Vincent van Gogh – Zonnebloemen

Naar God gekeerd

Net zonnebloemen zijn het, de mensen die in het vroege voorjaar hun gezicht en ontblote ledematen naar de zon toe keren om de stralen op hun huid te voelen gloeien. Ook zonnebloemen keren zich naar de zon. Ze draaien door de dag heen hun bloem met de zon mee, om zoveel mogelijk licht op te vangen. Het is een indrukwekkend gezicht om zo’n vertraagde wave in de uitgestrekte zonnebloemvelden in Frankrijk of Oost-Europa gewaar te worden. In het Frans heten ze dan ook ‘tourne-sols’, zonnedraaiers.

Vincent van Gogh zocht in Frankrijk de zon op en begon prompt zonnebloemen te schilderen. Eerst een serie in Parijs, later nog meer in Arles. Daar in Zuid-Frankrijk betrok hij het ‘Gele Huis,’ dat hij wilde vol hangen met niets anders dan grote zonnebloemen op panelen, ‘licht op licht, als een symfonie in blauw en geel’, zoals hij zelf zei. Hij hield van de kleur geel en schreef aan zijn broer Theo over het gebruik van zwavelgeel, citroengeel en goud, en van felle en gebroken chromaatgelen die scherp moesten afsteken tegen verschillende kleuren blauw. Toch gebruikte Van Gogh voor zijn zonnebloemen slechts drie tinten geel ‘en anders niets’. Meer had hij niet nodig om ze zeggingskracht te geven. Er moest licht verschijnen in zijn werk, met het effect van glas-in-lood ramen in een gotische kerk, schreef hij. In Parijs had hij vier schilderijen van afgesneden zonnebloemen gemaakt, die aan het vergaan zijn en een fletse indruk maken. In Arles zou hij minstens vijf doeken schilderen van zonnebloemen in vazen, nu stralend en blakend in dik opgebrachte verf. Twee ervan hing hij in de kamer van zijn schildersvriend Paul Gauguin. Die noemde de zonnebloemschilderijen ‘helemaal Vincent’. Hij schilderde op zijn beurt Van Gogh terwijl die zonnebloemen schildert.

Van Gogh had zich zo vereenzelvigd met de zonnebloem dat bij zijn begrafenis vrienden zonnebloemen bij zich droegen. Sindsdien heeft de zonnebloem Van Gogh nooit meer verlaten. Ook nu staat de bloem bij een groot publiek symbool voor zijn werk – en misschien ook wel voor zijn leven. Van Gogh liet de bloemen zien in verschillende stadia van bloei en verval. Daar drukte hij ‘dankbaarheid’ mee uit, liet hij weten. In zijn betere momenten was hij God dankbaar voor elk moment van zijn leven.

Zonnebloemen hebben zeggingskracht. Ik heb ze op een festival in Hongarije voor een spreekbeurt meegenomen het podium op om te gebruiken als voorbeeld. God wordt in de Bijbel wel vergeleken met de zon. Ik heb geleerd om als een zonnebloem alles in mijn bestaan naar God te keren. Die houding helpt me om hoop te houden en de liefde te blijven zoeken. En om in veel dingen om me heen iets van God te herkennen, als de weerkaatsing van de zon.

Zonnebloemen maken bij mij los wat ook veel kunstwerken doen. In mijn beeldmeditaties verbind ik schilderijen en andere kunstwerken met mijn liefde voor God en mensen. Ik laat de beelden op me inwerken en mijmer erover als in een gebed. Dat levert verrassende gezichtspunten op, die mijn geloofsleven verrijken en me verder helpen in het begrijpen van het leven dat God ons gunt. Zelfs werk dat niet gemakkelijk zijn betekenis prijsgeeft gaat spreken.

Het is zoals ik lees in de Bijbel: de duisternis is helder als het licht. Als Gods licht erop schijnt, reflecteert elk schilderij iets van menselijkheid, wat liefde bij me opwekt en me troost geeft. Zo wordt elk kunstwerk als een zonnebloem, dat als het zich keert naar de zon licht reflecteert.

Vincent van Gogh (1853-1890): Zonnebloemen, Arles, januari 1889, olieverf op doek, 95 x 73 cm, Van Gogh Museum, Amsterdam.

Doorlezen: Psalm 84:12, Psalm 139:11-12, Kolossenzen 1:12-14.

Willem de Vink