Moeders met hoop

Waar halen moeders de moed vandaan om voor hun kinderen vertrouwen te hebben in de toekomst? We kennen de beelden van moeders die demonstreren voor hun zoekgeraakte kinderen. ‘Dwaze moeders’ worden ze genoemd. Hier wordt iets getoond van de oerkracht van het moederschap.

De vastberadenheid. De volharding. De hoop – soms zelfs tegen beter weten in. Wat is het geheim van moeders met hoop?

Pijn
Het is haast niet te bevatten dat iedereen ter wereld kwam uit de pijn van een bevalling. Waarom doorstaat een vrouw die hevige pijn? Het begint misschien wel met een vaag ideaalbeeld van een aardig gezin met een paar eigen kinderen. Daar komt bij dat je het vrouw-zijn zo compleet mogelijk wilt beleven; inclusief het moederschap natuurlijk. De man, de bevruchting, het leven dat groeit in jouw lichaam: helemaal van jou en toch ook helemaal zichzelf. Dan de bevalling, met het vooruitzicht op een bloedeigen kind, dat je over de angst voor de weeën heen tilt. De pijn. En tenslotte de voldoening: mijn kind is er – kijk nou eens! Het is er dankzij mij en ik zal het oneindig koesteren, voeden en beschermen. Wonderlijke gevoelens, die vertedering, die trots. Een beetje tegenstrijdig ook: de gedachte dat het kind er is voor jou en tegelijkertijd het besef dat je het los zult moeten laten.

Loslaten
Het begint al vroeg: een kind heeft z’n eigen wil, humeur, karakter. Het gaat zijn eigen weg. Vroeg of laat komen dan ook de twijfels, de teleurstellingen. Moeder houdt haar hart vast: mijn kind doet niet wat ik wil. In het ergste geval ontstaat er een verwijdering en wordt de band tussen moeder en kind verbroken. De moeder kan blijven zitten met een knagend gevoel: is al die moeite waarmee mijn kind ter wereld kwam en werd opgevoed, dan voor niks geweest? Het is toch mijn kind? Waarom moest mij dit overkomen? Maar je weet wel dat het iedereen kan overkomen. Niemand blijft teleurstellingen bespaard.

Strijd
Over teleurstellingen gesproken. Ook God was teleurgesteld in zijn kinderen. De mens en zijn vrouw wisten het: er stond heel wat op het spel toen zij hadden gezondigd. Zou er nog wel plaats voor hen zijn op Gods aarde? Of zou God een punt zetten achter zijn plan om met mensen op te trekken? Er klinken harde woorden in Genesis 3. God noemt de consequenties die volgen op hun ongehoorzaamheid: moeite, smart, ongelijkheid, gezwoeg. Pijnlijk allemaal. En nog erger: de voortgang van de mens stagneert; de dood doet zijn intrede. Maar toch hoort de mens een hoopvol geluid in Gods woorden. Het is niet definitief verloren.

De vrouw zal kinderen krijgen. Met smart, weliswaar, maar toch: kinderen! Dat betekent dat de mens zijn plaats behoudt op aarde. God gaat door. En daarom klinkt er vreugde in de woorden die Adam spreekt, ondanks al het verdriet dat ze veroorzaakt hebben. Hij kijkt Eva aan en realiseert zich wat God over haar heeft gezegd. “Eva! Zo noem ik jou, omdat jij de moeder van alle levenden zult zijn!”

Maar gemakkelijk zal het niet gaan. Er zal een strijd zijn tussen het zaad van de slang en het zaad van de vrouw. “De vijand die zaait, is de duivel”, zegt Jezus in Matteüs 13 vers 39. Het zaad van de slang is het kwaad dat de duivel mensen influistert. ‘Ben je wel zo goed in Gods ogen? Ben je wel zo geliefd? En je kinderen, kun je wel goede hoop hebben?’ De slang is de vijand – en diens kop zal vermorzeld worden, samen met zijn gespleten tong vol leugens. Zo zegt God het. Hij zet de vijandschap. Hij kiest partij voor de mens. Het zaad van de vrouw zal strijden en – op grond van Gods belofte – overwinnen. Adam heeft het begrepen. God staat voor haar in en voor haar nageslacht. Vandaar die eretitel: Eva, (Hawwa, leven): moeder van alle levenden.

Hoop
Na zijn jubelzang over Eva zwijgt Adam verder in de Bijbel. Hij mag kinderen verwekken, maar Eva voert het woord. Zij is vol verwachting, want zij is degene die Gods belofte meedraagt. Haar zaad zal de kop van de slang vermorzelen. Bij de geboorte van Kaïn zegt ze dan ook: “Ik heb met de hulp van de HERE een man verkregen.” Haar hoop wordt echter hevig op de proef gesteld, als Kaïn zijn jongere broer Abel vermoordt. Is het nu voorbij met haar kinderen? Nee, God laat opnieuw zien dat Hij door wil gaan met mensen, want Eva krijgt een derde zoon: Set. En opnieuw spreekt Eva haar hoop uit (in Genesis 4:25): “God heeft mij een ándere zoon gegeven…”

We weten dat ook met Set de strijd nog niet beslist wordt. Mozes concludeert veel generaties later: “Er is een strijd gaande, van geslacht op geslacht.” Eerder ontvangen de aartsvaders Abraham, Isaak en Jakob van God de belofte dat in hun zaad de generaties van deze aarde gezegend zullen worden. We zien hoe hun vrouwen alles doen voor hun nageslacht. Sara moet vooral geduld oefenen: pas op late leeftijd krijgt zij Isaak, haar beloofde zoon. Rebekka komt speciaal op voor Jakob, haar jongste zoon. Rachel wordt na veel moeite de moeder van Jozef, de man die zijn broers zal redden. Het zijn stuk voor stuk moeders met hoop.

Moederbelofte
In de geschiedenis van het volk Israël komen we voortdurend zulke moeders tegen. Denk aan Debora, die bezongen wordt als een moeder voor Israël. En Hanna, die niet stopt met bidden, totdat zij Samuël ontvangt en afstaat om dienst te doen in de tempel. Of Loïs, de grootmoeder van Timoteüs, en Eunike, zijn moeder, Joodse vrouwen van geloof. Ook treden er verschillende moeders op uit andere volkeren: Tamar, Rachab, Ruth, Batseba. Met hen laat God zien dat zijn beloften voor alle mensen waar ook ter wereld gelden. Het zijn vrouwen die genoemd worden in de geslachtslijn die ons brengt bij Jezus Christus.

Daar is ook de meest opmerkelijke moeder met hoop: Maria. “Wees gegroet, gij begenadigde,” zegt de engel tegen haar, “de Here is met u.” Dan krijgt ze een onmogelijke opdracht te horen: ze moet een kind ter wereld brengen zonder tussenkomst van een man. Ze neemt Gods Woord van harte aan, zó vol verwachting is ze. Ze antwoordt met die prachtige woorden: “Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En daarmee zet ze het ongeloof van Eva en alle andere vrouwen recht. Was Eva de moeder van alle levenden, Maria wordt de moeder van die ene Levende, die de dood overwint. Uiteindelijk gaat bij haar de moederbelofte uit Genesis in vervulling. Als Jezus in haar schoot door God wordt verwekt, is het moment aangebroken dat het zaad van de vrouw de kop van de slang zal vermorzelen. Zijn woord wint het van de leugen van Satan. Ja, wij zijn goedin Gods ogen, we zijn zeer geliefd, dankzij Hem. Kinderen van God zijn we, voor altijd. Het eeuwige leven dat door de zonde van Adam verloren was gegaan, geeft Jezus weer terug.

Biddende moeders
Wat kunnen we van de Bijbel leren over moeders en hun kinderen? We zien dat God ondanks alles doorgaat met generaties, en daar spelen moeders een belangrijke rol in. Zoals Eva, door wie de mensen de aarde vervullen. En Maria, die Jezus ontving, door wie mensen gered worden om met God op te trekken. Door de hele Bijbel heen zien we dat God zich verbindt met mensen. Hij wil betrokken zijn bij elke nieuwe generatie en dat doet Hij via ouders die verbonden zijn met Hem. Moeders die bidden voor hun kinderen, onderhouden die verbinding tussen God en een nieuwe generatie. Daarom moeten moeders (en vaders natuurlijk ook) leren om hun vertrouwen niet zozeer op hun kinderen te stellen, maar meer op God. Hij geeft zijn woord aan mensen. Hij neemt de zorg voor onze kinderen op zich. Hij gaat door met onze kinderen, die allereerst zijn kinderen zijn.

Mijn moeder had dat goed begrepen. Ik herinner me hoe ze elke dag op haar vaste plek onder het schilderij van een biddende Daniël zat te bidden voor haar kinderen. Ik was haar jongste en ook haar lastigste kind. Een druk ventje, altijd pesten, kattenkwaad uithalen. Ik was ook vaak ziek, kreeg ongelukken, wilde op mijn veertiende al uit huis. De zorg voor mij kon ze niet met mijn vader delen, die ging zijn eigen gang. Ze scheidde van hem toen ik twaalf was. Maar ze bad. In 2011 overleed ze – maar vanuit de hemel kan ze zien dat haar gebeden niet aan invloed hebben verloren.

Gods kinderen
Hoewel God in de Bijbel de Vader wordt genoemd, reageert Hij op zijn kinderen ook als een moeder. Staat er niet in Psalm 91 dat Hij ons met zijn vlerken bescherming wil bieden? Jezus pakt dat beeld op in Matteüs 23 en zegt: “Hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild.”

Een moeder ontvangt haar kinderen om hen terug te geven aan God. Wil ze dat? Zij moet erop leren vertrouwen dat God beter voor haar kinderen zal zorgen dan zij zelf zou kunnen. Als zij haar kinderen verbindt aan God, zal Hij haar zorg overnemen. Hij zegt in Jesaja 49 vers 15: “Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontfermen zou over het kind van haar schoot? Al zouden zij die vergeten, toch vergeet Ik u niet.”

Een moeder mag haar verwachting voor haar kinderen in handen van God leggen. Zij mag haar hoop vestigen op Hem. Dat zal haar helpen om te schitteren in de liefde waarin ze zo goed is: de onvoorwaardelijke liefde. Naar die liefde verlangt ieder kind. Het is de liefde van moeders met hoop.

Willem de Vink

Lees ook: Vaders geven hun kinderen identiteit