Hoe Jezus als hogepriester voor mij instaat

Omdat ik van Jezus hou, geniet ik van al zijn verschijningen in de Bijbel. Een ervan is wel heel bijzonder, omdat hij me duidelijk maakt wie Jezus op dit moment is in de hemel. Wil jij dat ook graag weten? Mag ik je dan voorstellen aan Jezus onze Hemelse Hogepriester? Die kennismaking wekt net als bij mij misschien wel veel vreugde bij je op, het verlangen om intiem met God om te gaan en om je voor anderen in te zetten. (Leestijd 10 minuten.)

Jezus staat namelijk op drie manieren als hogepriester voor je in. Hij geeft je:

  1. de zekerheid dat je voor eeuwig gered bent;
  2. de zekerheid dat je zeer geliefd bent en intiem met God mag omgaan;
  3. de zekerheid dat je vanuit vergeving met anderen kunt leven en hen blijmoedig kunt dienen. Want met Jezus als inspiratiebron en voorbeeld maak jij deel uit van een koninklijk priesterschap.

Een tijdelijk en een eeuwig ambt
Wat doet een hogepriester? De kortste omschrijving van een hogepriester is dat hij voor Gods volk instaat. Het ambt van hogepriester werd door Mozes ingesteld. Hij deed dienst in de tabernakel, de mobiele tent waar God in verbleef (en later in de tempel). De hogepriester voerde een terugkerend ritueel uit, dat verzoening tussen God en Gods volk moest brengen.
Het ambt in deze vorm verviel toen de hogepriester van Israël tegenover de eeuwige hogepriester Jezus stond en zijn ambtskleren scheurde. Het ging toen over van een tijdelijke, beperkte hogepriester voor Israël op de eeuwige, volmaakte hogepriester voor heel de wereld.

Jezus is onze hogepriester in de hemel, die eens en voor altijd verzoening heeft gebracht voor Israël én de volken, namelijk voor iedereen die in Hem gelooft, waar ook ter wereld. Zijn verzoening brengt ons in een intieme relatie met God: Hij heeft ons aangenomen als zijn geliefde kinderen.
(Ex. 29, Mat. 26:65, Lev. 10:6, Lev. 21:10, Hebr. 6:20, Hebr. 7:27, Hebr. 9:12, Hebr. 10:10)

Het hogepriesterschap is een eeuwigdurend ambt. We kunnen ons dat voorstellen als we begrijpen dat Jezus onze eeuwige hogepriester is. Wat Hij in de hemel doet, staat voor altijd vast.
De ambten, materialen en rituelen die Mozes instelde hebben 1500 jaar dienst gedaan. Ze waren een voorafschaduwing van een grotere realiteit die Mozes in de hemel te zien had gekregen. Het waren beelden van Jezus, die de werkelijkheid is.
(Hebr. 8:5, Hebr. 10:1, Kol. 2:17)

Het ambt dat verzoening brengt
Aäron was de eerste hogepriester in het verbond dat God met Mozes en het volk Israël sloot. God stelde het priesterambt in nadat de oudste broer (Aäron) de jongste broer (Mozes) met vreugde had begroet. Tot die tijd was het terugkerende thema in de mensengeschiedenis dat broers in onmin en veroordeling met elkaar leefden (dat lees je in Genesis). Nu waren twee broers erop uit om elkaar te dienen en te versterken, zodat ze tot zegen konden zijn voor hun volk. Daarom kon God verder met zijn plan voor Israël en de volken, die gebaseerd zou zijn op verzoening (dat lees je in Exodus).
(Ex. 4:14 en 27)

De hogepriester bracht verzoening tussen God en zijn volk. Alles wat mensen zichzelf en elkaar aandeden, trof God. Daarom moest er niet alleen herstel geregeld worden in de relatie tussen mensen onderling, maar ook in de relatie tussen God en mensen.

Het Hebreeuwse woord voor verzoening is ‘kofèr’. Het rechtsherstel vraagt om ‘oog om oog, tand om tand’. Dit zou echter een spiraal van wraak en geweld veroorzaken. God wil dat niet. Hij wil dat mensen in vrede en liefde met elkaar en met Hem omgaan. Daarom werd er in Israël een bijzonder vervangingsmiddel ingesteld. Een dier werd als ruilmiddel geslacht. Dat heet een zoenoffer.
(Ex. 21:23-30, Ex. 30:12)

Het werkwoord verzoenen is in het Hebreeuws van het Oude Testament ‘kipper’. Het betekent een dodelijke straf afwenden. Dat gebeurde dus door offers. Het ging om een leven voor een leven, waarbij het bloed van het dier voor een leven stond. Alleen op die manier kon de relatie met God, die door de zonde verstoord was, hersteld worden.

Alle priesters konden bemiddelen met offers, maar een keer per jaar, tijdens Grote Verzoendag, was het de beurt aan de hogepriester. Alleen hij kon met het bloed van een dier het allerheiligste binnengaan. Het allerheiligste of heilige der heiligen was de plaats in de tabernakel en later de tempel waar God verbleef. De hogepriester bracht daar voor een heel jaar verzoening voor zichzelf, zijn familie, het volk, en het heiligdom met alles wat erin stond.

De hogepriester mocht dus als enige één keer per jaar het allerheiligste binnengaan en voor Gods aangezicht verschijnen. Hij stond daar voor de ark van het verbond, om de verbondsafspraak van God met zijn volk te onderhouden.

De ark van het verbond was het enige attribuut in het allerheiligste, een kist van hout, met goud overtrokken. Op de ark lag een massief gouden deksel waar twee beschermende cherubs uit oprezen. Deze verzoendeksel of genadezetel heet in het Hebreeuws kipporeth (van kipper, verzoenen). Hij wordt voorgesteld als de voetenbank van God. In de ark lagen de attributen die tegen het volk getuigden vanwege hun zonden: de stenen tafelen van de wet, een staf en een kruik. Daar stond de hogepriester dus een keer per jaar voor. Hij sprenkelde bloed van het offerdier een keer omhoog tegen de ark aan en zeven keer naar beneden op de grond. Het bloed werd op die manier verbonden met God en mensen. Daarna sprak God met hem.

De hogepriester wist als enige hoe Gods naam klonk. Die mocht hij niet uitspreken, maar hij moest wel de betekenis van die naam aan het volk doorgeven. Dat gebeurde in de vorm van een zegen. Als hij weer naar buiten kwam, legde hij Gods zegen op het volk. Op die manier werd de verzoening elke jaar opnieuw tot stand gebracht.
(Lev. 17:11, Lev. 16, Ex. 25:17-22, 1 Kron. 28:2 Num. 6, Ex. 3:13-15, Num. 6:22-27)

Jezus is de werkelijkheid
Het offerritueel in de tabernakel en later de tempel was eigenlijk niet wat God in gedachten had voor zijn mensen. Het hield het volk op afstand, terwijl Hij juist vertrouwelijk met iedereen om wilde gaan. Opvallend is dat God eigenlijk van de offers en de hele cultus eromheen walgde. Dat hoor je de profeten vaak zeggen. Maar er kwam iets beters voor in de plaats. Wat een schaduwbeeld was, moest werkelijkheid worden in Jezus. Jezus was de mens die kon instaan voor alle mensen. Niet met het bloed van offerdieren, maar met zijn eigen bloed. Daarom is Hij de ultieme hogepriester.

Het bloed van Jezus is de vervangingswaarde voor heel het volk en zelfs voor alle mensen. Het gaat om een plaatsvervanging, een verwisseling van posities. Hij die zonder zonde is, kan de zonde van alle mensen op zich nemen. Zo ruilt Jezus met alle mensen en bevrijdt Hij ons uit schuld, schaamte en angst voor veroordeling. We mogen dankzij Jezus altijd en overal vertrouwelijk met God omgaan. Dat zal ons helpen om ook in vrede en liefde met elkaar om te gaan.

Jezus nam onze positie in, zodat wij zijn positie mogen innemen. Dat is de kern van de boodschap van de Bijbel: de verzoening die Jezus bracht, zodat wij in deze wereld zijn als Jezus. Zo ziet God ons. Wij zijn gerechtvaardigd, wat betekent dat we goed zijn in Gods ogen. We mogen leren om dat in geloof aan te nemen en onszelf ook zo te gaan zien.
(Jes. 1:11, Jer. 6:20, Am. 6:7, Mi. 6:7, Joh. 1:29, 1 Pet. 1:18-21, 2 Kor. 5:18-21, 1 Joh. 4:16-18)

Dankzij Jezus zijn we verzoend met God en mensen. Het Grieks van het Nieuwe Testament kent twee woorden voor verzoening: ‘hilasmos’ en ‘katallasso’. Johannes schrijft dat Jezus een verzoening is voor onze zonden en van die van de hele wereld. In Hem is de verzoening gelokaliseerd en geconcentreerd, namelijk in zijn dood aan het kruis.

Paulus noemt Jezus de gouden plaat op de ark van het verbond (‘hilasterion’), het middel tot verzoening, die Gods rechtvaardigheid toont. De attributen die in de ark verborgen lagen en getuigden tegen het volk, heeft Jezus van hun kracht ontdaan. Wij waren vijanden van God, maar door zijn liefde zijn we met Hem verzoend. Dankzij Jezus zijn we nu Gods geliefde kinderen, met dezelfde voorrechten als zijn geliefde Zoon, die intiem met hun Vader om mogen gaan.
(1 Joh. 2:2, 1 Joh. 4:10, Hebr. 9:4, Rom. 3:25, Kol. 2:13-14, Rom. 5:6-11)

Jezus noemt zichzelf de losprijs. Hij is de vervulling van alles waar het oude verbond een schaduwbeeld van was. Wat Hij op aarde heeft volbracht, behoudt voorgoed zijn kracht in de hemel. Daar is Hij onze eeuwige hogepriester, boven aarde, plaats en tijd verheven. Daarom herinnert God zich onze zonden niet meer. Hij heeft Jezus tot een toonbeeld van verzoening gemaakt: we kunnen het zelf zien, omdat iedereen nu in het allerheiligste mag komen voor Gods genadezetel.

Heb je hulp nodig? Barmhartigheid, omdat je weer stomme dingen hebt gedaan? Daar moet je zijn. Daar ligt je zekerheid. Daar in de hemel. Jezus heeft een eeuwige verlossing voor je gebracht. Want Jezus is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.
(Mat. 20:28, Hebr. 7:18-28, Hebr. 8, Hebr. 9, Hebr. 10:1-23, Hebr. 4:14-16, Hebr. 9:12, Ps. 103:12, Mich. 7:19, Hebr. 13:8)

Hoe alles bij de hogepriester op Jezus wijst
Je mag je er een voorstelling van maken hoe Jezus voor je instaat. Stel je Hem voor in de hemel als hogepriester. Laat zijn verschijning tot je spreken. Alles wat de hogepriester op aarde aan had, heeft zijn echte betekenis daar. En bedenk dat Hij jou daar vertegenwoordigt voor Gods aangezicht…

• De tulband op het hoofd van de hogepriester. Die zag eruit als een kroon van linnen zwachtels. Linnen neemt geen zweet op. Het werk is gedaan, Jezus heeft alles volbracht. Voor jou: wees de baas over je gedachten, bescherm ze, maak je niet druk, rust in Jezus.

• De gouden diadeem op het voorhoofd van de hogepriester. Met woorden erin gegraveerd: de HEER heilig. Want Jezus is de heilige van God. Dankzij Hem ben je helemaal geaccepteerd en gekwalificeerd.

• Broek en tuniek. Allebei van fijn wit linnen. Wit staat voor reinheid, zondeloosheid. Linnen neemt dus geen zweet op. De hogepriester verricht geen inspanning. Jezus heeft alles volbracht. Jij draagt het kleed van Gods gerechtigheid. Jij beweegt je in Gods goedkeuring en rust daarin.

• Mantel. Over het witte kleed gedragen. Blauw en naadloos. Beeldt de volmaakte hemelse afkomst van Jezus uit. Ook jij hebt je plek in de hemel.

• Granaatappeltjes en belletjes. Afwisselend aangebracht onderaan de zoom van de blauwe mantel. Jezus is vol van Gods Geest. Jij ook. Vanuit de hemel brengt God de vrucht (granaatappeltjes) en de gaven van de Geest (belletjes) in jouw leven.

• Schort over de kleding (de efod). Bestaat uit een voor- en achterkant, bijeengehouden door gouden kettingen en gespen op de schouders en een gordel om het middel. Schort en gordel zijn gemaakt van blauw, purper en scharlaken geverfd linnen, met een gouden draad er doorheen geweven. Goud is het beeld van goddelijkheid. Jezus vertegenwoordigt als mens God (koninklijk purper), in de hemel (hemels blauw), voor het volk (met scharlaken rood bloed). Jij bent net zo’n vertegenwoordiger van God onder mensen.

• Borstlap. Van hetzelfde materiaal gemaakt als de efod. Op de lap hing een gouden borstplaat. Daarop waren twaalf edelstenen bevestigd, waarop de namen van de twaalf stammen van Israël gegraveerd stonden. De hogepriester droeg zo het complete volk voor Gods aangezicht. Jezus draagt jou als hemelse hogepriester net zo aan zijn hart. Zo geliefd ben jij. Zo hartsverbonden. Als je dat weet, zal God tot je hart spreken. Daar ga je van fonkelen, als een edelsteen.

• Schouderstenen. Op beide schouders droeg de hogepriester twee zwarte edelstenen. Ook weer in goud gezet, waarin de namen van de stammen gegraveerd stonden, zes aan elke kant. In puur goud, omdat jij en ik in Gods pure gerechtigheid zijn geplaatst. Jezus draagt je niet alleen aan zijn hart, maar ook op zijn schouders. Hij brengt je veilig en zonder belemmering in Gods tegenwoordigheid.
(Ex. 28, Lev. 16, Num. 6, Op. 21, Gen. 49, Deut. 33)

Jij bent net zo’n priester
Jezus mag je als hogepriester voor je zien in je privétijd met God. Gebruik je voorstellingsvermogen. Vul je hart met zijn waardige, liefdevolle aanwezigheid. Stel je Hem voor met die borstplaat met edelstenen in de hemel voor Gods aangezicht. Wat vertelt die ene edelsteen die jou representeert? Dat Jezus ook jou aan zijn hart heeft gedrukt. Hij heeft je voor Gods genadetroon gebracht. Gods gezicht straalt vanwege zijn liefde voor jou. Jij vangt zijn glorie op, die je in jouw eigen unieke kleur mag weerspiegelen.

De glans van jouw kleur zal om je heen opgevangen worden. Want jij bent Jezus’ vertegenwoordiger op aarde. En daarom ook een priester. God had met Israël een koninkrijk van priesters voor ogen, dat de wereld verzoening zou brengen. Dat plan heeft Hij nooit laten varen. Iedereen die in Jezus gelooft, heel de kerk van Jezus, wordt nu een koninkrijk van priesters genoemd.

Begrijp je waarom ik enthousiast ben over mijn hogepriester Jezus? En waarom ik me mezelf graag voorstel hoe Hij in de hemel bezig is? Hij inspireert me om genade, vergeving en verzoening in mijn omgeving te brengen. Niet dat dit altijd even goed lukt, maar Hij bidt voor mij. Daarom bid ik ook voor anderen. Ik pleit voor ze. Sta voor ze in. Ik ben erop uit om mensen om me heen te bevestigen dat ze geliefd, gewild, bevoorrecht zijn. Dankzij Jezus. Het is fijn om zelf een priester te zijn!
(Ex. 19:6, 1 Pet. 2:9)

Willem de Vink

Lees ook het artikel Jouw eigen unieke kleur

Meer artikelen…