33. De schilder en zijn model

Ik ken een kunstschilder die mij al in gedachten had, lang voordat ik door hem werd uitgenodigd om tegenover hem op een stoel te gaan zitten. Op een dag begon hij aan mijn portret. Zorgvuldig zocht hij zijn penselen uit. Voorzichtig mengde hij zijn verf tot een kleurrijk palet. Daarna begon hij met gronden, schetsen, schilderen. Hij keek naar mij tot ik er verlegen van werd. Toen ik terugkeek meende ik dat ik zijn huid zag stralen.

‘Ik zoek naar gelijkenis met mijn zoon,’ was alles wat hij zei.

Gestaag werkte hij door, laag na laag na laag. Ik bleef rustig wachten. Ik zag hoe geconcentreerd hij bezig was en wachtte.

Op een bepaald moment probeerde ik te zien of het al leek, mijn portret, maar hij hield me weg van zijn werk-in-wording. Ik moest maar geloven dat hij er iets moois van zou maken.

Als ik hem vroeg: ‘Wordt het al wat?’ zei hij: ‘Je zult wel zien.’
Als ik vroeg: ‘Is het al klaar?’ zei hij: ‘Nog niet.’

De kunstenaar nam alle tijd voor mij. En nog steeds. Want mijn portret is nog lang niet af. Blijkbaar had hij iets speciaals in gedachten toen hij aan mij begon en werkt hij daar rustig naartoe, nu al jaren achtereen.

Dag na dag brengt hij nieuwe lagen aan. Eerlijk gezegd denk ik dat hij blijft zoeken naar meer gelijkenis met zijn zoon. Daarin vindt hij zijn inspiratie om met mij bezig te blijven.

Ik bewonder zijn toewijding, zijn geduld, zijn liefde. Hij werkt aan een uniek portret, dat weet ik zeker, en daar zal hij mee doorgaan, totdat zijn vreugde erover compleet zal zijn. Ik heb inmiddels begrepen dat die vreugde zijn doel is. Dan zal ik zien wat het geworden is en delen in zijn vreugde.

Willem de Vink