80 Jezus in Joodse kunst

Joodse kunstenaars ontdekken in Jezus hun broer. In 2018 werd er door het Israël Museum in Jeruzalem een grootschalige tentoonstelling aan Jezus gewijd, genaamd ‘Jesus in Israeli Art’. Verschillende Israëlische kunstenaars zijn door Jezus als Jood geboeid en brengen dat tot uitdrukking in hun werk.

In Israël worden twee standpunten tegenover Jezus ingenomen. Eén die de Man uit Nazareth verafschuwt, vanwege de veroordelende houding die zijn volgelingen eeuwenlang tegenover de Joden aannamen. De ander die in Hem een opmerkelijke volksgenoot ziet. Dat laatste resoneert bij Joodse kunstenaars, zo blijkt bij een inventarisatie door medewerkers van het Israël Museum.

Jezus in zijn context
Er waren natuurlijk allang niet-Joodse schilders die Jezus in zijn Joodse context probeerden te plaatsen. De Duitse Nazareners waren daar met hun romantische inborst in de eerste helft van de negentiende eeuw al mee bezig. Britse schilders van de pre-Rafaëlitische broederschap als John Everett Millais, Ford Madox Brown, William Dyce en William Holman Hunt deden er met hun verfijnd naturalisme halverwege de negentiende eeuw nog een schepje bovenop. En de Frans-Britse kunstenaar James Tissot kwam eind negentiende eeuw zelfs met meer dan 50 olieverfschilderijen en 350 geschilderde prenten waarmee hij Jezus uiterst gedetailleerd in zijn eigen tijd en omgeving plaatste. Zowel hij als Holman Hunt reisden er voor naar Israël om zich te documenteren.

Jezus de idealist
In dezelfde tijd begonnen ook Joodse kunstenaars Jezus in hun werk een plek te geven. De beeldhouwer Mark Antokolsky hakte in 1876 een met de handen op de rug gebonden Jezus uit steen. Hij droeg een keppeltje op zijn hoofd en had een gebedsmantel om. ‘De Nazareeër was een idealist,’ zei deze Joods-Russische kunstenaar. ‘Hij droomde van een tijd waarin de relatie tussen mensen niet gebaseerd zou zijn op angst en strenge regels, maar op een zuiver geweten en pure liefde. Hij leefde en stierf als een Jood voor waarheid en broederschap.’ Met zijn kunst oefende Antokolsky kritiek uit op de christelijke kerk, die de Joden de schuld gaf van de dood van Jezus. Tegelijkertijd bekritiseerde hij ook het Jodendom, dat Jezus had buitengesloten. In dezelfde tijd schilderde de Joods-Poolse kunstenaar Maurycy Gottlieb Jezus in een synagoge. Na die twee volgde rond de eeuwwisseling een hele stoet beeldend kunstenaars van Joodse afkomst die Jezus zouden gaan uitbeelden, zoals Max Liebermann (met Jezus als Joods jongetje tussen de rabbi’s), Abel Pann, Boris Schatz en Rueven Rubin.

Jezus de lijdende knecht
In de twintigste eeuw begonnen Joodse kunstenaars Jezus vooral als slachtoffer van geweld weer te geven, omdat ze in Hem hun gelijke vonden. Ook Marc Chagall schilderde Hem als symbool van de lijdende mens, niet alleen van het lijden van Joden in pogroms en de Holocaust, maar ook van het lijden van mensen over de hele wereld. Voor hem was Jezus een brug tussen Joden en de andere volken. Maar Jezus stierf op Chagalls doeken wel nadrukkelijk als Jood; daarom gaf de schilder Hem als schaamlap een gebedsdoek om. Na de Tweede Wereldoorlog hielden in Israël Joodse kunstenaars als Mordecai Ardon, Moshe Castel, Marcel Janco en Igael Tumarkin zich met Jezus bezig. En Menashe Kadishman met zijn iconische schapenkoppen. Buiten Israël waren er met name Amerikaans-Joodse kunstenaars die Jezus tot uitdrukking brachten, zoals Barnett Newman.

Ik vind het bijzonder dat er zoveel belangstelling voor Jezus is in Joodse kunst. En ik ben niet de enige. De samenstellers van de tentoonstelling in Jeruzalem kwamen tot een opmerkelijke conclusie: Joodse kunstenaars hebben van Jezus hun broer gemaakt.

Willem de Vink