109. Verlangen naar de hemel
We zouden het vaker over de hemel moeten hebben. Omdat de hemel met positieve beelden komt die we juist nu zo goed kunnen gebruiken. Het gaat over een leven zonder ziekte, tranen, eenzaamheid, strijd, oorlogsgeweld. Ook biedt de hemel ons het grote verhaal dat onze samenleving is kwijtgeraakt.
Er ligt een geweldige toekomst voor ons, die ons de moed geeft om de problemen van vandaag aan te pakken. En de hemel beantwoordt aan een diep menselijk verlangen dat we misschien wel door allerlei negatieve ervaringen hebben onderdrukt. Ik bedoel ons verlangen naar het volmaakte.
Positieve verbeelding
Stel je mensen de vraag of ze wel eens nadenken over de hemel, dan krijg je de meest uiteenlopende antwoorden. ‘Veel te vroeg om over na te denken,’ zegt de een. ‘Sorry, te druk,’ zegt de ander. ‘Ik heb het wel goed hier, de hemel hoeft voor mij niet zo,’ zegt weer iemand anders. ‘Mijn hemel!’ reageert een volgende, ‘moet ik daar ook al over nadenken? Laat me met rust!’ Soms zie je iemand peinzen: ‘ Daar kan ik me geen voorstelling van maken. Ik weet het eigenlijk niet. Ik heb zoveel vragen.’ En er zijn mensen die botweg zeggen: ‘De hemel bestaat niet!’
Zo lang we onszelf afkeren van de hemel, zal de dagelijkse realiteit zwaar op ons drukken en de toekomst ons bij tijden bedreigend voorkomen. De media bombarderen ons doorlopend met negatieve berichten en beelden, die ons voorstellingsvermogen gemakkelijk in bezit nemen en al snel angst en depressiviteit veroorzaken. Daar bovenop worden we ongerust gemaakt door wat we in onze omgeving zien aan sociale ongelijkheid, klimaatveranderingen, prestatiedruk, zorgen over onze gezondheid en financiën. Hoe zal de wereld er over 10, 20, 30 jaar uitzien? Wat voor wereld laten we achter voor onze kinderen en kleinkinderen?
De hemel helpt ons om ons voorstellingsvermogen te voeden met alternatieve beelden van onze toekomst.
Waar Jezus is
De hemel was een sterke realiteit in Jezus’ leven. Je vindt het besef van een hemelse invloed terug bij de wonderen die Hij deed, bij wat Hij zei over Gods Koninkrijk en vooral ook in zijn omgang met zijn Vader (zijn hemelse! Vader). Hij kwam er vandaan, zei Hij, Hij ging er naar terug, en intussen stond Hij er voortdurend mee in verbinding. Hij wilde dat zijn volgelingen ook verbonden zouden zijn met de hemel. ‘Onze Vader die in de hemel is,’ leerde Hij hen bidden. En nu is Hij er zelf naar teruggekeerd.
Maar waar precies is Jezus naartoe gegaan toen Hij zijn handen had opgeheven en aan het oog van zijn volgelingen werd onttrokken?
Hoewel we in de Bijbel geen uitgebreide omschrijving van de hemel vinden, kunnen we er wel een indruk van opdoen in de talloze verwijzingen die we er over hebben. Het is opvallend hoeveel er in de verschillende bijbelboeken over te vinden is, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Het woord ‘hemel’ komt in de Bijbel ongeveer 780 keer voor. Zelfs als we de blauwe lucht ervan aftrekken, is dat nog steeds veel vaker dan andere woorden in de Bijbel die we belangrijk vinden, zoals liefde, goedheid of zegen.
Willen we vanuit de hoop die de Bijbel geeft leven, dan is het belangrijk dat we goed weten wat er over de hemel gezegd wordt, om daarmee onze verbeelding te voeden. Een helder beeld van de hemel kan ons zelfs motiveren om daar iets van op aarde al te realiseren. ‘Laat uw wil gebeuren, zoals in de hemel, ook op aarde,’ leerde Jezus zijn volgelingen bidden.
Er is niemand die met zoveel gezag over de hemel heeft gesproken als Jezus. Het is alsof Hij het gordijn waarmee de hemel aan onze blik onttrokken was opentrekt, om ons een verbazingwekkend en hoopvol uitzicht op onze toekomst te geven.
De kracht van die beelden heeft niet alleen effect op onze toekomstverwachting. De blik die Jezus ons gunt op een leven voorbij de dood helpt ons ook om moeilijke tijden hier en nu te doorstaan. Juist in deze tijd met zijn dreigingen en rampen hebben we het nodig dat we een andere werkelijkheid voor ons zien. Met wat Hij ons aan indrukken van de hemel geeft, helpt Jezus ons om de moed erin te houden en ons te laten inspireren door een alternatieve werkelijkheid die de hemel ons aanreikt.
Want het zal echt anders worden, benadrukt de Bijbel in allerlei toonaarden en met allerlei voorstellingen, en Jezus is daar persoonlijk het bewijs van. Nu nog leven we nog net als Abraham als vreemdelingen in een vreemde wereld, maar straks zullen we thuis zijn. Nu nog zucht de schepping onder dood en verderf, maar straks zal haar verwachting werkelijkheid worden. Nu nog kennen we God en mensen op afstand, maar dan zullen we elkaar echt kennen. Dan zal blijken dat de liefde echt eeuwig blijft bestaan, zoals Paulus zei. We mogen onze verlangens serieus nemen: ze zullen in vervulling gaan. Sterker nog, de hemel zal al onze verlangens overtreffen.
Verlangen naar volmaaktheid
De hele wereld gonst van verlangen. Ik herken in mijzelf een verlangen naar schoonheid, liefde, een plek waar ik echt thuis ben. Het verlangen naar een paradijs. Volgens mij kent iedereen wel van die verlangens. Je ziet ze weerspiegeld in literatuur, theater en film, en hoort ze ook terug in gesprekken. We verlangen bijvoorbeeld naar de ideale partner, het perfecte huis, de mooiste plek op vakantie.
Sterke verlangens leven al bij kinderen. Je ziet ze zich graag terugtrekken in een gedroomde wereld, en zelfs een knuffel kan een volmaakte vriend voor hem of haar zijn. Een spelend kind herinnert het ons eraan wat er al van jongs af aan in ieder van ons leeft: het verlangen naar volmaaktheid.
Mensen met ‘ervaring’ moeten misschien om zo’n verlangen naar volmaaktheid lachen. Maar is dat verlangen een illusie? Moeten we ermee kappen om erover te dromen? Wordt alles waarop we hoopten toch alleen maar van ons afgenomen zodra we dood zijn, of ervoor al, door al onze negatieve ervaringen?
Ik denk dat God ons verlangen naar volmaaktheid in ons gelegd heeft omdat Hij ons er iets mee wil zeggen. Het leidt onze aandacht naar de hemel, als Hij tenminste het gordijn van onze teleurstellingen weg mag trekken. Het bestaan van een hemel vertelt ons dat het toch nog allemaal beter zal worden en dat de dood niet het einde is, maar een doorgang naar een leven waarin onze verlangens worden vervuld. Dat is wat de Bijbel ons schetst. Die maakt duidelijk dat we niet moeten leven vanuit onze ervaring, maar vanuit openbaring.
We zijn niet alleen maar bedoeld voor dit leven. Niet voor een leven dat leidt tot de dood, einde verhaal. We zijn niet alleen maar een prachtig setje moleculen en strengen chromosomen (wonderbaarlijk bijeengebracht en prachtig samenwerkend, dat wel). Nee, we zijn niet toevallig in deze tijd en op deze plek neergezet. We zijn bedoeld voor de hemel. En voor Jezus, die daar nu al is. Om daar de vervulling te vinden van alles waar we hier op deze oude aarde in ons aardse lichaam aan begonnen waren.
De volmaakte plaats en de volmaakte persoon
We leven allemaal met een gevoel van heimwee. Alsof we iets missen. In ons hart verlangen we naar een volmaakte plaats en een volmaakte vriend.
Jezus haakt in op dat verlangen naar zo’n plaats en zo’n vriend als Hij zegt: ‘In het huis van mijn Vader zijn veel kamers. Wanneer Ik een plaats voor jullie klaargemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie met Me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben.’
Jezus geeft ons dus de plaats waarnaar we verlangen. Het is door hemzelf voor ons klaargemaakt, zegt Hij. Moet je je voorstellen: de bouwvakkerszoon is speciaal voor jou gaan bouwen. Hij heeft een plek voor je klaargemaakt die precies bij jou past en waarin je je straks perfect thuis zult voelen. Thuis bij de Vader.
Jezus geeft ons ook de vriendschap waarnaar we verlangen. Die vriend is Hij zelf. Hij komt terug, zegt Hij, om jou met Hem mee te nemen. Stel je voor: de Zoon van God die er speciaal zal zijn voor jou, als degene die jouw verlangen naar een volmaakte vriend vervult.
Jezus kent onze verlangens. Hij kende ook het heimwee waar wij mee rondlopen toen Hij zelf op aarde rondliep. De hunkering naar de plaats waar Hij speciaal met ons verbonden zou zijn. Zijn heimwee is ook onze heimwee naar de hemel. Die zal worden vervuld op de plaats die Jezus ons wil geven en bij de vriend die Hij voor ons wil zijn. Het helpt ons om de dag door te komen als we ons daar nu al op afstemmen.
Gods woonplaats
Waar is de hemel dan te vinden? Misschien is hij onderdeel van ons heelal. Misschien is hij ook wel in een andere dimensie en staat hij los van onze tijd en ruimte. We weten het niet. Wel weten we dat hij boven ons is. Zo staat het in de Bijbel opgeschreven. Het is een plek waar we naar opkijken, zoals Jezus deed als Hij bad.
In alle beschrijvingen gaat het om een hooggelegen plaats, in ieder geval hoger dan ons denkvermogen. ‘Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen,’ zegt God in Jesaja. De hemel is dus een echte plaats, maar wel van een heel andere orde dan onze wereld nu.
Het belangrijkste kenmerk van de hemel is misschien wel dat God er woont. ‘Hij heeft in de hemel zijn verheven verblijf gebouwd,’ schrijft de profeet Amos. Daarom leert Jezus ons bidden: ‘Onze Vader, die in de hemel is.’
God woont in de hemel, maar Hij is wel groter dan de hemel. Hij is ook groter dan de hemel en de aarde samen. Daarom kan er in de Psalmen staan: ‘Verhef U boven de hemelen, God, laat uw glorie heel de aarde vervullen.’
Omdat God groter is dan de huidige hemel en aarde, kan Hij ook een nieuwe hemel en een nieuwe aarde maken. Hij zal dat doen om straks voor altijd met mensen samen te zijn. De hele schepping kijkt daar nu al naar uit, ‘met reikhalzend verlangen,’ schrijft Paulus. We zouden met haar mee moeten kijken, want we laten ons van veel vreugde en hoop beroven als we weg blijven kijken.
Omdat God de HEERE is die er voor mensen wil zijn, heeft Hij de hemel met een speciaal doel gemaakt. Hij onderhoudt vanuit de hemel het contact met de aarde. ‘Ben Ik niet overal, in de hemel en op aarde?’ zegt Hij in Jeremia. Hij gebruikt engelen om het verkeer tussen hemel en aarde te onderhouden, maar met zijn Geest is Hij overal aanwezig.
De Geest uit de hemel
Gods Geest vertegenwoordigt de hemel op aarde. Hij woont in ons, dus hebben we altijd iets van de hemel in ons. Hij is de Geest van God, die ook in Jezus woonde. Daarom kunnen we Jezus gerust een hemelmens noemen. Zijn Geest woont dus ook in ons, zodat we onszelf ook als hemelmensen mogen zien. Onze bestemming is de hemel, daar horen we thuis, maar we zijn er nu al mee verbonden.
De Geest van Jezus, met de kwaliteiten van Jezus, leeft in ons en werkt in ons karakter uit wat op Jezus lijkt. Hij woont in ons met liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing, met wijsheid en kracht en alle andere kwaliteiten van Jezus. We kunnen niet met het smoesje aankomen dat we liefde of geduld of een van de andere eigenschap van Jezus tekortkomen, want we hebben ze in ons. We hebben Gods Geest in ons, van wie Jezus zegt dat Hij tot in eeuwigheid bij ons zal blijven.
Gods Geest fluistert ons voortdurend in wie Jezus is en wat Hij zou doen in de situaties waarin we ons staande moeten houden. De heilige Geest is onze verbinding met de hemel en met Jezus zelf. ‘Door jullie bekend te maken wat Hij van Mij heeft, zal Hij Mij eren,’ zei Jezus.
Jezus Hogepriester
De discipelen kregen misschien wel pijn in hun nek toen ze naar de hemel bleven staren, waarheen Jezus vertrokken was. Wat doet Jezus in de hemel? In de Bijbel wordt Hij onze grote hogepriester genoemd. Het ambt van hogepriester in het stenen heiligdom in Jeruzalem verviel toen Kajafas zijn priestermantel kapotscheurde. Jezus verbindt nu vanuit het hemelse heiligdom mensen met God.
Jezus deed dat al tijdens zijn optreden op aarde. Hij was voortdurend bezig om mensen te laten zien wie God was en hoe ze in zijn Koninkrijk opgenomen konden worden. Hij vergaf hun zonden en bad voor ze. Hij gaf zelfs zijn leven. Jezus heeft op aarde zijn werk als hogepriester volbracht en zijn functie meegenomen naar de hemel. Hij geeft ons op aarde als Hogepriester in de hemel de verzekering dat we definitief door Hem gered zijn voor de eeuwigheid. De apostelen schrijven dat Hij, nadat Hij naar de uiteindelijke volmaaktheid was gevoerd, een bron van eeuwige redding is geworden. Hij pleit daar onophoudelijk voor ons, ‘om ons volkomen te redden,’ schrijven ze. Daarbij speelt Jezus’ bloed in de hemel een belangrijke rol. Hij bloedde tijdens zijn kruisiging voor ons. Het was onschuldig bloed. Hij heeft ons daarmee definitief gereinigd van al onze zonden. In de hemel is Jezus’ bloed de verzekering van onze eeuwige redding.
Jezus is onze Hogepriester in de hemel, wij zijn zijn priesters op aarde. Dat betekent dat we mensen mogen verbinden met de hemel, zoals priesters dat al deden in de tempel. We hebben daar nu geen tempel meer voor nodig, we zijn zelf een tempel geworden waarin God leeft met zijn Geest. Daarom kunnen we altijd en overal voor andere mensen bidden en een beroep doen op Jezus om voor hen in te staan.
Jezus Koning
In de Bijbel wordt Jezus ook Koning genoemd. Die functie heeft Hij op dit moment in de eerste plaats in de hemel. Hij regeert daar als Koning namens God. Jezus heeft in de hemel zijn plaats op de troon ingenomen aan Gods rechterhand, schrijft Marcus.
Jezus’ koningschap werd al honderden jaren voordat Hij op aarde kwam door de profeten voorspeld. Bij zijn geboorte werd dat ook nog eens bevestigd door een engel. Zo’n 33 jaar later werd Hij in Jeruzalem juichend binnengehaald als de Koning-Messias. Een paar dagen later speelden soldaten hun koningsspelletje met Hem. Die mannen wisten niet dat ze de eeuwige Koning voor zich hadden die over alles zal regeren. Ook de mensen in Jeruzalem die Hem eerst toejuichten als hun Koning, maar even later schreeuwden dat Hij gekruisigd moest worden, hadden geen idee. Toch stond tegenover Pilatus de Koning der koningen, zoals Hij in de Bijbel wordt genoemd.
Jezus is Koning in de hemel, maar zijn regering kan nu al merkbaar zijn in ons dagelijks leven. Hij wil ons dienen, want Hij heerst door te dienen, heeft Hij vaak benadrukt. Daarom gaf Hij zich over, tot op het kruis. Hij wil dat ook wij ons zullen overgeven (‘Neem je kruis op,’ zei Hij). Aan Hem, want Hij regeert vanuit overgave.
Koningen en priesters
Ik vind het verrassend dat Jezus wil dat we op Hem zullen lijken. Het is zelfs zo dat Hij zijn volgelingen ziet als koningen – allemaal, niemand uitgezonderd. Hij wil zijn overwinning met ieder van ons delen. Dat doet Hij nu al in beperkte mate, voor zover we Hem dat toestaan. Naarmate we ons meer aan Hem overgeven, kan Hij meer in ons leven van zijn liefdevolle heerschappij uitwerken, zodat we zelf zullen gaan heersen in dit leven. Straks zullen we dan definitief met Hem als koningen heersen in zijn Koninkrijk, vertelt de Bijbel. Wat we meegenomen hebben uit dit leven zal in de hemel als een beloning ons hele wezen bepalen. Het zal van ons afstralen. ‘Goed gedaan, trouwe slaaf,’ zal de Koning zeggen. ‘Je bent trouw geweest in de kleine dingen, daarom zal Ik je over veel grotere dingen stellen.’
De apostelen noemen volgelingen van Jezus ‘een uitverkoren generatie van koningen en priesters’. Dat zijn we vanuit de hemel gezien, terwijl we die functies nu al op aarde uitoefenen. We horen bij het hemelse Koninkrijk en leven als ambassadeurs daarvan op aarde. We zijn niet van deze wereld, maar we hebben er nog wel een taak in te vervullen. Jezus bad: ‘Zij horen niet bij de wereld, zoals Ik niet bij de wereld hoor. Ik zend hen naar de wereld, zoals U Mij naar de wereld gezonden hebt.’
Jezus benadrukt op alle mogelijke manieren dat we ons los moeten maken van de wereld om de wereld te kunnen dienen. De bron om te bidden voor mensen en voor hen op te komen, om vrede te brengen en creatieve oplossingen te bedenken voor de problemen waar de wereld mee kampt ligt in de hemel.
Openbaring
Het laatste bijbelboek, Openbaring, is bijna volledig geschreven vanuit het perspectief van de hemel. Wie dit boek leest en het wil begrijpen, moet wel de eerste woorden serieus nemen. Daar staat: ‘Openbaring van Jezus Christus, die Hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet.’
Dit boek is dus de openbaring van Jezus, lezen we. Het gaat om Hem en wat we van Hem moeten weten. Op Hem moet onze focus liggen als we verder lezen.
We vinden in dit boek zeven composities die telkens opnieuw duidelijk maken dat alle ellende die in de tekst getoond wordt door Jezus wordt opgevangen en tot overwinning wordt gebracht. Hij heeft de vloek op zich genomen. De machten die de wereld teisteren zijn aan Hem onderworpen en zullen door Hem veroordeeld worden. Dat zijn ‘de dingen die binnenkort moeten gebeuren.’ We kunnen dan ook begrijpen waarom in allerlei toonaarden God wordt bejubeld en dat wordt benadrukt dat ‘alle volken zullen komen en zich voor U zullen neerwerpen, want uw rechtvaardige daden zijn geopenbaard.’ Ze zijn geopenbaard in Jezus. Daar getuigt de hemel van, vertelt Openbaring ons.
Symbolisch of echt
Maar moeten we wat de Bijbel over de hemel schrijft eigenlijk wel letterlijk nemen? Is het niet allemaal symbolisch wat die beeldtaal schetst? Nee, het is én én. Het is net als met het kruis van Jezus: dat is een krachtig symbool en een enorm sprekend teken, maar het heeft wel degelijk op een bepaalde tijd en plaats rechtop in de grond gestaan en Jezus is daaraan echt vermoord. Jezus is ook niet alleen symbolisch uit de dood opgestaan (al is zijn opstanding een geweldig symbool van overwinning), Hij is toen en daar gezien en gehoord en aangeraakt.
Johannes schrijft in een van zijn brieven: ‘Wij hebben het Woord gehoord, met eigen ogen gezien, met onze handen aangeraakt. Het leven is niet langer verborgen, want wij hebben het zelf gezien.’
Paulus zegt dat als Jezus niet letterlijk was opgestaan, gelovigen maar zielige mensen zouden zijn. Dat zou ook zo zijn als we de hemel niet letterlijk namen. De letterlijke betekenis zou wel eens van veel groter gewicht kunnen zijn dan alles wat we in ons aardse bestaan gewichtig vinden. God vindt de echtheid van de hemel in ieder geval zo belangrijk dat Hij daar zelf woont. Straks zullen we Hem (niet alleen Jezus, ook de Vader!) met eigen ogen zien, dus hoe echt wil je het hebben?
De hemel is een echte plek. We weten dat Jezus er vandaan kwam. Hij zegt over zichzelf dat Hij het brood is dat uit de hemel is neergedaald en leven geeft aan de wereld. We weten ook dat Hij na zijn dood en opstanding weer naar de hemel is teruggegaan. Jezus is als echt mens naar de hemel gegaan. Na zijn opstanding uit de dood hebben zijn volgelingen met een echt mens gesproken. Ze konden de wonden aanraken die Hij als een echt mens aan de kruisiging had overgehouden. Ze hebben een echt mens vis en brood zien eten. Toen Hij naar de hemel vertrok, strekte Hij als een echt mens zijn handen naar zijn volgelingen uit om hen te zegenen. En Hij is als een echt mens op dit moment in de hemel, om als een echt mens straks weer terug te komen en ons op te halen.
Jezus geeft ons de zekerheid dat we in de hemel zullen komen. Hij was de eerste die daar aankwam, wij zullen volgen. Daar zullen we net zo zijn als Hij. Johannes schrijft in zijn brief: ‘Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan Hem gelijk zullen zijn wanneer Hij zal verschijnen, want dan zien we Hem zoals Hij is.’
Jezus komt terug
Het is ongelooflijk hoe vaak er in de Bijbel over het einde van het huidige tijdperk wordt geschreven, en over het nieuwe begin wat daarachter ligt. Zeker als je bedenkt hoe weinig er in deze tijd over gesproken wordt. Dat Jezus terugkomt wordt in het Nieuwe Testament wel 300 keer genoemd (dat is gemiddeld in één op de 25 verzen). 50 keer wordt gezegd dat we klaar moeten zijn voor zijn komst. Geloven is verwachten!
Alles wat ons tot volgelingen van Jezus maakt zijn we vanwege die verwachting. Jezus’ komst motiveert ons om van elkaar te houden. Het stimuleert ons om op grond van onze redding onszelf ook aan Hem over te geven en te heiligen. Het inspireert ons om trouw te zijn in het dienen. Om de schepping met zorg te behandelen. Om bewogen te zijn met de mensen om ons heen. Discipelen maken doen we met het oog op het einde. En ook brood en wijn reiken we elkaar aan tafel aan in de verwachting van Jezus’ terugkeer. ‘Totdat Hij komt!’ zeggen we tegen elkaar.
Waarom die nadruk op Jezus’ komst? Omdat alles wat God ons gunt samenkomt in dat ene moment. De belofte die verborgen ligt in de schepping, de verwachting dat we als Jezus zullen zijn, onze hunkering naar een gemeenschap van broers en zussen die werkelijk weten wie ze zijn met God als hun Vader, het zal dan allemaal werkelijkheid worden. Daarom geloven en hopen we en houden we vast aan de liefde. Heel het christelijke leven is doortrokken van die verwachting, die levend gehouden wordt en een voortdurende blijdschap aanwakkert door Gods Geest. Paulus schrijft in zijn brief aan Titus: ‘Gods genade is openbaar geworden … in afwachting van het geluk waarop wij hopen: de verschijning van de majesteit van de grote God en onze Redder Jezus Christus.’
‘Kom, Here Jezus!’
Wij zijn zo kostbaar, dat onze Vader ons de beste plek gunt die we maar kunnen bedenken om het beste leven te leven, samen met onze beste vriend en al onze andere vrienden. Waar we dan in meegenomen worden zal ons voorstellingsvermogen ver te boven gaan. We mogen er wel al volop mee bezig zijn. We mogen onze verwachting richten op Jezus en bidden dat Hij snel terugkomt om ons bij zich te halen.
Hij mag wat mij betreft vandaag nog komen – voor de natuur die het zwaar te verduren heeft, voor de oorlogsslachtoffers die dagelijks bij bosjes vallen, voor de hongerende kinderen en moeders, voor de tieners die zichzelf snijden, voor de verslaafden, de daklozen onder de bruggen, de mannen achter hun schermen, de vrouwen die een veranderd lichaam kopen en de vrouwen die hun lichaam verkopen, en voor de mensen die zeggen dat de wereld wel oké is.
Er is een code die ons verbindt met een einde dat een nieuw begin inluidt. Drie woorden, de laatste in de Bijbel, die we misschien wat vaker zouden moeten uitspreken om onze verwachtingen te voeden: ‘Kom, Here Jezus!’
Willem de Vink
Lees ook het dagboek Hemelmomenten

