Rembrandt – Jeremia treurt over Jeruzalem

Wie huilt er om de stad?

Al jong sprak het beeld me aan van een man die de ellende van de wereld om zich heen bij zichzelf laat binnenkomen: Jeremia, die treurt over Jeruzalem. Ik moet een jaar of zestien zijn geweest toen ik een reproductie kocht van dit schilderij van Rembrandt. Ik probeerde met een zelfde blik als de profeet naar de wereld te kijken als ik door de stad dwaalde. Rembrandt schilderde het in het jaar voordat hij vanuit Leiden naar Amsterdam zou verhuizen. Hij was toen twintig jaar.

In het schilderij beleef je het klaaglied van de profeet over de stad. Zijn ogen zijn neergeslagen, zijn linkerhand ondersteunt zijn hoofd, omdat het verdriet hem zwaar valt. Rembrandt heeft Jeremia’s vermoeide gestalte diagonaal in beeld gebracht, wat spanning in de compositie brengt. Beneden zien we de stad van goud in brand staan; heel het schilderij zindert van de gloed van het vuur.

Israël krijgt met een invasie van Babyloniërs te maken en moet zwichten voor hun overmacht. In vier bijbelboeken kunnen we over deze geschiedenis lezen. Allereerst in Jeremia natuurlijk, in 2 Koningen en 2 Kronieken, en in Klaagliederen, het boek dat begint met ‘Ach!’ en dat helemaal gewijd is aan de val van de tempelstad. Jeruzalem, de plek waar God eeuwig zou wonen, is verwoest. Van koning Zedekia zijn de ogen uitgestoken (we zien hem op het schilderij in de verte rondlopen met de handen voor zijn ogen). De stadsbewoners worden weggevoerd naar Babylonië, waar ze als ballingen zullen moeten zien te overleven.

Het beeld van Jeremia die weeklaagt over de stad is meer dan een momentopname. Het geeft een visie weer op de stad die telkens in de Bijbel terugkeert. Het begint met Kaïn. Hij bouwde een stad uit rebellie tegen God, die beloofd had hem te beschermen. Maar Kaïn wilde zichzelf beschermen. Mensen bouwen steden om niet afhankelijk hoeven te zijn van hun Schepper. Maar daarmee maken ze zichzelf afhankelijk van elkaar en kunnen machthebbers hun gang gaan. Daarom schildert de Bijbel de stad meestal af als een problematische plek.

Niet alleen Jeremia, ook Jezus huilt over Jeruzalem. Ook al werd de stad na Jeremia weer herbouwd, haar inwoners blijven zich afsluiten voor God. Daarom treurt Jezus net als Jeremia over haar als over een geliefde. Hij zegt door zijn tranen heen: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen! Maar dat blijft voor jou verborgen, ook nu.’

Stadsdrama’s zullen zich blijven herhalen, vertelt de Bijbel ons. Totdat het moment komt dat mensen geen steden meer zullen bouwen om zich voor God te verschuilen, omdat God ervoor kiest om Zélf in een stad bij mensen te komen wonen. Dat is wel een heel verrassende wending in de stadsgeschiedenis! Het Nieuwe Jeruzalem zal uit de hemel op aarde neerdalen, lezen we in het bijbelboek Openbaring. Het is alsof God daarmee wil zeggen: ‘Als jullie dan een stad willen, doe Ik mee. Maar dan wordt het wel een stad zoals Ik die wil hebben, het Nieuwe Jeruzalem.’ Daar zullen we onze meerdere erkennen in de Architect en Burgermeester van de stad, die ons een plek gunt waar we thuishoren. ‘Ik zal me om jullie woningen bekommeren,’ zegt God bij monde van Jeremia.

Ook nu is het belangrijk dat er nederige mensen leven in onze steden, die nu al gebogen hebben voor God. Ze hechten zich niet aan de stad, maar zijn er als vreemdelingen, omdat ze uitzien naar een andere stad. Ze leven in de stad, maar vertegenwoordigen iets anders, iets nieuws dat zal komen. Ze bidden voor hun stad. Ze nemen wat er leeft om hen heen in zich op en geven dat gefilterd door hun tranen terug aan God. Net als Jezus en Jeremia.

Rembrandt van Rijn (1606-1669): Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem, 1630, Rijksmuseum Amsterdam.

Doorlezen: 2 Kronieken 36:11-21; Genesis 4:10-17; Lucas 19:41-44; 21:20; 23:28-31; Openbaring 21:1-5; 21:23-26; Jeremia 30:18; 29::7; 29:11-14; Hebreeën 11:10.

Willem de Vink

Lees ook mijn essay ‘Waarom ik van de stad hou’.