Gods vaderhart

Laatst was ik gastspreker in een kerk die een zogenaamd Lagerhuis had georganiseerd: zo’n discussieprogramma waar de een na de ander mag opstaan om z’n mening te geven. Op zich al bijzonder, dat een kerk zoiets doet. De samenstelling van dit Lagerhuis was echter nog opmerkelijker: opa’s en oma’s, vaders en moeders, kinderen en kleinkinderen, iedereen deed mee. De verschillende generaties waren in groepjes tegenover elkaar gezet. Aan de hand van stellingen kwam er een levendige discussie op gang. Dat was nog eens een kerkdienst: hier waren zowaar alle leeftijdsgroepen betrokken bij elkaar!

Ik was blij met dit initiatief, dat niet op zichzelf stond, maar werd ondersteund met verschillende andere activiteiten waar jong en oud bij betrokken was. Dat zou vaker moeten gebeuren: generaties die samen optrekken, met elkaar meeleven, ruimte geven aan elkaar, liefst ook nog bidden voor elkaar. Iedereen die wel eens iets geproefd heeft van Gods hart is het daar ongetwijfeld mee eens. Stel je voor dat we nu al iets zouden kunnen beleven van de situatie die geschetst wordt in Zacharia 8 vers 4 en 5: Er zullen weer oude mannen en vrouwen op de pleinen van Jeruzalem zitten, ieder met een stok in de hand vanwege zijn hoge leeftijd. Ook zullen de pleinen van de stad vol zijn van jongens en meisjes, die daar spelen. Zie je het voor je, zo’n vredig tafereel van verschillende leeftijdsgroepen? Helaas ligt de verbinding tussen generaties in onze samenleving verder uit elkaar dan ooit. Onderzoeken tonen aan dat de onderlinge relaties steeds verder afbrokkelen. De verschillende generaties hebben nauwelijks nog iets met elkaar te maken. Het is een tendens die het hart van God treft.
Gods Vaderhart!

God de Vader
Ik kan het niet genoeg benadrukken: God is de God van generaties. Al vanaf de eerste bladzijden wordt in de Bijbel duidelijk dat Gods programma de voortgang van generaties betreft. Zijn doel daarbij is om in de tijd betrokken te zijn bij mensen. Generaties trekken als het ware een spoor in de tijd waar God met zijn Geest doorheen kan stromen. Zo kan Hij zich verbinden met mensen uit alle tijden. Daarmee maakt God een belangrijk aspect van zijn wezen zichtbaar: Hij is de Vader van alle generaties, Die is, Die was en Die komt. Daarom start God zijn programma met mensen met de woorden uit Genesis 1 vers 28: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk…” Om dezelfde reden vinden we in Genesis 5 het eerste geslachtsregister: een expositie van generaties waar God trouw aan is. Hij maakt zich aan Abraham bekend als degene die alle generaties zal zegenen (Genesis 12 vers 3). De geschiedenis van Abraham, Isaak en Jakob is de geschiedenis van vaders, kinderen en kleinkinderen, waar God mee wil optrekken.

Je vindt dat accent op generaties ook terug in de geschiedenis van Mozes, als God zijn naam bekendmaakt. Hij zegt dan onder andere (in Exodus 3 vers 15): “Ik ben de HERE, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob: dit is mijn naam voor eeuwig en zo wil Ik aangeroepen worden van generatie op generatie.” Mozes nam Gods naam serieus. Hij was een man die met zijn leven wilde instaan voor zijn generatie en de generaties na hem. Daarmee was hij een man naar Gods hart. Zulke mensen zoekt God: mannen en vrouwen die het spoor van zijn betrokkenheid met mensen voor hun generatie doortrekken. Dat heeft ook effect op de generaties die volgen. Generaties bouwen Gods koninkrijk de toekomst in. Daarmee krijgen de levens van David, Esther en Daniël betekenis tot in onze tijd. Net als mensen als Corrie ten Boom, Larry Norman en Henk Binnendijk weer betekenis zullen hebben voor de generaties die nog moeten komen. Mensen die meewerken in Gods programma staan sowieso in verbinding met alle generaties van alle tijden. Het spoor dat zij helpen trekken stroomt vol met Jezus.

Jezus’ werk voor alle generaties
Jezus kwam op het kruispunt van de geschiedenis om generaties definitief te verbinden met God. Hij maakte duidelijk dat God de Vader van alle generaties is. Door zijn kruisdood werd de Zoon van God de weg tot de Vader. De weg die Hij aanbracht reikt ver terug en ver vooruit. Zijn invloed reikt zelfs tot in de eenentwintigste eeuw. Luister maar wat Hij bidt: “En Ik bid niet alleen voor dezen (de 12 discipelen), maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen een zijn…” (Johannes 17 vers 20) Jezus bidt voor alle generaties, ook voor alle generaties die nu leven. Het is een gebed om eenheid tussen generaties, omdat God voor alle generaties dezelfde Vader is. Zo wordt God dan ook genoemd: de Vader van alle generaties (Efeziërs 3 vers 14, 15).

De opdracht die Jezus vervulde had dus betrekking op alle generaties. Ooit zal elke knie zich buigen en elke tong belijden dat Jezus Heer is (Filemon 2 vers 10, 11). Intussen dragen wij verantwoordelijkheid om aan de volgende generatie door te geven wat Hij heeft gedaan. Een van de Psalmen die Jezus’ opdracht op aarde wel heel duidelijk weergeeft, Psalm 22, eindigt dan ook met een niet mis te verstane oproep: “Het nakroost zal Hem dienen, er zal van de Here verteld worden aan het komende geslacht; zij zullen zijn gerechtigheid verkondigen aan het volk dat geboren zal worden, omdat Hij het gedaan heeft.” (vers 31,32) Wie geeft hier gehoor aan? Waar liggen onze prioriteiten? De kerk bestaat ter wille van de voortgang van Gods plan met generaties. Wie wil weten hoe de toekomst eruit zal zien, investeert nu in kinderen en jongeren. “Vraagt Mij naar de toekomstige dingen, vertrouwt Mij mijn zonen en het werk mijner handen toe.” (Jesaja 45 vers 11) God gaat voorop om generaties te verbinden: Hij gaf er zijn Zoon Jezus Christus voor. Maar wij kunnen zijn werk weerstaan, door onverschillig te blijven of het vertrouwen te verliezen. Veronachtzaamt de kerk de verbinding tussen generaties, dan zal zij vroeg of laat merken dat God zich terug moet trekken. “Hij zal de harten der vaderen terugvoeren tot de kinderen en de harten der kinderen tot de vaderen, opdat Ik niet kome en het land treffe met de ban.” (Maleachi 4 vers 6)

Vrucht dragen in volgende generaties
Wat is onze levensopdracht? Kunnen we iets leren van Jezus, van wie we zeggen dat we Hem willen volgen? Jezus doet een opmerkelijke uitspraak in Johannes 17. Hij zegt in vers 4: “Ik heb het werk volbracht wat gij Mij te doen hebt gegeven.” Het werk van zijn kruisdood heeft Hij dan nog niet volbracht. Welk werk dan wel? We kunnen maar een ding concluderen: Hij heeft zijn leven geïnvesteerd in twaalf volgelingen. In drie jaar tijd heeft Hij het werk volbracht wat God Hem opgedragen had: zichzelf vermenigvuldigen. Vrucht dragen, heet dat in bijbeltaal. “Hierin is de Vader (de Vader!) verheerlijkt, dat gij veel (veel!) vrucht draagt, en gij zult mijn discipelen zijn,” zegt Jezus in Johannes 15 vers 8. Op zijn drieëndertigste was de Meester die wij zo graag willen volgen klaar. En wij? Misschien krijgen wij wat langer de tijd om te leven, maar dan wel om dezelfde opdracht te vervullen. We kunnen er niet omheen: alle tijd die ons rest na ons drieëndertigste levensjaar is bedoeld om beschikbaar te zijn voor jongere generaties. Niemand heeft een excuus om kinderen, tieners of jongeren te negeren. Ik ben ervan overtuigd dat God nog heel wat van plan is met de komende generaties, als we het maar willen zien.

Wat wordt er dan van ons gevraagd? Dat we open en eerlijk zijn naar andere generaties. Dat ons ego niet opspeelt als zij te snel of te langzaam gaan. En vooral: dat we bereid zijn ons leven te delen. Eigenlijk vraagt God van ons dat ons hart vol zal stromen met de liefde die zijn vaderhart kenmerkt. Die stroom moet beschikbaar komen voor onze eigen generatie en de generaties na ons. Daarvoor is één ding nodig. Zijn tegenwoordigheid in ons leven. Zijn Geest, die de Geest van het zoonschap wordt genoemd (Romeinen 8 vers 15). De eeuwige Geest (Hebreeën 9 vers 14), die ons leert om een kind van de Vader te zijn, kinderen in een opeenvolgende lijn van generaties. Hij zal het hart van de vaderen terugvoeren tot de kinderen en het hart van de kinderen tot de vaderen…

Willem de Vink