik preek graag over Zacheüs en de manier waarop Jezus met hem omgaat. Op reis in Israël maak ik er een voorstelling van door me in een vijgenboom te verstoppen.

Carolijn Visser – China (2014)
Met een onbevangen blik door dit mysterieuze land reizen. Visser neemt ons mee en doet het ons voor. Chinezen zijn zo heel anders dan westerlingen. Marian en ik zijn er meerdere keren geweest. We blijven ons verbazen.

 

 

5. KINDERBOEKEN

Bezoek ik een boekenwinkel, dan snuffel ik ook altijd even tussen de kinderboeken. Niet alleen om de illustraties, ook de titels en vormgeving boeien me. Een goed kinderboek creëert een eigen wereld met personages die daar perfect in passen. Meestal pas ik er dan ook in.

Ik heb groot ontzag voor schrijvers (en tekenaars) die kinderen kunnen boeien. Ik ben het hartgrondig met Willem-Jan Otten eens, die in een serie over zijn schrijvende helden in NRC schreef: ‘Schrijvers die er in geslaagd zijn zich te richten op kinderen, op lezers van de eerste ontvankelijkheid, zijn in mijn ogen altijd een slag groter dan de grootsten, zelfs al zijn hun literaire verdiensten geringer.’

Hieronder een lijstje kinderboeken die bij mij al jaren standhouden. ‘Willem Wijcherts’, de driftige jongen die een held wordt als hij zich weet te beheersen. ‘Pietje Bell’, de belhamel uit hartje Rotterdam (op mijn dertiende maakte ik in drie maanden tijd van dit boek een compleet stripverhaal van 36 bladzijden). ‘Kinderen van de grote fjeld’ was een heel oud exemplaar van mijn moeder. Het verhaal wakkerde mijn voorliefde voor Scandinavië aan. ‘De kinderkaravaan’ las ik aan andere kinderen voor. ‘Pluk van de Petteflet’ was de favoriet van mijn kinderen. In ‘Kleine Sofie en Lange Wapper’ is het me naast het ontroerende verhaal ook te doen om de mysterieuze tekeningen van Thé Tjong Khing. En nu ik erover nadenk: wat een prachtige plaatjes zie ik in mijn rijtje hieronder terug van tekenaars als Isings, Carl Hollander, Quentin Blake, Maurice Sendak, Miep Westendorp, Ilon Wikland, Ernest Shepard. Dat is het: die combinatie tekst en tekeningen die kinderboeken zo bijzonder voor mij maken.

Chris van Abkoude – Pietje Bell’s goocheltoeren (1924)
Hans Christian Andersen – Sprookjes en verhalen (vanaf 1835)
Thea Beckman – Kruistocht in spijkerboek (1973)
Carlo Collodi – Pinokkio (1883)
Lewis Carroll – Alice in wonderland (1865)
Roald Dahl – De grote vriendelijke reus (1982)
Tonke Dragt – De brief voor de koning (1962)
Michael Ende – Het oneindige verhaal (1979)
W.G. van der Hulst – Willem Wijcherts (1909)
Laura Fitinghoff – Kinderen van de grote fjeld (1907)
Selma Lagerlöf – Niels Holgersons wonderbare reis (1907)
C.S. Lewis – De kronieken van Narnia (1949-1954)
Astrid Lindgren – De gebroeders Leeuwenhart (1973)
Els Pelgrom – Kleine Sofie en Lange Wapper (1984)
An Rutgers van der Loeff-Basenau – De kinderkaravaan (1949)
A.A. Milne – Winnie de Poeh (1926)
Antoine de Saint Exupéry – De kleine prins (1943)
Maurice Sendak – Max en de maximonsters (1963)
Anne M.G. Schmidt – Pluk van de Petteflet (1971)
Mark Twain – De lotgevallen van Huckleberry Finn (1884)