Wie is God?

Ben je God nog nooit tegen gekomen? Dat kan wel kloppen. God is namelijk onzichtbaar. Toch wil Hij contact met je. Hij wil zelfs heel graag contact met je. Daar heeft Hij van Zijn kant alles aan gedaan. Hij maakt het mogelijk dat jij Hem kunt vinden. Hoe dan? De Here God stelt twee voorwaarden om met Hem in contact te komen. “Wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en beloont wie Hem zoeken.” (Citaat uit de Bijbel, Hebreeën hoofdstuk 11 vers 6.) Dus: 1. je zoekt; 2. je gelooft.

Je vraagt je misschien af waarom niet iedereen in God gelooft. Het antwoord is niet dat mensen niet kunnen geloven, maar dat ze niet willen zoeken. Jezus Christus zegt: “Zoek en je zult vinden” (Lukas 11 vers 9).

“God, wie bent U eigenlijk?”
Wie is God? Hoe leer je Hem kennen? De Russische astronaut Gagarin zei na zijn bezoek aan de ruimte: “Ik ben God daarboven niet tegengekomen.” Nee, dat kan kloppen, want op zo’n manier moet je God ook niet zoeken. God leer je kennen op een andere manier.
Hoe moet je God dan wel zoeken? Voordat je daarop antwoord kunt krijgen, is het nodig dat je onderscheid maakt tussen verschillende soorten kennis. Als je weet wélk soort kennis je nodig hebt om God te vinden, maakt dat het zoeken gemakkelijker.

a. Ten eerste is er de kennis door directe waarneming. Je ziet de zon schijnen, je hoort het donderen, je voelt de regen. Met dat soort kennis kun je God niet benaderen, want Hij is voor ons onzichtbaar. Col. 1:15
b. Ten tweede is er wetenschappelijke kennis. Die is gebaseerd op onderzoek en bewijs. Gooi een appel in de lucht en als je niet oppast krijg je hem op je hoofd terug: het bewijs dat er zwaartekracht bestaat. Maar het is onmogelijk om God op deze manier te bewijzen. Je kunt met Hem niet zomaar de proef op de som nemen. Matt. 4:7
Blijft het dus een gok om te geloven dat God er is? Nee, want er is wel degelijk een manier om Hem te zoeken. Met het soort kennis dat iedereen gebruikt om iemand anders te leren kennen.
c. Er is een soort kennis die je dagelijks gebruikt om iemand beter te leren kennen. Dat is de kennis door tekens. Talrijk zijn de seintjes die we elkaar geven. Denk maar aan een woord, een blik in iemands ogen, een gebaar. Al die tekens vertellen iets over jezelf en hoe je over de ander denkt. Je kunt zelfs stellen dat je iemand pas écht kent door de tekens die hij geeft!
Ook de Here God maakt gebruik van tekens. Hij geeft ze voortdurend, met de bedoeling dat we Hem zullen leren kennen. Die signalen schijnen steeds te zeggen: “Ik ben er en Ik wil bij jou zijn, want Ik hou van jou” (Jeremia 29 vers 11 t/m 13). Ben je benieuwd naar Gods tekens? Laten we dan op zoek gaan!

Gods tekens
Wie is God? Welke signalen zendt Hij uit? Waar moet je naar kijken om te ontdekken wie Hij is? Gods tekens zie je overal om je heen. Tussen al die tekens is er één die definitief duidelijk maakt wie God is.

a. Kijk naar de natuur
In de natuur zie je Gods onbegrensdheid. Het gaat van oneindig groot (het uitdijende heelal) tot oneindig klein (de wereld van atomen). Je ziet ook Zijn veelkleurigheid (zoals in het plantenrijk), Zijn creativiteit (in het dierenrijk bijvoorbeeld) en Zijn scheppingskracht (elke lente is er weer nieuw leven). Ps. 19:2-5, Rom. 1:20
b. Kijk naar de mens
Ieder mens heeft een unieke persoonlijkheid. Waar heeft hij die vandaan? Hoe komt hij aan z’n denkvermogen, z’n vindingrijkheid, z’n creativiteit? Waar haalt de mens het besef van goed en kwaad vandaan? Zijn verlangen naar volmaaktheid? Zijn besef van eeuwigheid? Van wie heeft hij de taal geleerd? Hoe komt het dat hij liefde zo belangrijk vindt? De Bijbel geeft een duidelijke verklaring. “God schiep de mens als Zijn evenbeeld.” Gen. 1:27, Psalm 8:4-6
c. Kijk naar de Bijbel
God heeft de mens zo geschapen dat hij met woorden z’n gedachten kan uitdrukken. God gebruikt daarom Zelf ook woorden. Daarmee maakt Hij duidelijk wat Hij wil. Gods woorden vind je opgetekend in de Bijbel. Er staat bijvoorbeeld wel 3000 keer in dat God spreekt. Met Zijn woord stuurt Hij het wereldgebeuren. En Hij spreekt tegen mensen persoonlijk. Ook nu, want God verandert niet. Jes. 55:8-11, Ps. 19:8-12
d. Kijk naar Jezus Christus
Om Hém gaat het eigenlijk als je vraagt wie God is. Want Jezus laat dat perfect zien. Zonder Hem zou je God nooit echt leren kennen. Je zou ook niet kunnen begrijpen hoe Hij over je denkt. Er is een grote barrière tussen God en mensen ontstaan. Maar Jezus heeft daar verandering in gebracht. Joh. 1:18, Joh. 14:6

Wie is God? Hij is totaal anders dan mensen. Het is onmogelijk voor ons om Hem te bereiken. Geen methode, geen kennis, geen godsdienst brengt je bij God, hoe goed je ook je best zou doen. Daarvoor is iedereen te ver afgedwaald. Daarom draaide God de zaak om. Hij kwam Zelf naar de mens. God wérd mens. Hij werd Iemand van vlees en bloed. Iemand die werd geboren, die kind was, die pijn en vreugde kende, vermoeidheid, honger en dorst. Kortom, Hij was volledig mens, de mens Jezus Christus. En omdat God de gedaante van een mens aannam, kunnen wij begrijpen wie Hij is. God heeft geen duidelijker teken gegeven om Hem te leren kennen! Col. 1:15-23

God werkt
Wie is God? Hij geeft geen visitekaartje af om een afspraak met je te maken. Hij zegt niet: “Kom maar eens langs, dan zal Ik je vertellen wie Ik ben.” Nee, Hij gaat grondiger te werk. Hij wil dat je Hem leert kennen uit Zijn daden. Daarbij gaat het allereerst om de grote daden die in de geschiedenis verankerd liggen. Die daden staan opgetekend in de Bijbel. Ps. 77:12-15

Er is geen boek dat verder in het verleden teruggaat als de Bijbel. Er is ook geen boek dat verder de toekomst inkijkt. Als je de enorme afstand in tijd en ruimte overziet, ontdek je dat God daarin voortdurend beweegt en handelt en spreekt. De Bijbel is er duidelijk over: God blijft niet verborgen in de eeuwigheid, maar Hij werkt in onze wereld. Hij is actief aanwezig in de geschiedenis van mensen. Hij wandelt met hen, Hij roept, is boos, verdrietig, Hij strijdt, Hij liefkoost, verstoot, wacht en lokt, Hij vergeeft, Hij beschermt en Hij woont bij de mensen. God leeft met mensen mee. Ps. 93:1-2, Ps. 95:1-7, Op. 21:1-6

De Bijbel begint direct te vertellen over Gods grote daden. God schept de wereld, God schept mensen. Hij wil hen maken tot Zijn partners. Als de mensen dat plan kapotmaken, komt Hij in actie. De mensen moeten de gevolgen van hun rebellie onder ogen zien, maar God gaat ook werken aan een reddingsoperatie.
Hij kiest een man uit aan wie Hij Zijn plannen duidelijk maakt. Dat is Abraham. God zal met zijn nakomelingen verder gaan. Het nageslacht van Abraham wordt een volk en dat volk kan telkens rekenen op Gods aandacht. Dat volk heet Israël. Het gedraagt zich lang niet als een ideaal Godsvolk, maar God blijft trouw. Als het volk in slavernij belandt, grijpt God in en brengt het naar een eigen land. Als gevolg van hun ongehoorzaamheid aan God worden de Israëlieten vervolgens uit hun land in ballingschap weggevoerd. Maar zelfs in die wanhopige situatie is de Here God bij hen betrokken en wijst Hij hen een weg terug.
Als Israël bezet wordt door de Romeinen, komen Gods daden tot een climax. De grootste daad die God in de geschiedenis van mensen stelt is dat Hij Zelf in de gedaante van een mens in deze wereld komt. De Here Jezus Christus wordt geboren. Zijn werk onder mensen aan het begin van onze jaartelling laat zien wie God is. Hij sterft aan een houten kruis, maar staat weer op uit de dood. Hij neemt de schuld van de mensen op zich. Nu kunnen alle mensen nieuw leven ontvangen, waardoor zij tóch partners van God mogen worden. Zo ontdek je in de Bijbel hoe God werkzaam is in de geschiedenis en ook vandaag. Jezus is Gods grote daad. Gen. 1-3, Ex. 15:1-18, Hand. 13:16-41

De Bijbel is een boek om mee te leven. Je moet er de tijd voor nemen en je eraan overgeven. Dat kan een bijzonder effect op je hebben. Door erin te lezen of eruit te horen, raak je vertrouwd met Gods werk. Je leert Hem beter kennen. Maar dat is nog niet alles. Je doet een ontdekking die je nog dieper raakt. Zoals God in de Bijbel optrok met mensen, wil Hij vandaag optrekken met jou. Via Zijn werk in de schepping, Zijn werk met Israël en Zijn werk door Jezus komt Hij uit bij jou. Sta je Hem toe om in jouw leven Zijn werk voort te zetten, dan ga je deel uitmaken van Gods grote daden. Hij doet Zijn werk nu ook in jou en door jou heen. Je kunt geschiedenis maken met God. Je mag met Hem optrekken en in je dagelijks leven meemaken wie Hij is. God wil Zijn daden voortzetten in jou. Wie is God? Al doende leer je Hem kennen! Ex. 33:13-17, Joh. 14:4-7

God spreekt
De zin die het meeste voorkomt in de Bijbel is: “God sprak…” Dat is veelzeggend. De Here God is anders dan mensen. Hoe kan Hij ons bereiken? Hij komt onze beperkte wereld binnen met Zijn woord. Hij spreekt. En telkens als God spreekt, gebeurt er iets.
Wie is God? God is wat Hij zegt en God zegt wat Hij is. Zijn woord en Zijn wezen zijn niet te scheiden. God doet ook wat Hij zegt. Zijn woord is Zijn werk. God sprak en de schepping kwam tot stand. Daardoor heeft de wereld een verhouding met de Schepper. De Schepper spreekt en van de schepping wordt verwacht dat zij antwoord geeft. Dat doet zij dan ook in allerlei toonaarden, maar zij gebruikt er geen woorden voor. Die mogelijkheid is maar aan één schepsel gegeven. Het woord waarmee de schepping antwoorden kan is in de mond van mensen gelegd. Dat woord maakt de mens tot mens. Geen ander schepsel kan spreken zoals de mens. En geen ander schepsel kan zo met God spreken als hij. Door het woord in de mond van mensen te leggen, maakt God hen tot Zijn partners. Het woord verbindt God en mensen. Jes. 55:6-11, Ps. 19:2-5, 1 Petr. 1:24-25

God spreekt. Zijn woord komt tot uitdrukking in de Bijbel. De Bijbel wordt dan ook wel ‘het woord van God’ genoemd. In de Bijbel hoor je God op verschillende manieren spreken. Telkens raakt dat woord ons.
a. Het woord dat roept: God roept ons, kiest ons uit, zegt ons dat we er mogen zijn voor Hem. Hij sluit een verbond met mensen.
b. Het woord dat rechtspreekt: God maakt scheiding tussen goed en kwaad. Hij oordeelt. Hij geeft wetten en voorschriften om ons te beschermen en richting te geven.
c. Het woord dat herstelt: God geeft beloften en Hij houdt Zich eraan. Hij maakt alle dingen nieuw. Gen. 12:1-3, Joh. 12:47-50, Op. 21:5,6

Als God spreekt brengt Hij Zijn gedachten over mensen tot uitdrukking. Hij spreekt als Heerser van het heelal, maar ook als Vader van Zijn kinderen. Daarom is Gods woord voor mensen bijzonder onderwijs, leiding, tucht, terechtwijzing. Het wordt ook wet genoemd. Niet dat je aan een eng keurslijf moet denken, alsof God erop uit is om mensen te beknotten. Nee! Gods onderwijzing leidt mensen juist naar het leven. Het brengt vreugde. Ps. 19:8-12, Spr. 8:32-36, 2 Tim. 3:14-17

God spreekt en Hij spreekt iets af. Hij sluit een verbond met mensen. Wat verloren was gegaan, herstelt Hij. Hij biedt een harmonieuze relatie aan. Dat zien we als we kennismaken met Jezus. De Bijbel getuigt in al haar delen van deze God, Die de menselijke natuur aanneemt om mensen te kunnen verenigen met Zichzelf. Jezus Christus is Gods woord bij uitstek. De woorden die Hij spreekt en de woorden die Hij doet bezegelen Gods verbond met mensen. Daarom wordt Jezus het Woord genoemd. Luk. 1:68-75, Joh. 1:14, Hebr. 1:1, 1 Joh. 1:1-5

In de Bijbel gaat het over wat de Here God toen-en-toen, daar-en-daar tegen mensen gesproken heeft. Maar zodra je gaat meeluisteren, wordt Gods woord hier-en-nu gericht tot jou persoonlijk. Daarom is de Bijbel niet alleen een geschiedenisboek dat Gods grote daden beschrijft. Het is ook openbaring. God openbaart Zichzelf. Hij spreekt. Wie is God? Wil je God leren kennen? Luister dan! En… doe wat Hij zegt! “Ik houd me met heel mijn wezen aan Uw woorden; ik heb ze oprecht lief” (Psalm 119 vers 167).

Gods naam
De Bijbel is eenvoudig, omdat Gods boek een eenheid is. Het is de eenheid van Gods bedoeling om er te zijn voor ons. Die bedoeling ligt besloten in Zijn naam. De naam van God is de spil waar het kennen van God om draait. Het is daarom niet verwonderlijk dat Gods naam het meest voorkomende kernwoord in de Bijbel is. Je treft Zijn naam 6828 keer in de Bijbel aan. Ps. 113:1-3

Wie is God? Hoe heet Hij? Zijn naam wordt in de oude Hebreeuwse teksten geschreven als JHWH. In de Nederlandse Bijbelvertalingen is Gods naam verstopt. De vertalers hebben HERE of HEER (met hoofdletters) geschreven op de plaats waar eigenlijk Gods naam staat. Telkens als je dat leest, staat er dus Gods naam. Omdat in het oude Hebreeuwse schrift geen klinkers werden opgeschreven, weten we niet meer precies hoe JHWH moet worden uitgesproken. Het meest aannemelijk lijkt Jahweh. Daar zit namelijk het Hebreeuwse werkwoord ‘zijn’ in verwerkt. En dat past bij de betekenis van Gods naam. We weten namelijk wel wat JHWH betekent. Mozes vraagt aan God hoe Zijn naam is. God antwoordt: “Ik ben Die Ik ben” (Exodus 3 vers 14 en 15). Hij is er. Hij zal er zijn. Ook in andere Bijbelgedeelten komt die betekenis van Gods naam naar voren. Keer op keer roept God: “Ik ben er! Ik zal er zijn!” En telkens roept Gods volk ten antwoord: “Hij is er! Hij zal er zijn!” Ex. 20:7, Zach. 13:9

God heeft een naam. Hij heeft ook veel titels. Zijn titels zeggen iets over Zijn werk. Maar Zijn naam maakt Zijn wezen duidelijk. Hij schept de wereld als Elohim (dat betekent ‘de Godheid’). Maar Hij schept de mensen als JHWH (omdat Hij er voor hen zal zijn). Zo mag je Hem leren kennen. God heeft Zich bekendgemaakt, zonder reserve, zonder berekening. Hij verbindt Zich aan mensen vanuit Zichzelf en niet omdat de mensen daar aanleiding toe geven. Hij wil er voor ons zijn omdat Hij er voor ons wil zijn. Gods naam is onbegrijpelijk, tenzij je God persoonlijk wil ontmoeten. Dan krijgt Zijn naam betekenis. Via Gods naam ga je beseffen hoe nabij Hij is. “God is er en Hij is er voor mij!” Gen. 1 en 2, Ez. 48:35

De onthulling van Gods naam krijgt een beslissend hoogtepunt in Jezus Christus. Hij is de concrete, lichamelijke uitdrukking van Gods naam. Hij bezegelt Gods trouw aan mensen. Daarom zegt Hij: “Ik heb Uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekendmaken”(Johannes 17 vers 6 en 26).
Als je Jezus ziet, zie je wat God met Zijn naam aan ons te kennen geeft. Je ziet Zijn wil, die eeuwig stand zal houden. Vanuit Jezus kun je teruggaan naar de bedoeling van de schepping. God wilde er zijn voor de mensen. Vanuit Jezus kun je ook vooruitzien naar de voleinding. God zal er altijd zijn voor de mensen. En met dit uitzicht op de eeuwen kun je nu op dit moment beamen: “Gods naam is Jahweh, want Hij is bij mij en dat mag ik merken.”

Je mag leven in de nabijheid van Gods naam. Je zult zien dat Zijn naam in de praktijk van het dagelijks leven voortdurend aan rijkdom wint. Dankzij Gods naam mag je weten dat Hij er is – ook als je twijfelt of eens niets van Hem merkt. Als Hij ver weg lijkt is Hij nog steeds Dezelfde. Zijn naam geeft die garantie. God verbindt Zijn naam met jou. Hij is bezig Zijn naam in jouw leven te schrijven. Je maakt deel uit van Gods gezin. Gods naam vraagt ook om een reactie. Geloven is antwoord geven op Gods trouw. Je mag jouw naam uitwisselen met Zijn naam. “Is Hij er voor mij? Dan wil ik er zijn voor Hem!” Ps. 46:8, Op. 22:4, Ps. 145: 1-2

Gods eigenschappen
Wie is God? Hij heeft geen lichaam zoals mensen dat hebben. God is Geest. Hij bestaat vanuit Zichzelf, eeuwig en onveranderlijk in Zijn wezen en in Zijn liefde en heiligheid.
Gods eigenschappen zijn anders dan die van mensen, omdat ze volmaakt van kwaliteit zijn. Toch zijn ze niet zo anders dat we er geen kennis mee kunnen maken. We leren ze kennen in Zijn omgang met mensen. Ze verbazen ons en vragen om respect, ontzag en aanbidding. Ex. 34:6-7, Joh. 4:24, 1 Tim. 6:16

God heeft verschillende soorten eigenschappen. Hij heeft eigenschappen in Zich die Hij bij de schepping ook aan mensen meegaf. Ze zijn overdraagbaar: liefde, goedheid, waarheid, rechtvaardigheid, wijsheid, heiligheid.
God heeft ook eigenschappen in Zich die je niet terugvindt bij mensen. Ze gelden uitsluitend voor Hem en zijn daarom niet overdraagbaar: onafhankelijkheid, onveranderlijkheid, oneindigheid, alomtegenwoordigheid, alwetendheid, almacht, majesteit, soevereiniteit.

Gods eigenschappen vormen een eenheid en worden gestuurd door Zijn krachtige wil. Omdat Hij het wilde kwam de schepping tot stand. Omdat Hij het wilde sloot Hij een verbond met mensen. Omdat Hij het wilde zette Hij een reddingsactie op touw toen de mensen verloren dreigden te gaan. Omdat Hij het wilde werd Jezus geboren uit een maagd. Omdat Hij het wilde stierf Jezus aan een kruis en stond Hij op uit de dood. Omdat Hij het wilde zal Hij Zijn plannen vervullen met Zijn volk, de gemeente. Omdat Hij het wilde ben jij er. En jij bent er met een reden. Wát God precies met jou wil kun je zelf ontdekken. Rom. 11:33-36, 1 Cor. 2:9-10

God is te vertrouwen. Hij is een Rots. Zijn wezen verandert niet. Zijn karakter verandert niet. Zijn waarheid verandert niet. Zijn wegen veranderen niet. Zijn plan verandert niet. Zijn Zoon verandert niet. Wat Hij heeft bedacht, heeft Hij van begin af aan in gedachten gehad en zal Hij tot het einde toe uitvoeren. Heel Gods wezen en al Zijn eigenschappen werken samen naar één doel: naar heerlijkheid voor Hemzelf, voor mensen en voor de hele schepping. Zijn einddoel is om mensen te verzamelen die Hem volmaakt behagen en prijzen en die volmaakt genieten van Zijn liefde. Alles in God werkt eraan mee om die heerlijkheid te bereiken! Ps. 33:8-15, Ps. 102:26-28, Jes. 48:12, Jak. 1:17, Hebr. 13:8, 1 Cor. 2:6-9

God is liefde
Gods boek is een liefdesgeschiedenis: God Die zoekt en vindt. De hoofdrolspelers zijn God en de mens. God heeft ons gemaakt om ons lief te hebben. Daar zet Hij Zich voor in met heel Zijn wezen. Gods liefde is Zijn persoonlijke bemoeienis, Zijn persoonlijke ijver, Zijn persoonlijke trouw, gericht op ons.
Gods liefde is de hoogste uiting van Zijn goedheid. Het is Zijn liefde voor ieder mens persoonlijk. Hij zoekt ons geluk en zond daarvoor Zijn Zoon om een blijvende afspraak met ons te kunnen maken. Deut. 7:6-9, Ez. 16:4-8, Hos. 2:18-19, Joh. 3:16, Jer. 31:3

Hij geeft ons Zijn naam: Hij zal er zijn voor jou. Dat is Zijn liefde.
Hij geeft ons Zijn woord: Hij is er van begin af aan en Hij zal er zijn tot de voleinding toe. Dat is opnieuw Zijn liefde.
Hij geeft ons zijn daden: Hij heeft bewezen dat Hij er was toen Hij trouw was aan Israël. Hij bewees ’t toen Hij Jezus gaf voor alle mensen. En Hij bewijst het opnieuw nu Hij meewerkt in jouw leven. Ook dat is Zijn liefde.

Liefde betekent dat je de ander op de eerste plaats stelt. Zoiets blijkt uit wat je doet. Je kwetst de ander niet, maar je zoekt juist het beste voor hem. Telkens weer kies je voor hem. Liefde blijkt uit wat je doet. De daad van liefde die God heeft gesteld is het offer van Zijn Zoon Jezus. Rom. 8:31-39, 1 Joh. 4:7-11

Gods liefde is genade. Hij bemoeit Zich met mensen met wie Hij Zich helemaal niet zou hoeven bemoeien. En Hij kiest opnieuw voor mensen, ook al wijzen zij Hem af. Hij verbindt Zijn geluk met ons geluk. Hij mengt Zich in de weerstand van de wereld en van ons hart. Hij geeft Zichzelf om bij de Zijnen te kunnen blijven. Hij maakt Zich klein en kwetsbaar tot in de dood. Hij verliest alles om ons te winnen. Hij blijft trouw als de Liefhebbende. Dat is God, onze God. Dat is Zijn liefde. Wie is God? God is liefde. Wie ingaat op die liefde, ontdekt Gods liefde in alles wat hem overkomt. Ef. 2:1-8, 1 Petr. 2:9-10, Filip. 2:5-11, Rom. 8:28

God is heilig
God is de absolute heerser van de kosmos, die alles bestuurt naar Zijn wil. Hij is volmaakt in heerlijkheid, wijsheid en macht. Hij is licht; in Hem is helemaal geen duisternis. Hij is afgescheiden van alle kwaad. Hij is anders dan mensen, maar Hij is niet ver van ons. Hij is erop uit om ons te heiligen. Hij wil ons afzonderen, apart stellen, exclusief bewaren, ter beschikking houden, wijden, gebruiken. Hij wil ons puur en onbesmet houden. Dat betekent het woord heiligen allemaal. God heiligt ons, omdat Hij Zelf heilig is. Hij zondert ons af voor Zichzelf. Hij wil dat wij er zijn voor Hem, omdat Hij er Zelf helemaal is voor ons. Lev. 20:26, Jes. 6:3, Joh. 17:17-21

God is een jaloers God. Hij is naijverig. Zijn jaloezie komt voort uit Zijn wil om een liefdesrelatie te beschermen. Hij kan het niet hebben dat Zijn geliefde er niet honderd procent voor Hem is. Hij duldt geen overspel. Hij wil niet dat mensen andere ‘goden’ achterna lopen. Dat roept Zijn boosheid op. Hij stelt Zich teweer tegen alle kwade machten die de relatie tussen Hem en mensen willen verstoren. Hij haat de zonde. Hij is streng. Hij verwacht als de Heilige een geheiligd volk. Hij veroordeelt alle ontrouw, maar Zelf blijft Hij trouw. Ook daarin is God heilig. Ex. 20:4-6, Ez. 36:22-28, 2 Tim. 2:13

Gods heiligheid verenigt Zijn andere eigenschappen. Macht zonder heiligheid is meedogenloos. Waarheid zonder heiligheid is keihard. Goedheid zonder heiligheid is slap. Liefde zonder heiligheid verblindt. Maar als deze eigenschappen gericht worden op het doel om mensen te zoeken en te vinden, krijgen ze onweerstaanbare glans. Daarom krijgt Gods heerlijkheid de meeste glans in Zijn heiligheid. Dat wordt dan ook uitgejubeld in dat oude lied: “Wie is zo heerlijk en heilig als U!” (Exodus 15 vers 11).

Wie is God? God is heilig én Hij is in ons midden. Daarin mag je Jezus Christus herkennen, want zo komt Hij als God én als mens in de wereld. Door het werk dat Jezus volbracht heeft heiligt God mensen. Het is Jezus die alle concurrentie overwint. En het is Jezus die mensen klaarmaakt om met God te leven. In Jezus worden wij geroepen, uitgekozen en aangenomen. Wie kan ons dan nog scheiden van Gods liefde? Joh. 17:19, 1 Cor. 1:30, Hebr. 10:8-10, Rom. 8:28-35

God is één
Wie is God? God is één. Hij is nooit in tegenspraak met Zichzelf. Hij is één, maar Hij is niet alleen. Hij is de volmaakte liefde. Hij was dat al voordat Hij mensen maakte om Zijn liefde mee te delen. Hoe kan dat? Hij onderhoudt een liefdesrelatie in Zichzelf. Hij is een drie-eenheid: God de Vader, Jezus de Zoon en de Heilige Geest. Deut. 6:4

Je kunt de drie-eenheid een beetje vergelijken met onze spraak. Daarin kom je ook drie elementen tegen die samen een eenheid vormen: de gedachte, het woord en de trilling van de stem. Je ziet bij de schepping inderdaad iets van dit mysterie van Gods wezen terug. De Bijbel vertelt dat God de Schepper is. Maar ook dat alle dingen door Gods woord zijn ontstaan. En dat de Geest van God er leven in bracht. God is de ontwerper, de bedenker van alles. Jezus is het Woord, Die er van begin af aan bij was. En de Heilige Geest is Gods ‘Ruach’, Gods adem. Het is daarom niet vreemd dat God het bij de schepping over ‘ons’ heeft als Hij spreekt over Zichzelf: “Laat ons mensen maken naar ons beeld.” Toch is God meer één dan drie. Vader, Zoon en Heilige Geest zijn drie personen, maar één in wezen en samen God. Gen. 1:1-3, Gen. 1:26, Joh. 1:1-3

Er is een hechte relatie binnen de drie-eenheid. De Zoon werkt niet onafhankelijk van de Vader. En de Heilige Geest werkt niet onafhankelijk van de Vader en de Zoon. Als de Zoon mens wordt, zie je dan ook dat Hij in alles onderworpen is aan de Vader. En als de Heilige Geest gegeven wordt aan mensen, is Hij weer helemaal onderworpen aan de Vader en de Zoon. God is één. Alles in Hem werkt eraan mee om mensen te zoeken en te vinden en te vullen met nieuw leven. God wil mensen verenigen met Zichzelf. Joh. 5:19, Joh. 12:49-50, Joh. 15:26, 1 Cor. 15:23-28

God de Vader
God is de Schepper. Daarmee staat Hij boven alles wat bestaat. Er is afstand tussen de Schepper en Zijn schepselen, net zoals er afstand is tussen de schilder en zijn schilderij. Wat God maakt komt uit Hem voort, maar het is niet aan Hem gelijk. Alles wat God gemaakt heeft vertoont een zekere gelijkenis met Hem. Maar niets bezit goddelijk leven, zoals Hij leven bezit. Tenzij Hij dat leven geeft…

Met Jezus is het anders. Hij bezit als mens namelijk wel dat leven van God. Hij is aan God gelijk, zoals een kind gelijk is aan z’n vader. Daarom wordt Jezus de eniggeboren Zoon van God genoemd. Het leven dat Hij bezit is anders dan het leven van elk ander levend wezen. Het leven van mensen is een natuurlijk leven. Het sterft weer, net als dieren en planten sterven. Het leven van Jezus is goddelijk leven, waar de kracht van Gods Geest in woont. Daarom overwon Jezus de dood. Joh. 1:14, 18, 2 Tim. 1:9-10

Maar nu het wonder dat jou en mij raakt! Jezus kan dat goddelijke leven geven aan wie Hij wil. Dankzij Hem mogen mensen – net als Hij – ook zonen van God worden. Alles in de Bijbel wijst erop dat wij zijn voorbestemd om gelijkvormig te worden aan Gods Zoon. Alles in God is erop uit om mensen te brengen waar Jezus is. Daar is het God allemaal om te doen. Het gaat om een hemels adoptieplan. God neemt ons in Jezus aan als Zijn kinderen. Hij wil onze Vader zijn! Jes. 63:16, Jes. 64:8, Rom. 8:14-17, Gal. 3:26-29, Hebr. 2:10-13, 1 Cor. 15:47-50

Wie is God? Alles wat je over de Here God kunt zeggen kun je samenvatten in dit woord: de Vader. Hij is onze volmaakte, hemelse Vader. Hij is trouw in Zijn liefde en zorg. Hij heeft intense belangstelling en groot respect voor jouw persoonlijkheid. Hij is bekwaam en beschikbaar om je te leiden en toe te rusten voor je levenstaak. Hij staat klaar om je te helpen en te groeien in volwassenheid. Hij heeft een erfenis voor Zijn kinderen klaarliggen die in heerlijkheid ons begrip te boven gaat. Dat is de inhoud van Zijn werk, Zijn woord, Zijn naam. Dat is het hoogtepunt van alles wat de Bijbel over God te zeggen heeft. Hij is er, Hij is dichtbij, want Hij is onze Vader. Die naam wordt ons door Jezus in de mond gelegd. Zó mag jij Hem kennen. Je mag het uitroepen, samen met Jezus en alle andere kinderen van God: “Abba, Pappa, mijn Vader!” Matt. 6:9, Joh. 17, Rom. 8:15, Gal. 4:6, Op. 21:7

Willem de Vink