Peter Howson – The harrowing of hell

Zo diep ging Jezus

Mijn ogen doen pijn als ik kijk naar de schilderijen van de Brit Peter Howson. Ik ken maar weinig kunstenaars die met zulke heftige beelden het decadente leven in ons deel van de wereld laten zien. De intensiteit van zijn werk grijpt me aan. Zijn buitenproportioneel geschilderde personages met hun enorme spiermassa’s en verkrampte bewegingen weerspiegelen de macho cultuur van de straat. Opgezwollen ego’s vullen zijn doeken, voortgedreven door wellust en razernij, vervormd, verkrampt, maar wel uiterst nauwkeurig en bijna maniakaal precies geschilderd. In zijn benadering van mensen zie ik verwantschap met het groteske werk van Otto Dix en de plastische anatomie van Johannes Grützke. Ze doen me ook denken aan Marvel Comics. En dan zie ik te midden van die massa’s soms een uiterst kwetsbare Christusfiguur, al of niet gekruisigd. Fascinerend vind ik dat: wat doet Hij daar?

Howson (geboren in 1958) wil duidelijk iets zeggen met zijn kunst. De kunstenaar had een bewogen jeugd. Vanwege zijn talent werd hij in de jaren ’90 door het Britse ministerie van cultuur geselecteerd om enkele maanden in Bosnië zijn indrukken van de oorlog vast te leggen. De jonge schilder kwam terug met gruwelijke beelden van verkrachtingen en geweld. Hij werd met zijn fel realistische doeken al snel een fenomeen in de popcultuur: zijn werk werd gekocht door beroemdheden als Madonna, Bowie, Jagger en Stallone.

Maar intussen stond zijn leven compleet op zijn kop. Howson verloor zichzelf in drugs en geweld. Rond de eeuwwisseling had hij tijdens een diepe crisis een ervaring met Jezus, die hem zei: ‘Je bent geliefd, je hebt geen alcohol en drugs nodig.’ Vanaf die tijd schildert hij zijn geloof in zijn werk. Je ontmoet in zijn schilderijen nog steeds een ‘complete nutter’, zoals hij zichzelf noemt, een bezeten, rusteloze man. Maar ook een veranderde man. ‘Ik ben jarenlang boos geweest en daar hoorde drank en drugs bij, totdat ik me realiseerde dat God de enige veilige verslaving is. Het kostte me drie of vier maanden om te ontdekken hoe het voelt om geliefd te zijn en lief te hebben.’

In 2007 maakte Howson een serie schilderijen die hij The Harrowing of Hell noemde, het ploegen van de hel ofwel de verstoring van de hel. Volgens de Bijbel ging Jezus zo diep voor de mensheid dat Hij afdaalde tot in de diepste hel. Hij was als de profeet Jona, die in een storm overboord werd gegooid en werd opgeslokt door een zeemonster. Jona noemde die plaats de eeuwige vergrendeling, het dodenrijk waar hij door God uit opgetrokken zou worden. Jezus verwees naar deze gebeurtenis en noemde het een teken van wat Hij zelf zou gaan doen. Hij zou de hel haar sleutels afnemen en daar het evangelie verkondigen.

In deze ‘nederdaling’ plaatst Howson Jezus midden in een hel vol actuele taferelen, gesitueerd onder de straten van een deprimerende, vervuilde stad. Hij laat het hier als een theater van het leven krioelen van de mensen. Sommigen vallen uit de bovenwereld de diepte in. Anderen verdrukken elkaar als in een nachtmerrie. Het zijn verwrongen, gedemoniseerde zielen. die eigenlijk zouden moeten hopen op bevrijding, maar panisch reageren op Jezus. Hij hangt daar naakt in een gekruisigde houding, maar niet aan een kruis. Hij is gespietst op een lans die gehanteerd lijkt te worden door Don Quichot. De edelman uit La Mancha is hier de dwaas die Jezus verhoogt. Het maakt Jezus zo hangend in het luchtledige nog kwetsbaarder. Zijn overgave schokt zijn omgeving. Mij schokt deze voorstelling ook. Ik voel de bewogenheid van de schilder met zijn onderwerp en verbaas me over zijn vertolking van een fascinerend en voor mij vrij onbekend onderdeel van het evangelie. Howson dringt door tot in de diepste duisternis van ons menselijke bestaan. Tegelijkertijd laat hij zien dat Jezus ook daarin aanwezig is.

Peter Howson (1958): Harrowing of hell, 1999, Flowers Gallery, Londen.

Doorlezen: Jona 2:7; Jona 2:1-3; Matteüs 12:39-40; 1 Petrus 3:18-20, 4:6; Handelingen 2:31; Openbaring 1:18; Matteüs 16:19; Matteüs 27:51-53.

 Willem de Vink