111. De Jezus-factor in de kunst

Hoewel de Bijbel het woord ‘kunstenaar’ niet kent, worden er talloze kunstenaars in beschreven. Ook de grootste kunstenaars: een in de hemel en een op aarde. Zoals op de allereerste bladzijde van de Bijbel God direct al als kunstenaar wordt getypeerd (Hij is de Schepper), zo geven ook de evangelieschrijvers Jezus vooral weer als kunstenaar. En dan niet in de eerste plaats vanwege de wonderen die Hij doet, de verhalen die Hij vertelt of de manier waarop Hij zijn eigen leven regisseert. Hij is vooral een kunstenaar om wat Hij met zijn leven tot stand heeft gebracht.

Willem Jan Otten schreef: ‘Jezus is de grootste kunstenaar, want Hij beheerst de kunst van het werkzaam aanwezig stellen van God als Vader.’

Zichzelf herkennen
De kunstenaar maakt zijn kunstwerk om zichzelf erin te herkennen. De schilder geeft zichzelf prijs in zijn schilderij. De muzikant in zijn klanken. De schrijver in zijn boek. De verteller in zijn verhalen. En Jezus geeft zijn Vader kinderen die op Hem lijken. Al lijkt het ons soms onvoorstelbaar: Hij herkent zichzelf in ons.

Jezus was die ene unieke Zoon van God waar de Vader zich helemaal in herkende. Maar dat wilde Hij niet blijven. Er moesten meer van die kinderen geschapen worden, dat was wat de Vader wilde, dat wilde de Zoon. Daarom kwam Jezus als Gods kunstenaar in deze wereld. Zijn levenstaak was om zichzelf tot uitdrukking te brengen en te vermenigvuldigen door zijn eigen leven te geven. Een kunstenaar moet immers zijn leven leggen in zijn werk, wil het een kunstwerk zijn. Jezus ging daar zonder meer het verst in. Zijn kruisdood is dan ook door talloze mensen als kunstwerk herkend, en daarom is het kruis het meest gebruikte symbool in de wereld geworden.

Het kruis is een krachtig teken, dat verwijst naar Jezus. Maar wie heeft doorzien dat Jezus zijn eigen kunstwerk was – en nog steeds is? Die niet alleen maar zijn eigen dood als kunstwerk voor ogen stond, zoals veel kunstenaars hun levenseinde zien. Jezus stierf niet om zijn leven als kunstwerk af te sluiten met de dood. Hij is die ene unieke kunstenaar die zijn dood heeft gebruikt om zichzelf door zijn Geest te kunnen creëren in een nieuw leven en daar bovenop dat nieuwe leven te vermenigvuldigen in anderen.

Gecreëerd vanuit de dood
‘Alleen als het zaad in de grond verdwijnt en sterft kan het vrucht dragen,’ had Hij gezegd. Hier sprak de kunstenaar met zijn drive om het mooiste wat Hem voor ogen stond te creëren, zelfs al zou Hij dat met zijn dood moeten verwezenlijken. Hij wist dat Hij zo ver moest gaan, want alleen zo kon Hij zichzelf volledig tot uitdrukking brengen. Zichzelf vrijwillig uitleveren aan de dood was zijn manier om tot het uiterste te gaan om uitdrukking te kunnen geven aan zijn kunstenaarshart. Een hart dat overstroomde van liefde. Maar dat kunstwerk moest dan wel door mensen overgenomen kunnen worden. Hij moest hen zo kunnen inspireren dat Hij zichzelf in hen terug zou zien. Daarom was het met zijn dood niet afgelopen. Om zichzelf te vermenigvuldigen en in anderen herkend te worden moest Hij opstaan uit de dood, als een Adam uit de roodgekleurde aarde. Dat werd zijn grootste scheppingsdaad.

Opmerkelijk, maar nauwelijks opgevallen, is dat de ontknoping van deze scheppingsdaad, het moment van opstaan uit de dood, door niemand ooit is verbeeld, en ook nooit is verwoord. Zelfs in de Bijbel is het niet beschreven. Dat is ook onmogelijk, omdat het in het verborgene plaatsvond. Het is een mysterie. Daarom kun je op die wonderlijke scheppingsdaad van die ene Paasmorgen alleen maar in geloof reageren. Dat is dan ook precies wat kunst doet: het appelleert aan je verbeelding – je moet erin geloven.

Ook al vond de opstanding in stilte plaats, het effect is niet verborgen gebleven. Wie oplet, ziet er overal om zich heen iets van terug. Al gebeurde die daad in het verborgene, we kunnen ons geloofsoog oefenen om te zien dat het zich vermenigvuldigd heeft en zich voortdurend blijft vermenigvuldigen. Het heeft zich vermenigvuldigd zoals vis en brood in Jezus’ handen.

Licht vanuit duisternis
Iets van het onzichtbare leven van Jezus verschijnt in de zichtbare werkelijkheid, iets van de hemel op aarde, licht in de duisternis – als je het wil zien. Jezus als kunstwerk doet zich als licht overal in de wereld gelden. Het is het licht van het leven dat Hij gegeven heeft. Je kunt het in jezelf zien en ook om je heen. Het ontstaat in het verborgene als een mysterie en het manifesteert zich in het leven.
Het licht dat schijnt zoekt in zijn weerkaatsing naar zijn Schepper, het zoekt naar de gelijkenis met Jezus. En de kunstenaar weet het te vinden zoals de herder het schaap, de vrouw de munt, de handelaar de parel en de vader de zoon. Het kunstwerk is als een spiegel, in scherven uiteengespat, maar de stukjes en zelfs de kleinste splinters worden door de kunstenaar gezocht en gevonden, beademd, opgepoetst en bijeengebracht tot hij iets van zijn beeld erin terugziet. En de Kunstenaar die wij de Schepper noemen raapt op zo’n manier zijn schepping bijeen.

Ik vind het heel bevredigend om mee te kijken en te ontdekken wat ik van Jezus om me heen zie. Het helpt me om er liefde voor te krijgen. Ik herken de ‘Jezus-factor’ overal rondom me, op allerlei plaatsen. Ik herken het werk van de Schepper in de meeuwen die overvliegen, de eksters en kraaien die ruzie maken in de bomen op de kade, in de wisselende kleuren van de weerspiegeling van de lucht op het water, in het ritme van de getijden van de rivier voor mijn deur. Ik zie de Jezus-factor in het oplichten van de ogen in het gezicht van mijn buren als ik ze gedag zeg, in een gebaar van goede wil in de tram en in het knikje dank-je-wel in de supermarkt waarmee de een de ander bevestigt en bemoedigt.
Ik zie het ook in kunstwerken. Zelfs in de meest duistere werken zit vaak nog een sprankje licht. Jezus breekt namelijk door in alles wat we tot uitdrukking brengen, omdat Hij er als de Schepper aan het begin van staat. Hij staat ook garant voor de voltooiing ervan.

Overal de Jezus-factor
Ik heb de Jezus-factor gezien in het werk van zoveel kunstenaars. Ze getuigen van een rijkdom die er misschien niet altijd bewust ingelegd is. Hun werk heeft misschien zelfs God willen afwijzen om een eigen god te scheppen. Toch spreekt achter hun scheppingen de Schepper. De Jezus-factor zit in alles wat getuigt van het leven. Ik heb gekeken en gezocht in de verwachting dat zelfs de nacht roemt van wat Jezus heeft volbracht. Het is met al die kunstwerken en eigenlijk met alles om ons heen zoals de Psalmschrijver zegt:

De hemel verhaalt van Gods majesteit,
het uitspansel roemt het werk van zijn handen,
de dag zegt het voort aan de dag die komt,
de nacht vertelt het door aan de volgende nacht.
Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord,
het is een spraak zonder klank.
Over heel de aarde gaat hun stem,
tot aan het einde van de wereld hun taal.
Het is de taal van de kunst die van de Schepper spreekt.

Willem de Vink

Schilderij: Mark Rothko (1903-1970), White center (1950).

Lees mijn boek In het hoofd van de maker

Lees ook mijn beeldmeditaties

Oudere artikelen over creativiteit en kunst:

• Gods kunstenaars

• Creativiteit en spelplezier

• Genade in kunst

God, release your creative power

• Mindmap God’s creative power