Rembrandt – De verloochening van Petrus

Jezus zoekt oogcontact

In het Dordrechts Museum sta ik voor een niet zo bekend schilderij van Rembrandt, geplaatst tussen doeken van zijn leerlingen. Het is De verloochening van Petrus. Rembrandt maakte dit werk in de laatste periode van zijn leven. Hoewel hij financieel aan de grond zat, was zijn reputatie allang gevestigd. Misschien kon hij zich daarom een voor zijn tijd opmerkelijke vrijheid veroorloven in zijn manier van schilderen, die nog steeds tot de verbeelding spreekt.

Kijk eens hoe Rembrandt al zijn kwaliteiten in dit schilderij heeft gelegd: het spel met licht en schaduw, de rake verftoetsen, doorwerkt wat aandacht moet krijgen, en een losse behandeling van wat minder belangrijk is. Ook nu verbaast het me weer hoe treffend hij weergeeft wat hem zijn leven lang fascineerde: hoe mensen op elkaar reageren.

We zien in een nachttafereel een viertal mensen. Het is duidelijk dat ze in een heftig gesprek gewikkeld zijn. Een forse meid met opgebonden haar houdt een kaarsvlam bij het gezicht van een bebaarde man, dat daardoor oplicht en alle aandacht vangt. De dienstmeid wil ontegenzeggelijk iets te weten komen over deze gast. We weten uit de titel van het schilderij wie hij is: Petrus, een volgeling van Jezus. Net als het meisje buigen ook twee soldaten zich naar de discipel toe: een kalende man met een vorsende blik en een man met getuite lippen, beiden van opzij weergegeven. Het zijn typische Rembrandt-tronies: door het leven getekende mensen. Hun aandacht gaat uit naar Petrus. Gedrieën willen ze hem identificeren als een volgeling van Jezus, waarmee ze hem verdacht proberen te maken. Jezus is namelijk zojuist als een gevaarlijke misdadiger gevangengenomen en binnengeleid in het paleis van Kajafas. De hogepriester en zijn handlangers onderwerpen de man uit Nazaret aan een verhoor, in de hoop dat ze Hem kunnen beschuldigen en veroordelen. We weten uit de verslagen van de vier evangelieschrijvers dat het er ruw aan toe gaat.

Eerder die nacht zijn de leerlingen van Jezus na zijn arrestatie alle kanten op gevlucht, maar Petrus is teruggekomen om zijn Meester te zoeken. Hij is Hem gevolgd tot op de binnenplaats van het hogepriesterlijke paleis. Daar wordt de discipel nu zelf aan een verhoor onderworpen. Maar tot drie keer toe zegt Petrus dat hij die Galileër niet kent. Zelfs als hij betrapt wordt op een Galilees accent, blijft hij ontkennen. Als het hem te heet onder de voeten wordt zal hij vluchten en in huilen uitbarsten, lezen we.

Rembrandt schildert niet het dramatische moment van Petrus’ berouw, het Erbarme Dich, dat Johann Sebastian Bach 77 jaar later als aria in het hart van zijn Matthäus Passion zou plaatsen. Hij kiest voor het moment dat voor de oplettende getuigen van deze gebeurtenis bewondering voor Jezus oproept. Terwijl een diffuus licht de vertwijfeling op het gezicht van de discipel onthult, zien we achter hem nog net zijn Meester oplichten, die zijn hoofd naar hem draait. Wat maar weinig mensen in de bijbeltekst zal opvallen, is voor Rembrandt juist belangrijk om weer te geven: het oogcontact dat Jezus zoekt met zijn leerling. Het is Lucas die dit opmerkelijke detail noteert, Rembrandt neemt het over. Met deze uitbeelding geeft de kunstenaar subtiel het hart van het evangelie weer. Jezus blijft de verbinding zoeken met Petrus, ook als die Hem afwijst. Een moment later zal de haan kraaien, wat Jezus al voorspeld had. Tot drie keer toe kondigt de haan een nieuwe dag aan, een mogelijkheid voor Petrus om na een donkere nacht opnieuw te beginnen.

Terwijl ik naar dit schilderij kijk, moet ik er aan denken dat mensen altijd weer Jezus de rug toekeren. Ook ik ben Jezus niet altijd gevolgd. Maar wat doet Jezus? Rembrandt vertelt ons dat Hij zich naar ons toe blijft keren om oogcontact met ons te zoeken. Het gaat bij Hem dan ook altijd om verbondenheid.

Rembrandt van Rijn (1606-1669): De verloochening van Petrus, 1660, Dordrechts Museum, (in bruikleen van Rijksmuseum Amsterdam).

 Doorlezen: Lucas 22:54-64; Johannes 21:15-19; 2 Timoteüs 2:11-13.

 Zie ook mijn artikel: Compassie in de Passion van Bach.

Willem de Vink