Lijstjes favoriete muziek

Hier mijn lijstjes favoriete muziek met commentaar: 1. Popalbums 2. ‘Christelijke’ albums 3. Popsongs 4. ‘Christelijke’ songs 5. Instrumentale muziek klassiek/jazz.

Ik noem steeds maar één album of muziekstuk van een artiest, band of componist, in alfabetische volgorde.

1. POPALBUMS

The Band – The Band (1969)
Ik hou van The Band. Van hun spelplezier. Ik ben een liefhebber van hun orgelgegorgel en rauwe stemmen, vooral als ze in close-harmony losgaan. En ze hebben ook een verhaal. Je zult maar samen met Bob Dylan aan de slag mogen in de basement van ‘The Big Pink’, het huis dat de maestro in Woodstock gehuurd had om vrijuit te kunnen oefenen. Ze mixten folk, country, blues, gospel en rock op zo’n manier dat het een heus muziekgenre zou worden: americana. De vijf mannen zochten naar hun roots en trokken ook echt naar het platteland. Daar op een ranch maakten ze hun tweede elpee, ‘The Band’. Ik heb aan deze band een reis naar Londen te danken. Het was de eerste prijs voor een cartoon die ik van ze maakte (met nog wat tekeningen van andere popartiesten en strips voor een popblad) toen ik veertien was.

The Beach Boys – Pet Sound (1966)
Ik kan enorm genieten van goede close harmony. Dat iedereen samenzingt, maar wel meerstemmig en het liefst zo dat de eigenheid van elke stem goed hoorbaar is. Eenheid in verscheidenheid dus. The Beach Boys konden dat als de besten. Als tiener luisterde ik al graag naar die vrolijke muziek. Later kwam ik erachter dat er een hoop depressie achter schuilging. Maar ze hebben geweldige songs gemaakt en het indrukwekkende luisteralbum ‘Pet Sound’, met al die verrassende melodieën, welluidende stemmen en gekke geluidjes.

Jeff Buckley – Grace (1994)
Ik weet nog goed hoe ik me voelde toen ik op een zondagochtend begin juni 1997 in de auto op de terugweg van de kerk op de radio hoorde dat Jeff Buckley was verdronken in de Mississippi. Ik was geschokt, alsof er plotseling een deel van mijn lichaam werd afgerukt. Ik kon zo genieten van zijn eerste album – en nu zou er niets meer op volgen. Jeff Buckley, de jongen die in alle toonaarden de sterren van de hemel zong en al zijn gevoelens de vrije loop liet, de ene keer teer, de andere keer rauw, maar altijd weer heel menselijk. Hij bracht met zijn muziek genade in mijn bestaan, een ongevraagd cadeau.

Crosby, Stills, Nash and Young – Déja Vu (1970)
Daar heb je die close harmony weer. Joni Mitchell zei tegen de vier dat hun stemmen het zo mooi deden samen. Dus brachten ze hun eigen liedjes bij elkaar en daar begon het. Bijzonder aan ‘Déja Vu’ is dat je van die meerstemmigheid kunt genieten en toch in elk nummer heel goed de maker kunt herkennen. Ze stonden dan ook alle vier hun mannetje solo. Van een ander album leerde ik als scholier de kreet ‘Carry on’, die ik op de rug van mijn jas tekende, aangevuld met ‘Jesus loves you!’.

King Crimson – In The Court Of The Crimson King (1969)
Dit is geen progrock, geen jazz, maar een tijdloos muzikaal statement. Deze muziek moet je ondergaan, bestuderen, herkauwen en overdenken. Maar je moet eerst die hoestekening met die enorme angstige kop accepteren. In vijf prachtige, lang uitgesponnen nummers van een geweldige tekstschrijver en drie topmuzikanten wordt haarscherp de tijdgeest neergezet, de gekte van de ‘21st Century Schizoid Man’. Naast angst en boosheid hoor je ook eenzaamheid, verdriet en teleurstelling. ‘I Talk To The Wind’ – tot er alleen maar leegte over is. Ik hoor er een wereld in waar God uit verdwenen is. Ik luister er graag naar om ermee in gesprek te zijn.

Bob Dylan – Time Out Of Mind (1997)
Welk album uit Dylans indrukwekkende oeuvre kies je voor je lijstje? Ik doe zijn dertigste. Dit album heeft iets van een wederopstanding: Dylan heeft dan zo’n zeven jaar lang geen eigen materiaal meer uitgebracht. Nu is hij op zijn kwetsbaarst. Sommige songs ademen een sfeer van verlies en doodsangst. Maar er is ook een indrukwekkend liefdeslied, ‘Make You Feel My Love’ (prachtig vertolkt door Adele op haar negentiende). Het zijn lang uitgesponnen nummers van een oude man. Nou ja, ook weer niet zo oud, want hij zal daarna nog veel meer mooie muziek maken.

Donald Fagen – The Nightfly (1982)
Luchtige, jazzy muziek, geschreven en uitgevoerd door een perfectionist die eigenlijk niet kan zingen – ik hou ervan. Ik had het natuurlijk ook kunnen hebben over alle prachtige Steely Dan albums. Maar deze Fagen solo heeft alles wat zijn band ook had – en meer: een persoonlijk verhaal, een stadse sfeer en Joodse humor.

Fleet Foxes – Helplessness Blues (2011)
Ja, hier hebben we weer close harmony in topvorm. Vijf studenten die op de schouders van The Beach Boys en Crosby, Stills, Nash and Young zijn gaan staan en durven te experimenteren. Marian en ik zagen ze in Utrecht optreden. Ze waren nog steeds een beetje schuchter aan het zoeken naar vorm en geluid. Maar wat klonk het spannend en welluidend.

Marvin Gaye – What’s Going On (1971)
Ik laat me heel graag meevoeren in de gloedvolle golven van deze muziek. Dit is geen soul, dit is een symfonie van de ziel. Het gaat over een Vietnam-veteraan (Marvins broer zat daar in de oorlog) die zich verbaast over de wereld. Gaye geeft met dit conceptalbum een protest af, maar ook een oproep om Gods liefde niet te misbruiken. Het is natuurlijk bizar dat hij door zijn vader (een dominee) werd doodgeschoten.

Genesis – Selling England By The Pound (1973)
Britse humor, sprookjessferen, stadsgewoel – dit album heeft het allemaal. Ik geniet al sinds mijn tienerjaren van deze fantasievolle symfonische rock, met de rafelige stem van Peter Gabriel, omspoeld door prachtige gitaarpartijen, toetsen en drums. Drummer Phil Collins laat op dit oude album trouwens al horen dat hij een begenadigde zanger is. Tijdens zijn afscheidstournee als solo-artiest ging ik de christenen in zijn band voor met brood en wijn, gewoon op een kamer in het Amstelhotel.

Joni Mitchell – Hejira (1976)
Ik vind haar een kunstenares om jaloers op te zijn. Een avontuurlijke, gevoelige, zelfbewuste liedjesschrijfster, gitariste, zangeres, performster. Invloedrijk is ze ook. Voorbeeld voor velen. Ze is zich met haar muziek blijven ontwikkelen, dat maakt haar extra interessant. Haar mooiste albums vind ik die waarop ze heel persoonlijk wordt. ‘Hejira’ is zo’n werk, ontstaan tijdens een zwerftocht door de Verenigde Staten. Maar ze kan je ook op een andere manier verrassen. Want wist je dat ze naast haar muziek ook volop aan het schilderen is en prachtig werk exposeert?

Radiohead – OK Computer (1997)
Er is maar weinig popmuziek na de jaren ’70 die ik echt vernieuwend vind. Bijna iedereen herhaalt de kunstjes. Maar toen kwam er toch nog iets waar ik echt van opkeek. Deze innovatieve plaat wordt gerekend tot de alternatieve rockmuziek. Maar Radiohead biedt geen alternatief, deze mannen geven de koude, harde, onbarmhartige wereld weer. Onbehagen, leegte, wanhoop. En toch ook een beetje meeleven en tederheid. Heel even, zodat we zullen weten dat we niet alleen zijn. ‘I promise’. Iemand zei dat deze muziek aan een ruimtevaartuig meegegeven zou moeten worden om wezens verderop duidelijk te maken hoe het er in onze wereld aan toegaat. Tja. Dat zou een pijnlijk getuigenis zijn.

R.E.M. – Automatic For The People (1992)
Ingetogen muziek. Veel ballads. Over dat iedereen de ander pijn doet, maar dat je maar liever kunt volhouden. En dat je je tijdens een wandeling eens zou moeten voorstellen dat je op de maan zou lopen. En over hoe leuk het is om ‘s nachts stiekem naakt te gaan zwemmen. Er zit een droeve ondertoon in de muziek, maar ‘Sweetness follows’. Hmmm, een album om te zoenen. De hoes met het stekelige voorwerp is ontworpen door Anton Corbijn.

Sufjan Stevens – Carrie And Lowell (2015)
Ik volg de ontwikkeling van deze singer-songwriter al vanaf ‘Seven Swans’ (2004). En wat een boeiend werk heeft hij afgeleverd. De ene keer heel fragiel, de andere keer bombastisch, maar altijd even sprekend, al is zijn stem nog zo zacht. Ook op het podium is zijn fluisterstem breekbaar, maar wat hij wil zeggen komt stevig bij me binnen. Met weinig middelen bouwt hij een compleet muzikaal universum op, versterkt met een sprankelende lichtshow. Binnen die klanken en kleuren vertelt hij hoe hij afscheid nam van zijn moeder. Het klinkt in Carré allemaal even puur en ongekunsteld als op de plaat, al is het live wel wat harder en gevulder. Sufjan Stevens. Ik koester al zijn platen, kan er niet genoeg van krijgen.

Moses Sumney – Aromanticism (2017)
Stemvirtuoos van Ghanese afkomst zoekt op zijn eerste album naar liefde. Op het North Sea Jazz Festival in Rotterdam was hij voor veel muziekliefhebbers een openbaring. Ik ben ook blij dat ik zijn muziek heb ontdekt. Sumney zingt graag in kerken. ‘Ze zijn mijn favoriete concertzaal,’ zegt hij. ‘Mensen zijn er stiller. Ik hou van de stemmige atmosfeer die er heerst.’ En ik hou van zijn verstilde songs.

U2 – The Joshua Tree (1987)
Dit is de ultieme U2-plaat, al vind ik hun eerste drie leuker. Toen waren ze jong, rebels, uitgesproken. Hier zijn ze volwassen. Maar de passie spat er nog steeds vanaf. Het geloof ook. Dat vuur zou blijven en dat bewonder ik in ze. Dit album maakte trouwens niet alleen indruk op mij, maar ook op mijn zoon die toen zes was. De gitaarrif op ‘Bullet The Blue Sky’ kon hij eindeloos nadoen. Eeeeeuuw, eeeuuuwww, eeuuuuuwwwww….

Amy Winehouse – Back To Black (2006)
Ik heb wel gedacht dat mijn voorkeur voor dit album bepaald werd door het tragische levensverhaal van de zangeres. Maar ik blijf haar graag horen; haar muziek vind ik echt heel goed. Haar stem. Haar songs. De begeleiding. Zo losjes, zo stevig, zo diep vanuit de buik. Je kunt het natuurlijk niet anders beluisteren dan met een besef van haar trieste levensloop. Dat maakt meeluisteren een extra intense belevenis.

Stevie Wonder – Songs In The Key Of Life (1976)
Hier spat zoveel levensvreugde vanaf. Stevie viert het leven en sleept een keur aan topmuzikanten erin mee. Maar er zit ook verontwaardiging in deze dubbelelpee. Boosheid ook. Zelf zegt Wonder dat hij van al zijn albums over deze het meest tevreden is. ‘God gave me the strenght and energy I needed.’ Wat fijn zeg. Alle zeventien nummers zijn dan ook perfect uitgevoerd, en ik word bij de eerste noten van elk al blij.

Yes – Close To The Edge (1972)
Het is wel gek dat dit zo’n beetje de eerste popmuziek was die ik in huis haalde. Yes, hoe ingewikkeld kan symfonische rock zijn. (En klassieke muziek, want via Yes leerde ik Stravinsky waarderen.) Ik maakte er een sport van om me de epische thema’s, complexe muziek en mysterieuze teksten van deze Britse topmuzikanten eigen te maken. En wat je goed kent, daar ga je van houden. Dus is deze muziek me nog steeds zeer vertrouwd. (De hoezen van Hypgnosis waren trouwens een extra reden voor me om elpees van Yes aan te schaffen.)

Neil Young – After The Goldrush (1970)
Er zijn drie popartiesten met wie ik me vooral verbonden voel. Dat zijn Larry Norman, Sufjan Stevens en Neil Young. De laatste kon als geen ander het gevoel van een tiener vertolken: de onzekerheid, eenzaamheid en boosheid waarmee je de wereld instapt. Op zijn country-folkplaat ‘After The Goldrush’ draait het vooral om eenzaamheid (hoewel Young ook een ‘Old Man’ vindt om mee over zijn verliefdheid te praten). Op de hit ‘Yes Only Love Can Break Your Heart’ schaatste ik op de schaatsbaan van park Transwijk in Utrecht rondjes met vriendinnetjes.


2. ‘CHRISTELIJKE’ ALBUMS

2nd Chapter of Acts – Roar Of Love (1980)
Het klinkt als een sprookje, maar het is een door God geïnspireerde geschiedenis. Een oudere zus voedt een jongere zus en broer op. Ze zingen thuis samen rond de piano. Het volgende moment staan ze met Barry McGuire voor volle zalen en drukken met hun heldere stemmen een stempel op de Jesus-rockmuziek. Dankzij hun conceptalbum ‘Roar of Love’ ontdekte ik de boeken van Narnia, die toen in Nederland nog nauwelijks bekend waren. C.S. Lewis had eens moeten weten!

16 Horsepower – Secret South (2000)
Die intensiteit. Alsof de bewoners van alle eenenvijftig staten van Amerika voor hem staan en door de trillingen van zijn stem in beweging moeten komen, zo stort David Eugene Edwards zijn puriteinse teksten uit over zijn toehoorders. Ook over de 150 in het theater in Zwolle. De zanger nipt aan zijn fles, direct volgt de volgende stortvloed. En de begeleiders maar zwoegen op trekzakken en allerlei tokkelinstrumenten. Ik ben getuige van een zoete waanzin, maar ook van wonderschone alternatieve country. Het studio-album ‘Secret South’ klinkt wat relaxter dan live. Al val je wel in splinters uiteen op de rots Jezus.

T Bone Burnett – Proof Through The Night (1983)
Weer zo’n artiest die ik al volg zolang ik in muziek geïnteresseerd ben. Ik zag die lange slungel bijvoorbeeld in Amsterdam optreden met Elvis Costello. Indertijd had ik er geen idee van dat hij een autoriteit zou worden als producer voor andere artiesten en als arrangeur van filmmuziek. En dat hij oude Amerikaanse folkmuziek op de kaart zou zetten (zoals met de soundtracks van ‘O Brother Where Art Thou’ en ‘Cold Mountain’.) Burnett is ook een zeer vakkundige liedjesschrijver, getuige zijn tien solo-albums. En hij is een man met een visie. ‘Met Jezus als het licht van de wereld kun je op twee manieren liedjes schrijven. Je kunt schrijven over het licht, of schrijven wat je vanuit het licht ziet. Dat laatste probeer ik te doen.’

Solomon Burke – Don’t Give Up On Me (2002)
Ik ken de man niet zo goed. Ik weet inmiddels dat hij dominee en begrafenisondernemer is geweest. En dat hij met De Dijk heeft opgetreden en op Schiphol is overleden. Hij liet 21 kinderen, 90 kleinkinderen en 20 achterkleinkinderen na. Ik weet ook dat hij een geweldige stem had, met een enorme gospelpower. Genieten!

Johnny Cash – At San Quentin (1969)
Indertijd vond ik Johnny Cash maar oubollig met z’n countrymuziek, totdat de American Recordings werden uitgebracht. Zijn gevangenismuziek kon ik echter altijd wel waarderen. ‘At San Quentin’ is een elpee en een film van een optreden dat Johnny Cash met de Carter Family in deze staatsgevangenis gaf. Hij had toen al eerder een concert opgenomen in Falsom Prison. Indrukwekkend om te zien hoe Cash een groep veroordeelde mannen aanspreekt met het goede nieuws dat er in Jezus geen veroordeling is. Zouden we allemaal moeten doen!

Eva Cassidy – Simply Eva (2011)
Niemand kon zuiverder zingen dan Eva Cassidy. En niemand in zoveel genres. Ze had geen ambitie om een beroemde zangeres te worden, maar ze stak veel sterren naar de kroon. Na haar vroege dood werd ze ontdekt. Paul McCartney en Eric Clapton zeiden dat het hen speet dat zij niet in haar band hadden gezeten. Marian en ik hebben er geen spijt van dat we haar niet zo lang geleden dankzij een tip van een goede vriend hebben ontdekt. Ze kon trouwens ook heel goed tekenen.

Bruce Cockburn – Breakfast In New Orleans (1999)
Soms luister ik al zo lang naar een artiest, dat hij wel familie van me lijkt te zijn geworden. Zoals Bruce Cockburn. Ik begrijp de kleine verhaaltjes die hij me vertelt. Zijn bewogenheid met de wereld. Ik geniet ook van zijn poëtische teksten, die hij begeleidt met virtuoos gitaarspel. Hij is een geweldige gitarist. Een intelligente liedjesschrijver. Een gevoelige ziel, die verwondering oproept. Op mijn zestigste zong een vriendin een klein liedje van hem, speciaal voor mij. ‘You can’t tell me there’s no mystery…’

Bob Dylan – Shot Of Love (1991)
Ik heb nu groot respect voor Dylan, maar dat was weleens anders. Ik kon die dreinende, nasale stem niet uitstaan. Via zijn ‘born again’ albums ‘Slow Train Coming’, ‘Saved’ en ‘Shot Of Love’ leerde ik zijn andere werk waarderen. Van die drie christelijke werken is de laatste mij het meest dierbaar. Dylan verwijst graag naar het titelnummer. Hij zegt: ‘Het nummer ‘Shot Of Love’ definieert perfect waar ik voor sta. Muziek is bedoeld om de geest van de luisteraar op te tillen en hem te inspireren. Dat zit allemaal in deze song.’ En in dit album, vind ik.

Aretha Franklin – Amazing Grace (1972)
Ik ben opgegroeid met Mahalia Jackson en ik ken The Staple Singers, maar Aretha Franklin zet nog meer volume en stemacrobatiek in. Als domineesdochter is ze helemaal thuis in de hymns en gospelsongs, en als popzangeres vertolkt ze met gezag de popsongs die in het repertoire zijn opgenomen. James Cleveland is een geweldige begeleider en de aanwezige kerkleden van de baptistengemeente in Los Angeles maken er samen met het koor een opwekkingssamenkomst van.

Kirk Franklin – Hero (2005)
‘Ik ben op de wereld gezet om God beroemd te maken,’ zegt Kirk Franklin in The New Yorker van 16 januari 2017. Hij weet als geen ander met de entertainmentwereld in gesprek te gaan over Jezus. Franklin probeert andere christenen daarin mee te krijgen door ze uit te dagen hun religieuze subcultuur te verlaten. (Ikzelf heb eens een stelletje christenen van de Biblebelt met hun neus voor een filmregistratie van ‘The Nu Nation Project’ van Kirk Franklin gezet. Ze wisten niet hoe ze het hadden.) Op ‘Hero’, zijn meest persoonlijke werk, vertelt Franklin eerlijk over zijn onzekerheid en pornoverslaving. ‘Ik wil niet alleen zingen over de God van wie ik houd, maar ook over de God met wie ik leef,’ zegt hij.

Emmylou Harris – Wrecking Ball (1995)
Met dit album overstijgt Emmylou Harris haar gebruikelijke countrysound. Ze klinkt breekbaarder dan ooit. Blijkbaar durft ze het aan, met God aan haar kant. Ik weet niet of je dit album christelijk kunt noemen, maar ik vind het gewoon erg mooi – en Harris heeft zoveel gewijd repertoire gezongen, dus alla.

Mark Heard – Eye Of The Storm (1983)
Hier hoor je de kracht van de eenvoud van een profeet die eenvoudig spreekt. Mark Heard opereerde in de Amerikaanse gospelrock scene en was een fan van Francis Schaeffer en diens cultuurvisie zoals die nog steeds wordt uitgedragen door L’Abri. Hij was een zingende dichter, die niet bang was om het duister in te kijken, maar in het licht zijn eigen kleur bracht. Zijn akoestische muziek brengt dat volgens mij het best tot uiting.

Andrew Lloyd Webber, Tim Rice – Jesus Christ Superstar (1970)
Nooit begrepen waarom christenen protesteerden tegen deze geweldige vertolking van Jezus’ lijden en sterven. Terwijl kerkleden foldertjes uitdeelden voor de bioscoop, draaide ik thuis de muziek grijs. Luister hoe Judas Jezus vraagt waarin Hij anders is dan Mohammed of Boeddha. Zo scherp! Ik heb deze rock opera zo vaak gehoord dat ik elk woord, elke noot en elke zucht kan dromen. Mijn voorkeur heeft de musicalversie. Die is uitbundig, rauw, stoer en waanzinnig expressief.

Van Morrison – No Guru, No Method, No Teacher (1986)
Op het podium zag ik een eigenwijs mannetje met een grote mond, maar ook een gedreven vent met veel gevoel. Op zijn albums hoor ik vooral verwondering en aanbidding. Deze plaat gaat over Morrisons kindertijd en zijn zoektocht in de stilte. Ik geniet van zijn complexe, diep doorleefde en genadevolle folk.

Larry Norman – Only Visiting This Planet (1972)
Ik vond in Larry Norman al jong een zielsverwant. Zoals hij in gesprek was met de wereld via zijn muziek, was ik dat met mijn klasgenoten via mijn strips. Norman inspireerde me om door te gaan, ondanks alle kritiek die ik op mijn strips te verduren kreeg (‘God heeft de mensen toch niet zo gemaakt als jij ze tekent?’). Een van de eerste gospelrock-elpees die ik kocht was de eerste van Norman, ‘Upon This Rock’. Een jongen uit de kerk nam uit de Verenigde Staten de tweede voor me mee, ‘Only Visiting This Planet’. Tot op de dag van vandaag kan ik enorm genieten van de prachtige liedjes, scherpe teksten, slimme vondsten en verrassende humor waar Norman met dit sublieme meesterwerk in uitblinkt. Hij pelt de hele wereld af en neemt geen blad voor de mond over de betekenis van Jezus. Wat trouwens een vraag bij me oproept. Waarom zijn christen-artiesten op dit moment eigenlijk nauwelijks over Jezus in gesprek met de wereld? (Lees ook mijn artikel met interview ‘Larry Norman was een voorbeeld voor me’.)

Over The Rhine – The Trumpet Child (2007)
Mijn dochter Renée nam van een concert een cd met handtekening voor me mee. Tot dat moment had ik nooit van het indie folkduo Over The Rhine gehoord. Nu vind ik dat ze tot de meest getalenteerde, intelligentste en grappigste muzikanten met liefde voor Jezus horen. ‘If a song would be president’ – wat een goed idee.

Andy Pratt – Motives (1979)
Pratt heeft zijn meest maffe en extreme muziek al gemaakt als hij zijn eerste christelijke album aflevert. Maar wat een vernuft hoor ik ook nu weer. En wat een expressiviteit. Dit album barst uit z’n voegen van de vorm- en klankideeën. Daar bovenuit stijgt zijn stem naar grote hoogten. Is Pratt met zijn muziek onnavolgbaar, zijn teksten laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Muziekkrant Oor, waarin hij indertijd als een held werd toegejuicht, laat hem nu als een baksteen vallen.

Sufjan Stevens – Seven Swans (2004)
Ontwapenend. Zo kun je Sufjan Stevens noemen. Dit tedere, open, akoestische werk uit zijn beginjaren glanst en schittert in z’n eenvoud. De singer-songwriter fluistert je woorden in waar je over na moet denken en accentueert die met banjogetokkel. Zo brengt hij Abraham met Jezus in contact. Ook neemt hij in de lichtende wolk die Jezus omstraalt het gezicht van God waar. Tegelijkertijd geeft hij zichzelf bloot. ‘To be alone with me, you went up to a tree; I’ve never known a man who loved me.’

U2 – October (1981)
Toen ik deze elpee in 1981 recenseerde hoorde ik er de meest eerlijke aanbidding in. En dat is wat mij betreft nog steeds zo: dit is voor mij het ultieme worship-album. U2 gaat met de handen omhoog, maar blijft ook met beide voeten in de modder staan. De nummers stralen een spontaniteit uit die maar zelden op schijf wordt vastgelegd. Ik was er gelijk gek op. Vreemd toch dat veel recensenten en fans ‘October’ een zwakker werk noemen. Is het niet juist heel sterk dat het tweede album van een beginnende band aan God is gewijd?

Lizz Wright – Grace (2017)
Niets zo bloot als de stem van een mens. Niets zo warm als de stem van Lizz Wright. Ze zing van vergeving, genezing en openheid. Dit is haar meest gospelachtige album, waarmee ze in de stemsporen treedt van Sister Rosetta Tharpe, Mahalia Jackson en Aretha Franklin. Toch durf ik te beweren dat wat ze hier doet spannender, veelzijdiger, rijker is. Ik ken deze geweldige jazzzangeres nog niet eens zo lang, maar wat een weelde heeft ze me nu al gebracht. Pure genade.


3. POPSONGS

Avenging Annie – Andy Pratt (1973)
De gekte van Andy Pratt waarmee hij de stem van een wraakzuchtige vrouw weergeeft. Hamerende piano, roffelende drums, tollend orgel, wijkende gitaar. Kippenvel.

Everybody Hurts – R.E.M. (Automatic For The People, 1992)
Bemoediging van de liefste popgroep van de vorige eeuw. Hang on.

Good Vibrations – The Beach Boys (Smiley Smile, 1966)
Alleen al kijken naar een mooi meisje kan je een goed gevoel geven. En een prachtig liedje. Uuummm-bob-bob.

Grace – Jeff Buckley (Grace, 1994)
Als ik vertrek zal het je pijn doen. En als we samen vertrekken?

Happy – Pharrell Williams (Soundtrac Dispicable Me 2, 2013)
Ben je blij, klap dan in je handen. En de hele wereld klapte mee.

Here Comes The Sun – The Beatles (Abbey Road, 1969)
De mooiste liedjes van The Beatles komen zo’n beetje van George Harrison. Jammer dat hij zelf geen little darling trouw bleef.

Hocus Pocus – Focus (Hocus Pocus Live at The Midnight Special, 1973)
Dit moet je zien. Deze waanzin van vier Nederlandse topmuzikanten. Denk je dat je alles gehad hebt, trekt Thijs van Leer toch een bek als hij tussen zijn tanden begint te fluiten… Hilarisch! (Maar ook waanzinnig goede muziek.)

If It Be Your Will – Antony Hegarty (I’m Your Man Soundtrack, 2006)
De man die een vrouw wilde worden zingt dit lied van Leonard Cohen zo hartverscheurend dat dit gebed wel de hemel moet bereiken. Het bereikt in ieder geval mijn hart.

John Wayne Gacey Jr – Sufjan Stevens (Illinoise, 2005)
In een kort verhaal sleept Sufjan Stevens je een gruwelijke gebeurtenis in. Een kinderlokker wordt een seriemoordenaar. Echt gebeurd. Luister ook naar het zuchten op het eind. Ontdek zelf waarom Sufjan zo zucht. Hoe een eenvoudig liedje je compleet kan ontnuchteren.

Little Wing – Jimy Hendrix (Axis: Bold As Love, 1967)
Dit is een beauty in het ruige repertoire van de gitaartovenaar. Die tedere stem!

My Baby Just Cares For Me – Nina Simone (Little Girl Blue, 1958)
Geweldig hoe Nina Simone opschept over haar vriend. Iedere vrouw zou zo moeten opscheppen over haar vriend. En elke vriend zou alleen maar om zijn vriendin moeten geven. Ik had het Nina Simone zo gegund.

One – U2 (Achtung Baby, 1991)
Iedereen zingt het mee, deze moderne hymne. Eén liefde willen we. Maar die zal ons wel verlaten als we er niet voor zorgen. We zijn gewaarschuwd.

Rolling In The Deep – Adele (21, 2011)
Geen liefde zonder lijden, geen geluk zonder littekens, geen vreugde zonder tranen. Omdat jij met mijn liefde gespeeld hebt, rollen mijn tranen de diepte in. Tjonge, dat een meisje van 21 dit al zong.

Scarborough Fair – Simon and Garfunkel (Parsley, Sage, Rosemary And Thyme, 1966)
Denk je dat dit een mierzoet liedje is? Over een middeleeuwse affaire op de markt? Beter luisteren. Het is een protestsong tegen de oorlog.

Skinny Love – Bon Iver (For Emma, For Ever Ago, 2007)
Hier is iemand zo ontzettend boos. Ik heb zelden iemand zo boos gehoord. Dan heeft de liefde wel heel diep gezeten. Verbonden in boosheid.

Smells LikeTeen Spirit – Nirvana (Nevermind, 1991)
Waar tieners mee worstelen: vrienden zijn in het donker en dan verraden worden. Kurt Cobain kon het niet meer verdragen en maakte er een eind aan. Tieners blijven worstelen.

Summertime – Joni Mitchell (Herbie Hancock, Gershwin’s World, 2015)
Gemakkelijk leven in hoogzomer? Maar er huilt een meisje. De gebroeders Gershwin schreven er een vader en moeder bij die haar beschermt. Sindsdien hebben honderden artiesten dit droombeeld vertolkt, maar nooit zo dromerig als Joni Mitchell en Herbie Hancock.

The Needle And The Damage Done – Neil Young (Tonight’s The Night, 1971)
Wat verschrikkelijk als je vrienden sterven aan drugs. Neil Young maakte er een treurzang van zoals hij alleen kan treuren. Omdat hij ook kan liefhebben.

What A Wonderful World – Louis Armstrong (1967)
Het is de verwondering. De weemoed. Een oude man die zich afvraagt wat het kleine meisje straks voor moois zal beleven. Maar nu huilt ze.

You’ve Got A Friend – Carole King (Tapestry, 1970)
Nee, dit is geen gospel. Het zou Jezus kunnen zijn, die vriend. (Aretha Franklin maakte er Jezus van.) Maar deze vriend is je maatje. Die heb je, zingt Carole King. Maak er gebruik van. James Taylor zou het later ook zingen. Beide artiesten wisten op een bepaald moment niet meer hoe dat moest. Toch bleven ze het zingen.


4. ‘CHRISTELIJKE’ SONGS

Amazing Grace – Susan Boyle (I Dreamed A Dream, 2009)
Een oude hymne die altijd gezongen blijft worden. Omdat iedereen altijd weer naar genade verlangt. Deze huisvrouw zag ook gunst in haar leven komen toen ze het zong. Ze won een talentenjacht en scoorde een enorme hit.

Angel Band – The Stanley Brothers (O Brother Where Art Thou, 1862/2000)
In oude liedjes worden soms gedachten uit de Bijbel bewaard die je in de kerk niet meer hoort. Geloof jij dat engelen je zullen begeleiden naar je hemelse huis?

Be Thou My Vision – Van Morrison/The Chieftains (Hymns To The Silence, 1991)
Weer zo’n traditional. Maar wel heel stoer gezongen (en gespeeld). Het is een lied dat het hele leven overziet. Mijn hele leven zal Jezus mijn focus blijven.

But For You Who Fear My Name – The Welcome Wagon (Welcome To The Welcome Wagon, 2008)
Hier word ik zo blij van. Een domineesechtpaar en een stelletje muzikanten die bij elkaar komen om allerlei bijbelgedeelten te zingen. Heb volgens mij nooit eerder een song gehoord waarin kalveren huppelen in de wei. Waarom, dat kun je lezen in Maleachi.

Easter Song – 2nd Chapter Of Acts (With Footnotes, 1974)
Wat een paaslied! Verbazing en blijdschap spatten eraf. Ik stond in de coulissen van Ahoy toen de groep dit nummer inzong. Ik werd weggeblazen.

El Shaddai – Amy Grant (Age To Age, 1982)
Hier wordt een van Gods titels bezongen in het Hebreeuws. Heel teer, maar ook heel overtuigend.

Erbarme Dich – Johann Sebastian Bach (Mattheüs Passion, 1727)
Dit is voor mij het lied der liederen. Bij de eerste tonen van de viool schiet ik al vol. ‘Erbarme Dich,’ zingt Petrus. Op hetzelfde moment zoekt Jezus oogcontact met zijn leerling. Hij blijft verbonden. Direct daarna kraait de haan: het signaal van een nieuw begin. Maar niet zo snel – eerst moet je het verdriet van de verloochening doorleven in dit lied dat Bach in het hart van zijn meesterwerk schreef. Omdat we Jezus allemaal hebben verloochend. Is dat erg? Ja, heel erg. De puurheid van Jezus maakt me klein. Ook ik heb zijn barmhartigheid nodig. (Lees ook mijn artikel ‘Compassie in passion van Bach’.)

Every Grain Of Sand – Bob Dylan (Shot Of Love, 1981)
Dylan had bijbelstudies gevolgd bij een of andere muzikant thuis. Daarna deed hij een moedige poging om met drie albums zijn geloof tot uitdrukking te brengen. Volgens mij slaagde hij wonderwel. Ook op zijn derde ‘christelijke’ elpee is hij gedreven. En diepzinnig. Je zou de tekst van ‘Every Grain Of Sand’ eens moeten bestuderen. Een gedicht over sporen in de tijd. Je hoort hier zowaar een nederige Bob Dylan. Bono zei het zo: ‘Dylan stops wailing against the world, turns on himself and is brought to his knees.’

Hallelujah – Georg Friedrich Händel (Messiah, 1741)
Dit uitbundige koor hoort natuurlijk ook gewoon in dit lijstje. Wist je trouwens dat de Messiah een benefietconcert was? De opbrengst van de eerste drie uitvoeringen in Dublin ging naar gevangenen en zieken die geleden hadden onder de strenge winter. ‘The kingdom of this world, the kingdom of our Lord, and He shall reign forever and ever!’

How Great Thou Art – George Beverly Shea With The Billy Graham Choir (1969)
Prachtige Zweedse hymne uit 1885. Het lied werd in de jaren ’50 en ’60 populair dankzij de Engelstalige vertolking van Beverly Shea, ondersteund door het enorme koor van Cliff Barrows, tijdens de Billy Graham campagnes in stadions. De inhoud bezingt het wonder van de schepping, verlossing en voleinding. Deze uitvoering hoorden we thuis tussen allerlei andere christelijke muziek als we de transistorradio hadden afgestemd op Radio Luxembourg.

Jesus Freak – DC Talk (Jesus Freak, 1995)
Geweldig leuk nummer. Kom er maar brutaal voor uit dat je gek bent op Jezus. En zeg het in de taal van je eigen omgeving. Zo wil ik geïnspireerd worden.

Oh Lord, You’re Beautifull – Keith Green (So You Wanna Go Back To Egypt, 1980)
Verstild liefdeslied. Hier moet ik niks over zeggen, ik moet het stil ondergaan of zachtjes meezingen.

River Of Love – T-Bone Burnett (T-Bone Burnett, 1986)
Er stromen rivieren door ons leven van verwondingen, tranen, teleurstellingen. Maar er stroomt ook een rivier van liefde door alle tijden. Zo’n eenvoudige liedje, met zo’n tijdloze boodschap.

Saviour – Andy Pratt (Motives, 1979)
Het meest intense bekeringsgebed ooit door iemand gezongen. Gepijnigde falsetstem met een dichtgeknepen keel. Na een worsteling raakt hij los met de woorden ‘Saviour, come in my heart…’

Splinters – 16 Horsepower (Secret South, 2000)
‘I fell upon that rock. I did not die but badly broken. And in time my healing it will come. By the words that He has spoken.’ Ik heb er in mijn dagboek ooit een tekening van gemaakt. Hij hangt tussen allerlei andere dagboektekeningetjes in onze huiskamer.

The Old Rugged Cross – Johnny Cash (Sings Precious Memories, 1975)
Alles in het christenleven draait om het kruis. Ik kom er tenminste telkens weer bij terug. Daarom blijft dit oude lied zo waar. Prachtig gezongen door de man met de oudemannenstem.

Tomorrow – U2 (October, 1981)
Eerder zong Jeremy Faith: ‘Jesus won’t you come back to earth.’ Bono doet die smeekbede ook. In de kerk hoor ik dat gebed nog nauwelijks, dus zing ik het maar mee met U2.

Transfiguration – Sufjan Stevens (Seven Swans, 2004)
Laat je onder banjogetokkel door een fragiele stem meenemen naar de verheerlijking van Jezus op de berg. Een trompet komt het wonder versterken. Langzaam gaat de muziek over in aanbidding als de instrumenten en stemmen over elkaar heen beginnen te buitelen. En dan sta je daar bij Jezus in een lichtende wolk.

Wie lieblich sind deine Wohnungen – Johannes Brahms (Requiem, 1868)
‘Ein Deutches Requiem’ is wat mij betreft een van de mooiste klassieke werken en in ieder geval het mooiste werk van Brahms. Laatst onderging ik een uitvoering in de Doelen in Rotterdam. Ik las de tekst mee. Allemaal bijbelcitaten. Het viel me op dat Brahms niet zozeer de dood wil bezingen, maar meer de troost, de hoop ook. Ik werd in verstilde koorzang meegenomen naar liefelijke woningen.

Why Don’t You Look Into Jesus – Larry Norman (Only Visiting This Planet, 1972)
Norman gaat gewoon op straat staan, laat mensen zien wat ze aan het doen zijn, en wijst ze dan op Jezus. Dat wil ik ook.


5. INSTRUMENTALE MUZIEK KLASSIEK/JAZZ

Klassieke muziek vind ik moeilijk in woorden uit te drukken. Het is zo veelomvattend, raakt zoveel emoties, roept zoveel verbeelding op. Misschien zou ik het moeten proberen om daarmee mijn taalvermogen op te rekken. Maar muziek is muziek en
instrumentale muziek helemaal. Dus wil ik er niet aan beginnen.

Wil je er toch een plaatje bij, zie mij dan liggen op de bank, met een gezicht dat glimt van genoegen. Ik trek allerlei bekken, terwijl ik me laat meenemen en erin opga.

Zo beleef ik klassieke muziek al heel lang. Toen mijn vader op mijn twaalfde ons gezin verliet, kwam er klassiek in huis. Mijn oudere broers namen er iets van mee van school. Ik ben ze dankbaar dat ze zulke rijkdom in mijn bestaan brachten. Eerst was daar Bach met zijn Brandenburgse Concerten (een beter begin kun je je niet wensen). Daarna volgde een ontdekkingstocht die tot op de dag van vandaag door duurt. Ook jazz kwam erbij. En koormuziek (hier niet opgenomen, want geen instrumentale muziek).

Hieronder een lijst (beperkt tot telkens één werk per componist) waar ik van kan blijven genieten.

Johann Sebastian Bach – Brandenburgse concerten (1721)
Bela Bartók – Concert voor orkest (1943)
Johannes Brahms – Vierde symfonie (1884)
Ludwig von Beethoven – Negende symfonie (1823)
John Coltrane – A Love Supreme (1965)
Miles Davis – Kind of Blue (1959)
Claude Debussy – La Mer (1905)
Antonin Dvorák – Cello concert (1894)
George Gershwin – Rhapsody in Blue (1924)
Edward Grieg – Peer Gynt (1875)
Wolfgang Ammadeus Mozart – Klarinetconcert (1791)
Oliver Nelson – The Blues and the Abstract Truth (1961)
Gustav Mahler – Vijfde symfonie (1904)
Arvo Pärt – Fratres (1977)
Sergei Rachmaninov – Tweede pianoconcert (1900)
Maurice Ravel – Daphnis et Chloé (1912)
Jean Sibelius – Karelia suite (1893)
Igor Stravinski – Le sacre du printemps (1913)
Pjotr Iljitsj Tsjaikovski – Vioolconcert (1878)
Henryk Wieniawski – Tweede vioolconcert (1862)