Verwondering leidt tot aanbidding

Groei Magazine – najaar 2017 Verwondering woelt het besef van het wonder los: dat dit mogelijk is! Het is onze reactie op genade, een onverdiend moment van goedheid waardoor we plotseling verrast worden.

Leef je met God, dan herken je achter het wonder Zijn aanwezigheid. Dat maakt iets bij je los: je hebt de neiging Hem spontaan je blijdschap en dankbaarheid terug te geven. Jouw verwondering leidt tot aanbidding!

Piekervaringen
Wat mij verwondert? In de stad kan ik me bijvoorbeeld verwonderen over de stilte. Vaak richt ik mijn geestesoog dan even omhoog. Want het meest verwonder ik me altijd weer over Jezus. Dat Hij, die in heel het wereldgebeuren het eerste en laatste woord heeft, in mij woont en met mij meeleeft!

De momenten dat verwondering mij beweegt om te aanbidden noem ik wel piekervaringen. Soms zit ik letterlijk op een piek: op een berg of het hoogste punt van een stad. Maar ik kan zulke ervaringen ook hebben tijdens het schrijven of tekenen, het luisteren naar muziek, het zingen in de kerk of als ik op het vloerkleed met mijn kleinkind lig te dollen. Ik beleef die pieken op de toppen van mijn zintuigen en diep in mijn geest.

Mijn verwondering kan dus leiden tot aanbidding, zachtjes in mezelf of luidkeels. Maar soms is het ook andersom, dat ik een loflied lees, hoor of meezing en verwonderd raak. Het een maakt het ander los – en altijd leidt het tot een intens doorleefd besef van bestaan, te mogen bestaan!

Ik geloof dat ieder mens gemaakt is om zich te verwonderen, omdat het je uit je hoofd haalt en je hart vrij maakt om contact te maken met de dingen om je heen, met anderen en met God. Het is een puur menselijke eigenschap, maar wel een die een besef van Gods aanwezigheid op wil roepen.

De God van verwondering
Je verwonderen is beslist een gave van God, want God is de God van de verwondering.
Toen Hij alles en iedereen had geschapen, verwonderde Hij zich. Hij zag dat het goed was, heel goed, lezen we. Die woorden vormen het eerste loflied in de Bijbel.1
Vervolgens droeg God Zijn verwondering over aan de mens, die zich mocht verwonderen over de dieren door ze namen te geven. En kijk, de verwondering van de mens steeg ten top bij het zien van zijn vrouw. Ze was een mysterie, zo anders en toch zo vertrouwd. Hij ging er spontaan van zingen.2

Het vermogen om zich te verwonderen bracht geluk in het leven van mensen. Maar het was ook kwetsbaar, het werd bedreigd. Je verwonderen kun je namelijk alleen maar als je het oordeel achterwege laat. Daarom moesten de mensen niet eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Toen ze dat toch deden, sloop er schuld en schaamte in hun bestaan, de angst voor een negatief oordeel. De open blik werd versluierd, de spontaniteit aan banden gelegd, de verwondering geroofd door meningen.

Verlangen naar volmaaktheid
Sommige mensen laten zich niet graag verrassen, maar hebben over alles een mening. Daarom kunnen ze zich maar moeilijk verwonderen. Zelfs aanbidden is voor hen een mening geven.

Meningen zitten in ons hoofd, maar God wil ons ontmoeten op hartsniveau. Daar leeft ons verlangen naar volmaaktheid. Ieder mens kent dit verlangen. Het is het beste wat we hebben. Iedereen wil in het hart geraakt worden, zich verwonderen en het moment beleven dat iets goed, heel goed is. Dit vermogen dat teruggaat tot het paradijs zit in ieder van ons. Zelfs de meest hardvochtige man kan in verwondering blijven staan als hij een baby in zijn handen houdt.

Onze verwondering duurt echter nooit lang. We weten allemaal dat een baby vieze luiers maakt. Er is maar één persoon die ons verlangen naar volmaaktheid blijvend kan vervullen, omdat Hij zelf compleet volmaakt is. Dat is Jezus. Als we onze meningen over Hem laten varen en Hem op ons toe laten komen, wekt Hij onze verwondering op. Dat Hij zo is!

Jezus maakt altijd iets los. Maria verwonderde zich over de woorden van de engel over het kind dat ze zou baren.3 Het maakte een lied bij haar los. De massa die zich verwonderde over de Man die mensen beter maakte, bracht hulde aan de God van Israël.4 En Tomas verwonderde zich over de littekens van Jezus, waarop hij uitriep: ‘Mijn Heer en mijn God!’5

Jezus veilig bewonderen
Diep vanbinnen hunkeren we allemaal naar een leven in verwondering. We zouden maar wat graag verrast willen worden. Maar onze teleurstellingen hebben ons er allergisch voor gemaakt om überhaupt nog iets puurs en goeds te verwachten. Hoe zouden we ons nog kunnen verwonderen?
Hoe? Jezus zegt dat we als kinderen moeten worden. Dan zal Gods koninkrijk met al zijn wonderen van ons zijn.6

Lijkt het onmogelijk, als kinderen worden? Nee, wat Jezus hier zegt heeft Hij namelijk zelf voor ons mogelijk gemaakt. Want we zijn het al, kinderen. Wie gelooft is opnieuw geboren als Gods kind, leert de Bijbel.7 Het geloof daarin geeft ons het vermogen om ons onbevangen, zonder oordeel of terughoudendheid, te verwonderen.

Verwondering komt in de eerste plaats naar ons toe in de persoon van Jezus. Hij straalt van liefde. Hij is enkel licht.8 Als Hij ons opzoekt doen onze meningen er niet meer toe. We staan in verwondering en geven ons aan Hem over in aanbidding. Want in onze verwondering over Hem kunnen we niet anders dan Hem aanbidden. In de Bijbel zingen engelen voor Hem en op Patmos viel Johannes zelfs voor Hem neer.9

Sommige mensen hebben moeite met zich overgeven in aanbidding. Maar Jezus kunnen we veilig bewonderen en aanbidden,omdat Hij geen misbruik van ons maakt. Hij is vóór ons. Er is in Jezus geen veroordeling, zegt Gods Woord.10 We kunnen Hem nooit teleurstellen, want niets of niemand kan ons scheiden van Zijn liefde, staat er. Daarom kunnen we ons zonder reserves aan Hem overgeven om Hem te aanbidden.

Onverdeeld van hart
Onze aanbidding is bedoeld om tot het punt te komen dat we alleen nog maar aan Jezus denken. Op dat moment voltrekt zich een wonder in onszelf. Want hoewel we onszelf vergeten, gebeurt er iets met ons dat ons beeld over onszelf verandert.
De liefde van de Vader voor de Zoon straalt van Jezus af. Die heerlijkheid keert zich nu ook naar ons toe. Het is alsof we tijdens onze aanbidding in een spiegel kijken en ons spiegelbeeld stralend voor ons zien.11 Zo geliefd als Jezus door de Vader is, net zo geliefd zijn wij.12 De verwondering over Jezus slaat om in verwondering over onszelf. Met de Psalmist roepen we het uit: ‘Ik loof U omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben!’13

Onze aanbidding tilt Jezus op, maar dus ook onszelf. Aanbidden is dan ook een gezondmakende bezigheid, omdat we niet meer naar onszelf en onze tekortkomingen zijn toegekeerd, maar naar degene die we bewonderen en liefhebben.

Zonder dat we erom vragen maakt aanbidding ons heel. Er is namelijk geen activiteit waar we zo met heel ons wezen bij betrokken zijn. Geest, ziel en lichaam richten zich op en doen mee. Onze gedachten krijgen focus. Onze gevoelens worden gestroomlijnd. Onze geest wordt opgewekt door Gods Geest. Hij bevestigt in ons dat we Gods geliefde kinderen zijn.14 We worden er complete mensen van, één en onverdeeld van hart.15

Levensstijl
Wat je niet kent, dat zie je niet. Maar ken je Jezus, dan zie je Zijn vingerafdrukken in grote en kleine dingen, waar je steeds meer van leert genieten. Hoe meer je doordrongen raakt van Zijn genade, hoe sterker je een levensstijl ontwikkelt van verwondering.

Jouw verwondering over Gods goedheid leidt vanzelf tot aanbidding. Hoe groot zijt Gij! Vervolgens heb je nog meer reden om je te verwonderen. Tel je zegeningen! Leven in verwondering is een leven vol aanbidding, dat steeds vaker ja zegt. Halleluja!

Oefenen in je verwonderen
De Bijbel helpt je om je te verwonderen door de kleine dingen van het leven te verbinden met Gods grote goedheid. De oefeningen hieronder kunnen je daarbij misschien wel inspireren.

  1. Lok eens wat mussen met voer. Kijk hoe mooi die eenvoudige beestjes getekend zijn. En hoe onbevangen ze bewegen. Bedenk dat God elk van hen kent. En jou des te meer, zegt Jezus. (Lucas 12:6-7)
  2. Ga eens op je rug in het gras liggen. Kijk naar de lucht. Bedenk dan dat de afstand tussen jou en de hemel gevuld is met Gods liefde voor jou. (Psalm 103:11)
  3. Zoek het hoogste punt in de stad op. Kijk eens van oost naar west en van west naar oost. Zeg dan met de Psalmist dat God al jouw overtredingen zo ver van jou heeft verwijderd. (Psalm 103:12)
  4. Neem een kind in je armen tot het in slaap is gevallen. Ontroerend? Bedenk dat jij zo tot rust mag komen bij jouw hemelse, eeuwige Vader. (Psalm 131:2)
  5. Blader door de Psalmen en zoek er een op waarin verwondering en aanbidding elkaar versterken. Mediteer erop.
  6. Vertel onder vrienden aan elkaar jullie momenten van verwondering. Uit vervolgens jullie dankbaarheid in aanbidding. (Psalm 22:23)

Bijbeltekstverwijzingen
1 Genesis 1:31 2 Genesis 2:23 3 Lukas 1:29, 46-55 4 Mattheüs 15:31 5 Johannes 20:24-28 6 Markus 10:13-16 7 Johannes 3:3-8 8 Johannes 8:12 9 Openbaring 1:17 10 Romeinen 8:31-39 11 2 Korinthe 3:18 12 Johannes 17:22-26 13 Psalm 139:1-18 14 Romeinen 8:16, 29 15 Psalm 86:11b

Willem de Vink