90 Quiz – Kunst in de Bijbel

Gemaakt voor Family7. De Bijbel barst van de creativiteit. God is de Schepper! Wat weet jij van kunst en creativiteit in de Bijbel? 20 Vragen (onderaan de antwoorden).

1. Er is een beeldend kunstenaar die meer dan tien hoofdstukken in de Bijbel krijgt om zijn werk te beschrijven.

Hoe heet die beeldend kunstenaar?

2. Kunstenaars gebruiken rake beelden om iets te zeggen. David had het verlangen om altijd in Gods intieme aanwezigheid te zijn. Net als een vogel, die zomaar de tempel in en uit vliegt.

Welke vogel vloog zomaar de tempel in en uit en bouwde daar zelfs haar nest?

3. Sommige liederen staan lang in de hitlijsten. Maar het lied van Mozes gaat het langste mee. Het wordt al in Exodus gezongen en in Openbaring nog steeds.

Hoe wordt het lied van Mozes in Openbaring ook wel genoemd?

4. Ervaringskunst is helemaal in. Dat is kunst die je lichamelijk ondergaat. Wij kennen brood en wijn, waarmee je heel lichamelijk beleeft dat Jezus Zijn lichaam en Zijn bloed voor je gaf.

Wie krijgt voor het eerst in de Bijbel brood en wijn aangereikt?

5. In de priesterdienst worden allerlei kunstvoorwerpen gebruikt. De hogepriester droeg zo’n kunstvoorwerp op zijn hart voor Gods aangezicht. Dat voorwerp straalde van Gods heerlijkheid als het voor God verscheen.

Welk kunstwerk straalde zo in Gods aanwezigheid?

6. Ook kleding is soms kunst in de Bijbel. De hogepriester vertegenwoordigde het volk voor God. Een keer in het jaar mocht hij in het allerheiligste komen. Zelfs zijn kleding bracht tot uitdrukking hoe God over Zijn volk dacht.

Welk kledingstuk droeg de hogepriester over zijn lichaam als hij in het heilige der heiligen voor God verscheen?

7. Kunst in de Bijbel is ook architectuur. Johannes ziet het nieuwe Jeruzalem voor zich. De stad heeft twaalf poorten, gemaakt van twaalf parels. Dat zijn de twaalf stammen van Israël. De volken die de stad in en uit gaan hebben het aan Gods plan met Israël te danken dat het nieuwe Jeruzalem zal komen. De stad heeft ook een fundament, met twaalf grondstenen.

Wat beelden die twaalf grondstenen in het fundament van het nieuwe Jeruzalem uit?

8. Visoenen komen in beelden die ons voorstellingsvermogen aanspreken. Johannes ziet een geopende deur in de hemel en gaat daardoor naar binnen. Hij ziet daar Jezus als de leeuw van Juda.

Maar wat ziet Johannes daar in de hemel als hij zich omdraait?

9. Kunstenaars kunnen alles uit het dagelijks leven gebruiken om iets tot uitdrukking te brengen van wat ze belangrijk vinden.

Welke profeet in de Bijbel gebruikte een linnen gordel, een kruik, een juk?

10. God gebruikt mensen om tot uitdrukking te brengen wat Hij wil zeggen. Jezus ruilt met alle mensen als Hij Zijn leven geeft en sterft aan een kruis.

Maar met welke persoon ruilde Jezus Zijn leven als eerste?

11. Jezus is een geweldige verhalenverteller. Soms vertelt Hij gekke verhalen. Een herder die 99 schapen in de wildernis achterlaat, om 1 verloren schaap te zoeken!

Waar brengt de herder dat schaap naartoe als hij het gevonden heeft?

12. Soms doet een kunstenaar aan performance-art. Hij gebruikt zijn lichaam om uit te drukken wat hij wil zeggen.

Welke kunstenaar ligt midden op een doorgangsweg dertien maanden lang op zijn zij?

13. Sieraden spelen soms een belangrijke rol in bijbelverhalen.

Welk meisje kreeg een kostbare neusring als bruidsschat?

14. In de Bijbel kom je al billboards tegen, grote borden waarop een boodschap werd geschreven.

Wie moest Gods boodschap op een groot bord schrijven, zodat de mensen het in het voorbijgaan konden lezen?

15. David was de koning-kunstenaar. Maar hij was al kunstenaar voordat hij koning was. Hij zong als tiener zijn liederen voor God in de herdersvelden van Efrata. Liederen maken en zingen was voor hem een manier van verwerken.

Hoe heet het klaaglied dat hij schreef toen Saul en Jonathan gesneuveld waren?

16. Kunst is speels. In veel kunst zit wijsheid verborgen. Bijbelse wijsheid bezit een kinderlijke, spontane en speelse kwaliteit.

Op welke plek speelt de wijsheid volgens het bijbelboek Spreuken?

17. De hogepriester vertegenwoordigde het volk bij God. Hij moest daarvoor speciale kleding dragen, om zijn rol te symboliseren. De hogepriester Kajafas hoort Jezus zeggen dat Hij de Zoon van God is. Dan scheurt hij zijn kleren.

Wat gebeurt er volgens de wet van Mozes als een hogepriester zijn kleren scheurt?

18. Jezus is de beste kunstenaar. Niemand heeft zo goed tot uitdrukking gebracht wat Hij wilde zeggen. Daarom wordt Hij ook het Woord van God genoemd. Maar Hij wordt ook uitgescholden.

Jezus’ tegenstanders schelden Jezus uit voor buitenstaander. Welke buitenstaander?

19. Kunstenaars kunnen van alles gebruiken om iets uit te drukken. God gebruikt zelfs dieren om Zichzelf uit te drukken. Als Jezus gedoopt wordt en opstaat uit het water, scheurt de hemel open. God zegt: ‘Dit is mijn geliefde Zoon in Wie Ik zoveel plezier heb.’ Dan daalt Gods Geest als een duif neer die op Jezus blijft rusten.

Wanneer verschijnt de eerste duif in de Bijbel?

20. Vincent van Gogh zei tegen zijn kunstenaarsvriend Emile Bernard: ‘Kunstenaar zijn is wel leuk, maar de levenskunst kun je alleen van Jezus leren.’ Jezus zei dat we ons geen zorgen moeten maken. We moeten kijken naar de lelies van het veld.

Wie kon volgens Jezus niet tippen aan de pracht van deze lelies?

Willem de Vink

 

Antwoorden
1. Besaleël. Hij bouwde de tabernakel, de mobiele tent waarin God met Zijn volk wou optrekken. Besaleël kreeg te horen wat Mozes in de hemel gezien had en maakte daar kunstvoorwerpen van. Hij kon dat, want hij was de eerste mens waarvan de Bijbel zegt dat hij vervuld was met Gods Geest. De naam Besaleël betekent ‘Schaduw van God’. Wat hij maakte was een schaduwbeeld van Jezus en van alles wat Jezus voor ons zou volbrengen. (Exodus 31:1-5)
2. De zwaluw. Die voelde zich wel thui in de tempel. Net als de mus. En de vink. Wij kunnen ook helemaal thuis zijn bij God, als we weten hoeveel Hij van ons houdt dankzij Jezus. (Psalm 84:4)
3. Het lied van het lam. Ten tijde van Mozes moesten er duizenden lammeren geofferd worden. Maar Jezus is het laatste lam, het laatste slachtoffer, de laatste die veroordeeld wordt. De Bijbel zegt dat er in Jezus geen veroordeling is. Dat lied zal voor altijd gezongen worden! (Deuteronomium 32, Openbaring 15:3-4)
4. Abraham krijgt brood en wijn van de hogepriester Melchisedek. In de Hebreeënbrief kun je lezen dat die hogepriester lijkt op Jezus. Jezus zegt dat Abraham zo lang geleden al Zijn dag had gezien. Misschien al in dat brood en die wijn. (Genesis 14:18-20, Hebreeën 6:20, Johannes 8:56, Hebreeën 11:19)
5. Dat was het borstschild of de borstplaat van goud, met twaalf glanzende edelstenen waar de namen van de twaalf stammen van Israël op gegraveerd stonden. Wij mogen ook zo stralen als we weten dat God ons bij onze naam kent en Zijn licht op ons laat schijnen. (Exodus 28:15-28)
6. Een wit linnen tuniek. Wit is de kleur van Gods gerechtigheid, van Zijn goedkeuring dus. Linnen neemt geen zweet op. Hij keurt ons goed als we niet zweten van ons eigen werk, maar helemaal op Hem vertrouwen. (Leviticus 16:4, Ezechiël 44:18)
7. De twaalf apostelen. Die hebben de gemeente gebouwd op het fundament Jezus. Het fundament van het hemelse Jeruzalem is dan ook Jezus. We zijn daar allemaal thuis in Zijn genade. (Openbaring 21:11-21)
8. Johannes ziet het lam, in het midden van de troon. Ook dat is een beeld van Jezus. Jezus is de leeuw, de heerser. Maar Hij heerst vanaf Gods troon als een lam, dat voor ons geslacht is. Hij oefent invloed uit in je leven met vergeving. Daarom aanbidden we het lam. (Openbaring 4:1, 5:5-6)
9. Dat was Jeremia. Hij waarschuwde het volk op allerlei manieren in wat voor verschrikkelijke tijd ze leefden. Hij schreef zelfs klaagliederen. Maar hij wees de mensen ook op een nieuw verbond dat God met hen zou sluiten. Op een dag zou God de zonden van het volk wegnemen en er nooit meer aan denken. (Jeremia 13:1, 19:1, 27:2, 31:31-34)
10. Met Barabbas. Pilatus vroeg het volk wie hij vrij zou laten: Jezus of Barabbas. Het volk roept dat Jezus gekruisigd moet worden en Barabbas vrijgelaten moet worden. Jezus heeft ook met ons geruild. Hij nam onze zonden op zich, zodat wij vrij mogen leven met Gods liefde. (Johannes 18:40, 11:50)
11. Naar huis. Daar viert de herder met zijn vrienden en buren feest. Ik zie het schaap al aan het hoofd van de tafel zitten! (Lucas 15:3-6)
12. Het is Ezechiël die 390 dagen op zijn linkerzij ligt. En ook nog eens 40 dagen op zijn rechterzij. Met een getekende afbeelding van Jeruzalem voor zich en een ijzeren bakplaat tussen hem en de afbeelding van de stad. Hij drukt daarmee uit dat het volk zoveel dagen uit de stad verdreven zal zijn. Maar ook dat God de schuld voor hun deportatie op zich neemt en herstel zal brengen. (Ezechiël 4)
13. Dat was Rebekka, die door de knecht van Abraham wordt meegenomen als bruid voor Izak. Die neusring was van goud en wel 7 gram zwaar. Ze droeg dus inderdaad een kostbare bruidsschat! In Ezechiël lezen we dat God een neusring aan Zijn bruid geeft. Die bruid is Jeruzalem. Zij is kostbaar voor God! (Genesis 24:15, Ezechiël 16:12)
14. Habakuk moest op een groot bord schrijven wat hij in zijn wachttoren van God gehoord had, namelijk: de rechtvaardige zal leven door geloof. Die slogan wordt het grote thema van Paulus. En later ook van Maarten Luther. Geloof je dat je rechtvaardig verklaard bent, dat je goed bent in Gods ogen dankzij Jezus? Dan zul je het leven leven dat God je gunt! (Habakuk 2:4, Romeinen 1:17)
15. Dat is ‘Het lied van de boog’. David bewaard dat lied in ‘Het boek van de oprechten.’ Is het niet bijzonder dat David zoveel zorg besteedt aan het overlijden van een man die hem zo dwars zat en zelfs naar het leven stond? Daarin lijkt David op Jezus, die kon zeggen: ‘Heb je vijanden lief.’ (2 Samuël 1:19-27, Matteüs 5:43)
16. De wijsheid speelt in Spreuken 8 voor Gods aangezicht. Ze is daar als een baby, zuigeling, troetelkind die haar plezier deelt met de mensen. Wijsheid begint met ontzag voor God. Als dat er is, spelen de kinderen veilig en vrij op de pleinen van de stad, zegt de Bijbel. (Spreuken 8:30, Zacharia 8:5)
17. Als een hogepriester zijn kleren scheurt, vervalt het ambt van hogepriester. Het houdt op te bestaan. God neemt het van Kajafas af en geeft het aan Jezus. Voortaan is Jezus onze volmaakte, hemelse, eeuwige, grote hogepriester. Hij kan voor ons opkomen als geen ander! (Mattheüs 26:59067, Leviticus 21:10)
18. Jezus wordt uitgescholden als Samaritaan. Samaritanen leefden in Israël, maar werden door de Joden geminacht. Daarom gebruikt Jezus juist een Samaritaan in Zijn verhaal waarin Hij vertelt wat het belangrijkste is: dat je je laat helpen door een buitenstaander, door Hem zelf. (Johannes 8:48, Lucas 10:25-37)
19. Bij Noach. Die laat een duif los als het water van de vloed is verdwenen. Die duif komt niet terug, want hij vindt rust voor de holten van zijn pootjes. Het water is van de zondvloed en van de doop is een beeld van oordeel. Als het oordeel uit je leven geweken is, vindt de Heilige Geest rust bij jou, net als die duif. (Genesis 8:8-12, Johannes 1:32)
20. Dat was koning Salomo. Die maakte zich natuurlijk grote zorgen over zijn heerlijkheid. De heerlijkheid van de man is zijn vrouw. Stralen had honderden vrouwen nodig om zijn heerlijkheid te bewijzen. Maar als je weet hoe Jezus voor je zorgt, zal je vrouw stralen van het vertrouwen dat jij hebt. Dat is nog eens levenskunst! (Matteüs 6:28-29)